Deutsch   English   Français   Nederlands   Español   Polski

facebook-Button

JHWH in hebräischen Buchstaben
www.besucherzaehler-homepage.de

Español Nederlands Flag Français 8 De Ineenstorting
van de Wachttoren

"Daarom zal U deze dwaling worden als een gebroken stuk dat op vallen staat, een uitpuiling in een hoog opgetrokken muur, waarvan de instorting plotseling, in een ogenblik, kan komen."

(Jesaja 30:13)

Watchtower-collapseDe gebeurtenis waarnaar in de geschiedenis het meeste wordt uitgekeken is De Tweede Komst van Jezus Christus, maar dat is ook de gebeurtenis die ironisch genoeg ook het meest onbegrepen is.

Terwijl Jehovah's Getuigen de term "de Tweede Komst" niet gebruiken, gebruikte de apostel Paulus in zijn brief aan de Hebreeën een soortgelijke uitdrukking: "de tweede maal dat hij verschijnt." Door dit te doen vergeleek en contrasteerde de apostel diverse aspecten van Christus' eerste en tweede verschijning in de wereld.

Als gevolg van de verkeerde verwachtingen van de Joden werd de verschijning van de Messias waar ze zo naar uitkeken een struikelblok voor de gehele Joodse natie. Naar hun begrip verwachtten zij dat de Messias niet alleen hun machtige en glorieuze koning uit de lijn van David zou worden, maar ook degene die de troon van David zou herstellen met Jeruzalem als zetel en die het Romeinse juk van slavernij zou afwerpen. Dat dit de verwachting van geheel Israël was, wordt bewezen door de vraag die de dicipelen vlak na zijn opstanding aan Jezus stelden toen ze vroegen: "Heer, herstelt gij in deze tijd het koninkrijk van Israël?" (Hand. 1:6)

Het was voor de toen levende Joden niet te begrijpen dat de Messias geen integraal onderdeel van de reeds bestaande, gerespecteerde en zeer vereerde Joodse instelling zou worden. Ze waren ten slotte Gods volk en dat voor meer dan duizend jaar!

En in de Joodse messiaanse leerstellingen was al zeker geen bepaling voor een tweede komst van Christus!

Het gevolg was dat de Joden gedurende de tijd dat Jezus als mens op aarde leefde, begonnen in te zien dat Jezus hun verkeerde verwachtingen niet zou vervullen en ze begonnen hem te bezien als een oproerkraaier. Uiteindelijk keerden zij zich tegen hem toen Jezus op aandringen van de overpriesters en Farizeeën oneervol werd geëxecuteerd.

Maar, toen de Romeinen Jeruzalem en zijn tempel minder dan veertig jaar nadat de Joden eensgezind hadden besloten om Jezus ter dood te brengen vernietigden, kwam het Joodse samenstel van aanbidding tot een abrupt einde en daarmee samenhangend elke mogelijkheid dat een toekomstige messias uit de Joodse natie zou voortkomen. Vanuit Jehovahs oogpunt bezien had het Joodse systeem van aanbidding zijn doel gediend, ongeacht de verkeerde verwachtingen van het Joodse volk met betrekking tot de manier waarop hij dat voornemen volgens hen zou uitvoeren. Het had de beloofde Messias voortgebracht zoals Gods voornemen was en toen werd dat systeem van aanbidding afgesloten.

Bij zijn schrijven aan de Hebreeërs was het klaarblijkelijk Paulus' bedoeling de Hebreeuwse Christenen voor te bereiden op het naderende einde van het Joodse samenstel van dingen. Paulus schreef in Hebreeën 13:12-14 bijvoorbeeld het volgende:

"Daarom heeft ook Jezus, om het volk met zijn eigen bloed te kunnen heiligen, buiten de poort geleden. Laten wij dan tot hem gaan buiten de legerplaats en de smaad dragen die hij heeft gedragen, want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken ernstig de toekomstige."

Het is voor ons waarschijnlijk moeilijk te begrijpen welk een uitdaging het zelfs voor de gezalfde Joodse Christenen en apostelen uit de eerste eeuw was om hun geloof volledig te scheiden van het Joodse stelsel waaronder zij leefden.

Beschouw eens het verslag in het 21ste hoofdstuk van Handelingen als voorbeeld hoe diep geworteld het Judaïsme was. Daar zijn de apostelen bezorgd over de beschuldiging van de Joden dat Paulus een afvallige leer onderwees. De apostelen adviseerden Paulus zich ceremonieel te reinigen en een offer te gaan brengen in de tempel opdat de geruchten dat hij een afvallige leer verkondigde over Mozes en besnijding, onderdrukt werden. Ondanks dat de apostelen wisten dat Paulus' leerstelling dat Jezus' dood het einde was van de Mozaïsche Wet en dat besnijdenis niet langer een vereiste was om door Jehovah God goedgekeurd te worden correct was, onderwierp Paulus zich nederig. Maar zelfs zijn getoonde inschikkelijkheid met betrekking tot de Mozaïsche Wet kon hun woede of vijandigheid niet onderdrukken en toen ze zijn verblijfplaats in de stad ondekten, trachtten ze hem te vermoorden, omdat hij verkondigde dat het stelsel van aanbidding – de gevestigde manier van aanbidding – dat generaties lang door Jehovah was goedgekeurd zou eindigen, en feitelijk reeds geëindigd was.

Omdat de eerste eeuwse Christenen nu vol verwachting uitkeken naar Christus' "aanstaande" terugkomst, blijkt dat ze ook aannamen dat Jezus in de fysieke stad Jeruzalem zou terugkeren. Paulus schreef in Hebreeën 9:26 echter dat Christus "zich in het besluit van de samenstelsels van dingen eens voor altijd heeft gemanifesteerd." Daar de Joodse manier (stelsel van aanbidding) spoedig tot zijn einde zou komen, herinnerde Paulus de Hebreeuwse Christenen eraan dat ze in Jeruzalem geen "blijvende stad" hadden.

Terwijl de vernietiging van Jeruzalem de valse messiaanse verwachtingen van de Joden die Jezus verwierpen absoluut zou verwoesten, zou het ook een geloofstest zijn voor degenen die Jezus wel hadden geaccepteerd, maar die zich tot op zekere hoogte nog steeds onder invloed van het Judaïsme bevonden. Nadat de heilige stad was verwoest zouden deze Joodse Christenen aan God moeten tonen dat ze werkelijk "de toekomstige zoeken."

Daar Paulus de uitdrukking "het besluit van het samenstel van dingen" in verband met Jezus' eerste verschijning gebruikte, kunnen we er zeker van zijn dat het eerste eeuwse patroon van speciaal belang is voor de Christenen die "de tweede maal dat hij verschijnt" leven, tijdens het besluit van het gehele huidige samenstel.

We kunnen daarom verwachten dat, net als bij de Hebreeuwse Christenen en apostelen die zelf klaarblijkelijk verkeerde gedachtes hadden aangaande Jeruzalem dat zou blijven voortbestaan als de Stad van Jehovah, ons geloof evenzo verregaand getest zal worden wanneer Christus uiteindelijk arriveert.
De profeet Maleachi verzekert ons van deze verbazingwekkende gebeurtenis wanneer hij vraagt:

"Doch wie zal de dag van zijn komst verdragen, en wie zal standhouden wanneer hij verschijnt?" (Maleachi 3:2)

 

ISRAEL AT MT SINAIIn het 12de hoofdstuk van Hebreeën herinnert Paulus ons aan Gods ongelooflijke macht, wanneer Jehovah zich aan ons zal onthullen, door te memoreren aan het voorval waarbij de Israëlitische natie aan de voet van de berg Sinaï samengekomen was om het Wetsverbond te ontvangen. Toen Jehovah op de top van de berg met Mozes sprak door middel van een vreesinboezemende vertoning, schudde de berg en werd hij gehuld in vuur en rook. Om uit te sluiten dat dit fenomeen een natuurlijke vulkanische uitbarsting leek, weerklonken er doofmakende trompetten uit het onzichtbare.

Paulus legt vervolgens de betekenis van die gebeurtenis uit door de profeet Haggaï te citeren. Hij schreef:

"Zijn stem deed toen de aarde schokken, maar nu heeft hij de belofte gedaan en gezegd: "Nog eenmaal wil ik niet alleen de aarde, maar ook de hemel in beroering brengen." Welnu, de uitdrukking "Nog eenmaal" duidt op de verwijdering van de dingen die worden geschokt als dingen die gemaakt zijn, opdat de dingen die niet worden geschokt, blijven. Laten wij daarom, aangezien wij een koninkrijk zullen ontvangen dat niet geschokt kan worden.." (Hebreeën 12:26-28)

In de eerste eeuw waren "de dingen die worden geschokt" het complete Joodse religieuze systeem, met zijn Heilige Stad, tempel en priesterschap die door die opschudding verdwenen. De profetie van Haggaï die door de apostel werd geciteerd gaat echter verder door te zeggen dat Jehovah "alle natiën zal [doen] schudden," niet enkel de kleine natie Juda. Het is dus duidelijk dat gezalfde Christenen en de wereld voor de uiteindelijke vervulling van de profetieën staan die erom vragen dat het gehele samenstel van dingen geschokt zal worden wanneer Christus voor de tweede maal verschijnt. Het enige dat overeind zal staan nadat de rook is opgetrokken is Gods koninkrijk en degenen die werkelijke geloof stelden in Gods koninkrijk dat niet geschokt kan worden.

Op dat moment zullen de vragen die gerezen zijn in Eden eens en voor altijd beantwoord zijn.

 

Jehovah's Antwoord op Gerezen Vragen in Eden

Sinds de tijd dat Adam en Eva tegen Jehovah in opstand kwamen en als gevolg daarvan uit de Hof van Eden werden gezet, heeft het menselijke ras zich verwijderd van God. De vertrouwde relatie met zijn Schepper waarvan Adam een korte tijd mocht genieten, was verwoest. Waar Jehovah eens beschreven werd als wandelend in Eden en dagelijks sprekend met Adam, zijn de daarop volgende analen van de geschiedenis buiten Eden over Adams nageslacht een triest testament van hoe verloren we zijn geraakt zonder Gods persoonlijke supervisie en leiding. Naarmate de tijd vorderde zou zelfs de meest rechtvaardige van Adam's nazaad het een uitdaging vinden om Jehovah werkelijk te kennen en te vertrouwen.

Jehovah God is echter gelijk een vastbesloten en sinds lange tijd lijdende ouder met een probleemkind; hij heeft ons nooit opgegeven. Maar in zijn onmetelijke wijsheid weet hij dat de enige manier waarop we bevrijd kunnen worden van onze dwaasheid en de voordelen van zowel het vertrouwen als gehoorzamen van zijn rechtvaardige wegen kunnen inzien, is wanneer we de pijnlijke consequenties voor onze trotse grootspraak en gebrek aan geloof mogen ondergaan.

Zoals Jehovah's Getuigen weten, staat de oprichting van Christus' koninkrijk centraal in Gods voornemen. Er zijn 144.000 gekozenen uit de mensheid, verbonden met Jezus in zijn hemelse koninkrijk, die uiteindelijk uitgenodigd worden om Jehovah's eigen woonplaats in de hemel binnen te gaan – de Stad van God. Hoevelen van ons hebben hier echter écht over nagedacht en gewaardeert wat dat allemaal betekent?

In Eden heeft de Duivel God ervan beschuldigd dat hij zelfzuchtig iets goeds achterhield voor Adam en Eva. Later, in Job's dagen, beschuldigde Satan God er verder van dat hij zijn volgelingen beïnvloedde door middel van omkoperij (wat overigens later precies datgene was wat de Duivel hypocriet probeerde bij Jezus toen hij hem alle koninkrijken van de wereld aanbood in ruil voor één daad van aanbidding).

Gods antwoord op Satans belasterende beschuldigingen is veel verder gegaan dan wat enige engel of enig mens zou hebben kunnen voorzien of kunnen voorstellen. Jehovah zou niet alleen zelf zorgen voor de middelen die nodig zijn om de mensheid wettig los te kopen en te herstellen tot het Paradijs – aldus bewijzend dat hij het beste voor had met de mensheid – in zijn grootsheid heeft Jehovah zich voorgenomen enkelen uit de mensheid uit te kiezen en hen te verhogen tot de hemel.

Alsof dat nog niet genoeg voor hem was, gaat Gods goedgunstigheid veel verder dan enkel het herscheppen van enkele mensen tot geestelijk wezens: Jehovah heeft zich voorgenomen zijn gekozenen leven in zichzelf te geven. Dat is iets wat geen enkel mens kan bezitten, omdat aardse schepselen van nature afhankelijk zijn van externe krachten om ons leven in stand te houden. Onsterfelijkheid is niet enkel het bezitten van eeuwig leven; zelfs Gods engelen in de hemel is geen onsterfelijkheid gegeven. Onsterfelijkheid betekent leven als een onsterfelijk en onvernietigbaar wezen te bezitten. Onsterfelijke schepselen zijn zelfs niet langer van Jehovah afhankelijk om hen te onderhouden. (Jezus Christus was het eerste schepsel die, na zijn opstanding, onsterfelijkheid verkreeg) Jehovah verhoogt menselijke schepselen dus niet alleen vrijwillig tot in zijn tegenwoordigheid – sommigen zelfs vanuit de laagste gelederen van de gedegradeerde menselijke gemeenschap – maar wil ook dat zij in natuur hetzelfde als hij worden – heerlijke, onsterfelijke, goddelijke wezens.

adam and eveVoor het geval we het vergeten zijn: Dit is precies datgene wat Satan aan Eva vertelde, dat Jehovah zogenaamd bang was om op te geven, toen hij zei:

"Want God weet dat nog op de dag dat gij ervan eet, uw ogen stellig geopend zullen worden en gij stellig als God zult zijn, kennend goed en kwaad." (1. Mose 3:5)

Volgens de Duivel vertrouwde Jehovah zijn schepping niet en was zijn schepping het ook niet waard om vertrouwd te worden. Maar Jehovah heeft het juist geacht deze niet te bevatten gift van het precies gelijk hem worden aan een selectie van Adams nakomelingen te schenken – dezelfde nakomelingen die hem zoveel verdriet en schande hebben gebracht. Jehovah heeft zichzelf op deze wonderbaarlijke en meesterlijke wijze werkelijk tot De God der goden gemaakt. Hij heeft niet alleen bewezen machtiger en oneindig veel wijzer te zijn, maar God heeft ook op alle denkbare manieren zijn morele superioriteit over zijn menselijke en demonische beschuldigers gedemonstreerd.

Met deze onverwachte en wonderbaarlijke manier waarop Jehovah de Duivel zijn beschuldiging heeft beantwoord in zijn achterhoofd, heeft de Duivel de krachtige en slimme leugen in het leven geroepen dat mensen een onafhankelijke onsterfelijke ziel hebben. Evenzo heeft hij de flagrante vals religieuze leerstelling gepromoot die beweert dat alle "goede" mensen naar de hemel gaan wanneer ze sterven, alsof dat voorrecht op één of andere manier ons geboorterecht is en onafhankelijk van Jehovah's keuze en weldadigheid ten opzichte van de mensheid.

Het moge duidelijk zijn dat het doel van de Duivel is Gods speciale gift in onze ogen normaal te laten lijken. De waarheid is echter dat Jehovah geen enkel mens hemelse audiëntie met zichzelf verleent, laat staan onsterfelijkheid, tenzij ze eerst hebben bewezen een onbreekbaar geloof in hem en zijn zoon, Jezus Christus, te hebben.

Om in zijn uitverkorenen echter een onverwoestbaar geloof aan te kweken, moeten ze eerst Jehovah's ongenoegen en zijn gematigde berisping ondergaan; daar zelfs hun Heer Jezus gehoorzaamheid leerde door de dingen die hij moest ondergaan.

Dat brengt ons weer bij de brief aan de Hebreeën en waarom de apostel, nadat hij uitgebreid heeft gesproken over al de daden van geloof door mannen uit eerdere tijden, Gods zonen aanspoort de berisping te doorstaan. In Hebreeën 12:8 schreef Paulus:

"Indien gij echter zonder het strenge onderricht zijt waarvan allen deelgenoten zijn geworden, zijt gij in werkelijkheid onwettige kinderen en geen zonen."

Een paar verzen verder in hetzelfde hoofdstuk citeert Paulus gedeeltelijk Jesaja wanneer hij zegt:

"Daarom, richt de neerhangende handen en de verslapte knieën op, en blijft rechte paden voor uw voeten maken, opdat wat kreupel is niet ontwricht raakt, maar veeleer gezond gemaakt wordt." (Hebr. 12:12, 13)

Het 35ste hoofdstuk van Jesaja, waaruit Paulus citeerde, bevat Jehovah's vermaning aan Israël nadat zij Gods straf aan hen als natie hadden ondergaan. Daarom zegt Jehovah zijn volk moed te vatten, omdat hij een hoofdweg van heiligheid opent zodat teruggekochten terugkeren naar Sion. In werkelijkheid zijn de profetieën van toepassing op het geestelijke Israël nadat ze berispt zijn. Daarom vermaant Paulus in werkelijkheid Christenen die gedurende het besluit van het gehele samenstel van dingen leven, wanneer Jehovah de hemel en aarde zal doen schudden en degenen die hij zijn zonen noemt ernstig zal tuchtigen. Dat zal de gebeurtenis inleiden waarbij het geestelijk Israël uiteindelijk terecht zal staan voor de geweldigde hemelse Berg Sion.

 

"Uw Grootse Onderwijzer Zal Zich Niet Langer Verbergen"

Als de Schepper en rechtmatige heerser van het universum is God als enige bevoegd om zijn schepping te instrueren en zijn visie op de zaak te onthullen. Het kan echter ook Gods voornemen zijn zich op de achtergrond te houden, zichzelf als het ware te verstoppen en toe te staan dat de gebeurtenissen zich op een natuurlijke manier ontvouwen om zodoende zijn schepping een essentiële les te leren. Vanuit Jehovah's standpunt bezien is de geschiedenis van de mensheid sinds de verdrijving uit Eden niets meer dan een lange, vruchteloze oefening. In zijn wijsheid heeft Jehovah zijn eigenzinnige schepping toegestaan op het huidige punt te komen, het punt waarop de beschaving klaar lijkt te zijn voor het leren van de ultieme les: namelijk, dat onafhankelijkheid van God een volledig en rampzalig einde betekent.

Jehovah heeft het einde natuurlijk al vanaf het begin voorzien, maar wijzelfmoeten de finale meemaken willen we in staat zijn volledig voordeel te trekken van datgene wat God ons nog moet leren. De catastrofale finale van deze wereld is niet één of andere grillige handeling van een irrationele en woedende God, zoals sommigen denken. In plaats daarvan is het een resultaat van de opeenhoping van menselijke dwaasheid, goddeloosheid en gebrek aan geloof in God: een gevaarlijke mix die de wereld uiteindelijk op de rand van vernietiging zal brengen.

In de context van deze vreesinboezemende gebeurtenissen die direct aan het einde van de wereld voorafgaan, wordt Jehovah de Grootse Onderwijzer en Redder van degenen die op hem vertrouwen. Daarom zegt Jesaja 30:20:

"En Jehovah zal ulieden stellig brood in de vorm van benauwdheid geven en water in de vorm van onderdrukking; toch zal uw Grootse Onderwijzer zich niet langer verbergen, en uw ogen moeten ogen worden die uw Grootse Onderwijzer zien."

Daar Jehovah's Getuigen beweren dat Jehovah onze Grootse Onderwijzer is, op welk moment zal God "zich" dan niet langer voor ons "verbergen"? Zijn we werkelijk zo geestelijk verlicht dat onze ogen onze Grootse Onderwijzer hebben gezien? Wanneer we ons als organisatie indenken dat we alles wat we moeten weten om die bewering te kunnen doen reeds geleerd hebben, zouden we eens moeten beschouwen wat Paulus aan de Korinthiërs schreef:

"Indien iemand denkt dat hij kennis omtrent iets heeft verworven, kent hij het nog niet zoals hij het behoort te kennen." (1 Korinthiërs 8:2)

Volgens de context van het 30ste hoofdstuk van Jesaja onthult Jehovah zichzelf tijdens de Oordeelsdag als onze Grootse Onderwijzer. Daarom zegt Jesaja 30:18:

"En daarom zal Jehovah er vol verwachting naar blijven uitzien u gunst te betonen, en daarom zal hij opstaan om u barmhartigheid te betonen. Want Jehovah is een God des gerichts. Gelukkig zijn allen die hem blijven verwachten."

grand instructorDaar Jehovah klaarblijkelijk nog niet is begonnen met oordelen, is het duidelijk dat hij ook nog geen vergeving heeft geschonken aan zijn volk gedurende een tijd
waarin ze worden gekweld door ellende en verdrukking. In dat geval moet Jesaja 30:21 een toekomstige vervulling hebben, gedurende de tijd van de openbaring van Christus. Daar wordt namelijk gezegd:

"En uw eigen oren zullen een woord achter u horen,
dat luidt: "Dit is de weg. Wandelt daarop", ingeval gijlieden rechts of ingeval gij links zoudt gaan."

Wanneer we ons redeneringsvermogen gebruiken en vragen: Als we
veronderstellen dat Jehovah nu zijn volk leidt en instrueert (zoals we nu beweren en geloven) en zijn volk zijn stem horen alsof die van achteren komt, betekent dit dan niet dat Gods volk de verkeerde kant opgaat en op een gegeven moment een ommezwaai moet maken? Met andere woorden, wanneer we beweren dat we Gods volk zijn, moeten we uiteindelijk het feit onder ogen zien dat de profetieën aangeven dat we zijn afgedwaald.

 

"Schrijf het op een tafel opdat het als een getuigenis mag dienen voor een toekomstige dag"

Geen enkel mens kan de toekomst voorspellen. Geschiedkundigen kunnen het zelfs niet eens worden over het verleden! Alleen God kan foutloos voorzien wat de toekomende dagen zullen brengen. Wanneer profetieën worden vervuld, dient dit niet alleen om te bewijzen dat Jehovah God is; daar God sinds de dagen waarin de Bijbel werd geschreven niet in direct contact heeft gestaan met mensen, dient het ook als middel waardoor God zijn instructies en rechterlijke beslissingen op de juiste tijd overdraagt. Profetieën die duizenden jaren geleden opgeschreven zijn, bevatten dus essentiële boodschappen voor degenen die veel later leven. Jehovah instrueerde zijn oorspronkelijke profeet Jesaja daarom om het volgende te zeggen:

"Kom nu, schrijf het in hun bijzijn op een tafel en teken het zelfs op in een boek, opdat het mag dienen voor een toekomstige dag, als een getuigenis tot onbepaalde tijd." (Jesaja 30:8)

In de 1ste eeuw gaf Christus specifieke instructies die, ten tijde dat de Romeinse legers hun belegering op de stad zouden beginnen, leven of dood konden betekenen voor de dicipelen die in Jeruzalem woonden. Wanneer Christenen het voorzegde "walgelijke ding" in Jehovah's tempel zouden zien staan, moesten ze onmiddellijk vluchten uit de stad en Judea. Toch zijn de profetische instructies van Jezus ook van toepassing op de Christenen die leven wanneer de "grote" verdrukking de aarde overspoelt. De gebeurtenissen uit de 1ste eeuw verschaffen dus een patroon voor gebeurtenissen die we kunnen verwachten wanneer Gods heilige plaats in onze tijd verwoest zal worden.

Helaas begrijpen de Wachttoren en Jehovah's Getuigen, door verkeerde verwachtingen als gevolg van een verkeerd begrip van diverse profetieën, niet wat de heilige plaats is waarvan Jezus zei dat het verwoest zou worden. (Zie essay Was 1914 het Einde van de Tijden der Heidenen?)

Deze en andere verkeerde verwachtingen hebben ons in een ongemakkelijke positie gebracht, waarbij we als organisatie zeker zullen worden getroffen door onvoorziene en onverwachte gebeurtenissen. De 74ste Psalm spreekt ongetwijfeld over de situatie die zal ontstaan wanneer Christus' profetie aangaande de heilige plaats werkelijkheid wordt.

De Psalm zegt bijvoorbeeld:

"Alles heeft de vijand in de heilige plaats slecht behandeld. Zij die blijk geven van vijandschap jegens u, hebben midden in uw plaats van samenkomst gebruld. Zij hebben hun eigen tekens opgesteld als de tekens." (Psalm 74:3,4)

De verzen 8-10 zeggen vervolgens:

"Zij, ja hun nageslacht, hebben te zamen in hun eigen hart gezegd: "Alle samenkomstplaatsen van God moeten in het land worden verbrand." Onze tekens hebben wij niet gezien; er is geen profeet meer, En er is niemand bij ons die weet hoe lang. Hoe lang, o God, zal de tegenstander blijven smaden? Zal de vijand uw naam voor eeuwig met minachting blijven bejegenen?"

De verwijzing van de Psalmist naar "onze tekens" die niet worden gezien en het feit dat we geen profeet hebben die onderscheidt wat er plaats heeft gevonden, kan alleen maar het resultaat zijn van verkeerde verwachtingen die we als organisatie aanvaard hebben. Ironisch genoeg heeft Jehovah geprofeteerd dat onze aangestelde profeten ons op een doodlopende weg zouden leiden, waar we uiteindelijk een punt zullen bereiken waarop het lijkt alsof Jehovah's Woord heeft gefaald. De beschuldiging dat Jehovah's Getuigen "valse profeten" zijn, zullen waar lijken te zijn. De vijanden die "hun eigen tekenen als de tekens" opstellen is in overeenstemming met de profetie van Daniël, welke voorzegt dat de koning met bars gelaat "waarheid ter aarde bleef werpen."

Zoals alle Jehovah's Getuigen weten, is het onze verwachting dat de Christenheid aan het begin van de grote verdrukking vernietigd zal worden. Dat is één van de "tekenen" die we verwachten te zien. Samen met andere dingen is dat wat onze "profeten" in de organisatie door bestudering van Gods Woord voor onze toekomst hebben voorzien. Niemand onder ons heeft werkelijk vraagtekens gezet bij de volgorde van gebeurtenissen die samen onze verwachting vormen.

Wanneer de gebeurtenissen zich dus niet ontvouwen zoals onze vertrouwde leraren ons hebben doen geloven, zal dit een geloofstest voor ons zijn, net alsof valse profeten ons hebben misleid.

Nog erger is dat onze "profeten" niet onderscheiden hebben dat de calamiteit welke volgens ons verwachtingspatroon over de Christenheid komt, in plaats daarvan feitelijk over Jehovah's volk komt! Kan er een grotere reden bestaan voor onze vijanden om schande over de naam van Jehovah te brengen, de God wiens naam wij dragen? Daarom moedigde Paulus Christenen aan het niet op te geven wanneer we terecht worden gewezen, zoals zeker zal gaan gebeuren. En daarom werd Jesaja geïnspireerd een aanmoediging aan ons te schrijven om Jehovah's oordeel te blijven verwachten, zelfs wanneer alles verloren lijkt.

Wanneer we dat accepteren, zijn we in de positie te begrijpen wat de profetie in het 30ste hoofdstuk van Jesaja werkelijk voorzegd, en waarom God zei:

"Teken het zelfs op in een boek, opdat het mag dienen voor een toekomstige dag, als een getuigenis tot onbepaalde tijd." (Jesaja 30:8)

Daar de profetie bedoeld is als getuige voor een toekomende tijd en daar het geschreven is voor geestelijk Israël, wat laat het ons dan precies zien? Dat brengt ons bij het eigenlijke onderwerp, de komende ineenstorting van de Wachttoren.

 

"Wee de Onhandelbare Zonen" is de Uitspraak van Jehovah"

Jesaja 30:1 is niet de eerste plaats waar God een wee over zijn volk aankondigt. Het is zelfs zo dat elk hoofdstuk van Jesaja, beginnend met het 28ste hoofdstuk, tot en met het 31ste, op dezelfde manier begint. Jesaja 28:1 zegt:

"Wee de eminente kroon van de dronkaards van Efraïm..."

Jesaja 29:1 luidt:

"Wee Ariël, Ariël..."

Jesaja 31:1 zegt:

"Wee hun die afdalen naar Egypte om hulp, ...maar die... Jehovah zelf niet hebben gezocht."

Jesaja 30:1 zegt:

"Wee de onhandelbare zonen", is de uitspraak van Jehovah, "die geneigd zijn raad ten uitvoer te brengen, maar niet die van mij; en een plengoffer uit te gieten, maar niet met mijn geest, om zonde op zonde te stapelen; die op weg gaan om naar Egypte af te dalen en míjn mond niet hebben geraadpleegd..."

Jehovah's "zonen" hebben toegang tot de raad van hun Vader, maar zij weigeren halsstarrig te vertrouwen op Gods wijsheid. In plaats daarvan pretenderen ze dat ze de dingen op Gods manier doen, terwijl ze terzelfder tijd vertrouwen op hun eigen kracht en op menselijke verbonden. Zoals de context aanduidt heeft deze ontwikkeling een veel verder gaande betekenis dan enkel voor het oude Israël. Dedefinitieve vervulling zal gedurende de ontsluiering van Jehovah's oordelen tijdens het besluit van het samenstel van dingen plaatsvinden. Zoals het 8ste vers al aangaf, is het Gods getuige voor een toekomstige dag, tot onbepaalde tijd.

Kunnen Jehovah's hedendaagse getuigen vergeleken worden met die koppige zonen van Israël? Helaas wel. We zijn "geneigd raad ten uitvoer te brengen," wat betekent dat we tonen dat we de bereidheid hebben God te dienen, maar dat wat we aanbieden niet persé in overeenstemming met Gods geest is. Het uitgieten van een "plengoffer," welke duidelijk niet afkomstig is van Jehovah's geest, kan worden teruggezien in verband met het walgelijke verbond van de Wachttoren als NGO [...] en het gebruik van de Ontwaakt om pro-globalistische propaganda teverspreiden.

Klaarblijkelijk hebben advocaten die het Genootschap vertegenwoordigen ook "achterkamer" deals gesloten met diverse politieke instellingen om de erkenning van de Wachttoren in bepaalde landen te verbeteren. Eind jaren '90 werd de Wachttoren bijvoorbeeld wettelijke erkenning geweigerd door de Bulgaarse regering, omdat men begreep dat de Wachttoren haar leden dwong tot het weigeren van bloedtransfusies door de dreiging van uitsluiting. De advocaten sloten daarom een compromis. De Bulgaarse regering zou de Wachttoren wettelijke erkenning geven en als tegenprestatie ging de Wachttoren ermee akkoord dat ze Bulgaarse Getuigen die een bloedtransfusie namen niet zouden uitsluiten.

Er zijn in het kader van wettelijke voordelen ook op andere gebieden compromissen gesloten, zoals op het gebied van stemmen en alternatieven voor militaire dienst. Zo'n gewilligheid tot "onderhandelen" in geloofszaken laat zien dat de hedendaagse geestelijke leiders en woordvoerders voor Jehovah's Getuigen passen in het profiel van degenen die in de profetie worden beschreven als degenen "die geneigd zijn raad ten uitvoer te brengen, maar niet die van mij." Daar er een neiging bestaat tot compromissen sluiten ter bescherming van de eigenbelangen van de Wachttoren, hoe denken we dan dat het Genootschap zal reageren wanneer het geconfronteerd wordt met de eigen ondergang? Hoe zullen wij reageren?

De overheersende gedachte onder Jehovah's Getuigen is dat God zijn organisatie zal beschermen tegen de calamiteit die over de wereld zal komen. Het is voor ons onbegrijpelijk dat het Genootschap zich mogelijkerwijs Jehovah's woede op de hals kan halen. Toch voorzegt Jesaja 30:25 dat er herstel voor Gods volk in het verschiet ligt, maar pas na de vreselijke "de dag van de grote slachting, wanneer de torens vallen." Het 26ste vers zegt:

"op de dag dat Jehovah de breuk van zijn volk verbindt en zelfs de zware wonde die het gevolg is van de door hem toegebrachte slag geneest."

Daar we als Jehovah's Getuigen beweren Gods volk te zijn, moeten we erkennen dat de profetie die spreekt over "zijn volk" en waarin gesproken wordt over een breuk en een zware wonde in werkelijkheid Gods oordeel tegen ons is. Maar de Bijbelinterpreteerders van de Wachttoren hebben ervoor gekozen blind te blijven voor zulke goddelijke oordelen. Ze lijken er de voorkeur aan te geven de waan in stand te houden dat de Wachttoren de onberispelijke woordvoerder van God is en dat God op één of andere manier verplicht is zijn heerlijkheid aan ons te geven, in plaats van te erkennen dat we als organisatie Jehovah's ongenoegen en berisping over ons verdienen.

Zonder twijfel hebben de leiders van de Wachttoren bewezen dat ze als koppige "zonen" zijn, doordat ze koppig blijven vasthouden aan achterhaalde, onnauwkeurige interpretaties van profetieën, zelfs wanneer ze wel moeten weten dat zulke leerstellingen verkeerd zijn. Ook de uitbarsting van klachten tegen hen aangaande het verderfelijke beleid voor het behandelen van zaken van kindermisbruik, blijkt tegen dovemansoren gezegd te zijn. En, zoals net al aangehaald, ze hebben vertrouwen op Jehovah ingeruild voor "deals" en "compromissen" met de natiën.

En alsof dit nog niet genoeg reden is voor God om zijn volk te slaan met een zware wond, heeft de organisatie in toenemende mate haar toevlucht genomen tot repressie. Om de leugen intact te houden en controle te behouden over de gemeenten, hebben plaatselijke lichamen van ouderlingen soms op een manier gehandeld die te vergelijken valt met de afgrijselijk Katholieke inquisiteurs of de hedendaagse Taliban. Veel eerlijke en oprechte Christenen zijn onderworpen aan een rechterlijk tribunaal voor enkel het twijfelen aan de juistheid van de leerstellingen en beleid van de Wachttoren.

Net zoals de gevestigde orde van de oude Joden trachtten Jehovah's profeten tot zwijgen te brengen, is het Genootschap evenzo geneigd elke suggestie dat Jehovah's oordeel op ons van toepassing zou kunnen zijn de mond te snoeren.

arrogant elderDaarom zegt God het volgende tot zijn koppige zonen:

"Want het is een weerspannig volk, leugenachtige zonen, zonen die de wet van Jehovah niet hebben willen horen; die tot de zieners hebben gezegd: 'Gij moet niet zien', en tot degenen die visioenen hebben: 'Gij moet voor ons niet schouwen wat recht is. Spreekt tot ons vleiende dingen; schouwt bedrieglijke dingen.'"
(Jesaja 30:9, 10)

Terwijl vrijwel elke Bijbelse profeet ronduit voorzegd heeft hoe geestelijk Israël onder het oordeel van God zal komen, heeft de Wachttoren ervoor gekozen alle negatieve aspecten van deze profetische visioenen toe te passen op de Christenheid, of anders hebben ze die aankondigingen helemaal genegeerd.
Werkelijk "leugenachtige zonen!" We hebben getoond dat we de wet van Jehovah in dit opzicht niet willen horen. "Degenen die visioenen hebben" zijn degenen die het juiste begrip van de profetische visioenen die Jehovah oorspronkelijk aan de bijbelse visionairs en profeten heeft gegeven, "zien". Maar, net zoals de Joden niet ontvankelijk waren, hebben ook wij ons ongewillig betoond om Gods raad uit de Schrift te aanvaarden. We hebben er de voorkeur aan gegeven "vleiende dingen" aan te horen over hoe we in een "geestelijk paradijs" leven en hoe Jehovah zijn zogenoemde 'zichtbare organisatie' verheerlijkt. Jehovah is dus wel verplicht zijn koppige zonen een strenge slag toe te dienen, zodat zij uit hun dwaasheid ontwaken.

Omdat we als organisatie Gods Woord niet zonder voorbehoud hebben aangenomen, is het waarschijnlijk dat de Wachttoren, wanneer het samenstel ineenstort en de dag van tirranie begint, wanhopig zichzelf zal proberen te redden door als het ware "naar Egypte af te dalen" en hulp te zoeken zij wereldlijke bronnen. Nog een tragisch bewijs van "zonde op zonde stapelen."

In het licht van zulk bewijsmateriaal lijkt het alsof het belangrijkste voor de organisatie de blijvendheid van de organisatie zelf is geworden. Het is ironisch dat des te "succesvoller" de Wachttoren wordt, des te kwetsbaarder het wordt. Dat komt omdat een grote uitgeversorganisatie, waarnaar de Wachttoren de laatste decennia is uitgegroeid, ook geheel afhankelijk is van de voortdurende stabiliteit van het samenstel van dingen wil het werk voortgang kunnen vinden. Een wereldoorlog, een wereldwijde depressie of een regelrechte financiële ineenstorting, een staat van beleg als gevolg van binnenlands terrorisme, een wereldwijde dictatuur, massale rechtzaken tegen de Wachttoren, of een combinatie van deze en andere onvoorziene moeilijkheden, kan enorme druk op het Wachttorengenootschap zetten. Wanneer we uiteindelijk onder die druk komen te staan, zal werkelijk blijken of we God wel of niet vertrouwen.

 

"Uw dwaling zal worden als een gebroken stuk dat op vallen staat, een uitpuiling in een hoog opgetrokken muur"

Gods profeet schrijft verder:

"Daarom heeft de Heilige Israëls dit gezegd: ‘Met het oog op uw verwerping van dit woord, en aangezien gijlieden vertrouwt op afzetterij en op slinksheid en daarop steunt, daarom zal u deze dwaling worden als een gebroken stuk dat op vallen staat, een uitpuiling in een hoog opgetrokken muur, waarvan de instorting plotseling, in een ogenblik, kan komen.’ " (Jesaja 30:12,13)

sunrise

Terwijl we niet exact kunnen zeggen hoe de toekomst zich zal ontvouwen,
kunnen we aan de hand van daden uit het verleden voorzien hoe de leiders van de Wachttoren zouden kunnen reageren wanneer ze zich tegenover zulke hevige tegenspoed gesteld zien. Volgens de profetie zal echter geen enkele politieke en financiële invloed die het Genootschap tot dusver in deze wereld heeft vergaard, de volledige ineenstorting van de organisatie in de nabije toekomst kunnen voorkomen.

De leerstelling aangaande 1914 waaraan de Wachttoren hardnekkig heeft vastgehouden, ondanks het zich opstapelende bewijs welke de onjuistheid ervan bewijst, en welke het profetische fundament is van de organisatie, zal zeker direct ineenstorten bij de echte tegenwoordigheid van Jezus Christus. De verkeerde bijbelse interpretaties zijn als een stenen muur opgebouwd en onverstandig genoeg zijn we daar op gaan leunen. Maar, geen enkele hoeveelheid dogmatisme of wettelijk manoeuvreren kan de muur van de Wachttoren, welke beslist gaat vallen, omhoog houden.

De moderne geschiedenis van Jehovah's Getuigen heeft velen van ons ervan overtuigd dat het Wachttorengenootschap altijd zal overwinnen. In tijden waarin Jehovah's Getuigen vervolgd zijn, is ze altijd een plaats van bescherming voor ons geweest. Vaak hebben we verlichting gevonden door een beroep te doen op de grondwet waarin religieuze vrijheid wordt gegarandeerd. Tot op de dag van vandaag heeft de wettelijke afdeling van de Wachttoren zich hard gemaakt voor religieuze vrijheid van Jehovah's Getuigen. De organisatie is in tijden van moeilijkheden en ellende een ondersteuning geweest voor Jehovah's Getuigen. We zijn erop gaan vertrouwen dat de organisatie altijd de waarheid spreekt en onderwijst en het juiste doet. Daarom zijn we de Wachttoren dus gaan bezien als een beschermende muur om ons heen. Maar, vertrouwen op welke menselijk organisatie maar ook, vooral één die beweert Jehovah's zichtbare organisatie te zijn, is een ernstige fout. Het voorbeeld van de manier waarop de Joden vertrouwden op het Joodse stelsel zou genoeg bewijs hiervoor moeten zijn.

Ongetwijfeld is datgene wat door ons Gods "aardse" organisatie wordt genoemd, samen met het geheel aan leerstellingen en beleid, alsook de fysieke infrastructuur van het Genootschap, in de profetieën voorbestemd om neergehaald te worden. Omdat we ons vertrouwen onterecht op een organisatie hebben gesteld in plaats van op Jehovah, voorzegd de profetie het eindresultaat:

"En men zal hem stellig breken zoals men een grote pottenbakkerskruik breekt, die wordt stukgeslagen zonder dat men haar verschoont, zodat er onder haar stukgeslagen brokken geen scherf van aardewerk gevonden kan worden om daarmee het vuur uit de haardstede te halen of water uit een drassige plaats te scheppen." (Jesaja 30:14)

Ja, Jehovah's "aardse" organisatie zal worden stukgeslagen!

Jehovah's Getuigen mogen er dan misschien de voorkeur aan geven om te geloven dat de profetie niet van toepassing is het hedendaagse Israël van God, met het Wachttorengenootschap als metgezel, maar het volgende vers laat zien dat dit wel het geval. Jesaja 30:15 zegt verder:

"Want dit heeft de Soevereine Heer Jehovah, de Heilige Israëls, gezegd: ‘Door ommekeer en rust zult gijlieden worden gered. Uw kracht zal eenvoudig gelegen blijken te zijn in rustig blijven en in vertrouwen.’ Maar gij hebt niet gewild."

Volgens Jehovah's beweringen moeten we rustig blijven en simpelweg vertrouwen op God wanneer de verdrukking over ons komt, slechts dan kunnen we genade en redding ontvangen. Ongetwijfeld nemen Jehovah's Getuigen aan dat we dit als vanzelfsprekend zullen doen.

We kunnen ons echter het volgende afvragen: Welke basis heeft de Christenheid voor het vertrouwen op Jehovah teneinde gered te worden? Die is er niet. Degenen waarvan Jehovah dus verwacht dat zij op hem zullen vertrouwen, kunnen dus niemand anders zijn dan Jehovah's Getuigen. Maar, volgens de profetie zullen degenen die Jehovah redding wil verlenen niet op hem vertrouwen wanneer de tijd daar is. Ongetwijfeld is dit een gevolg van ons vertrouwen in onze eigen kracht en in menselijke organisaties en instellingen. Geen enkele menselijke bron zal echter een hulp kunnen zijn tijdens de hitte van Jehovah's toorn. Het resultaat zal zijn dat er

"duizend zullen beven wegens de bestraffing van één; wegens de bestraffing van vijf zult gij vluchten, totdat gij zult zijn overgebleven als een mast op een bergtop en als een signaal op een heuvel." (Jesaja 30:17)

Wat zal dat een zielige aanblik zijn, wanneer Jehovah's trotse volk kruipt voor de tirannieke vijand. Zo'n vernederende gebeurtenis zal de omstandigheid creëren waarin we op onze knieën worden gedwongen en moeten erkennen dat we Jehovah nooit als vanzelfsprekend moeten bezien of de pretentie hebben hem te dienen. Maar, daar Jehovah's voornemen verbonden is met zijn gezalfde gemeente, verplicht ons beven voor de vijand Jehovah ertoe het voor zijn gelouterde volk op te nemen.

Tijdens het oordeel zullen we gedwongen worden een volledige bekentenis voor God te doen voor alle slechte en dwaze dingen die we hebben gedaan, zowel als organisatie als individueel. En Jehovah's Getuigen moeten God smeken om vergevening voor de ongelooflijke schande die we over zijn heilige naam hebben gebracht. Daarom zegt het 18de vers:

"En daarom zal Jehovah er vol verwachting naar blijven uitzien u gunst te betonen, en daarom zal hij opstaan om u barmhartigheid te betonen."

De pijnlijke les die alle mensen binnenkort moeten leren, is dat Jehovah God de terechte soeverein van deze wereld is. De nachtmerrie die deze wereld zal overkomen, zal zonder twijfel bewijzen dat mensen niet de wijsheid bezitten zichzelf te regeren.

Uiteindelijk moeten Jehovah's Getuigen ook inzien dat Jehovah God is op een manier die we hiervoor niet kenden. Het is waar dat we mentaal bezien reeds erkennen dat Jehovah God is. Maar, soms leven we alsof dat niet zo is. En omdat Jehovah verborgen voor ons blijft tot de tijd waarin zijn oordelen worden onthult, zijn we geneigd onze eigen raad op te volgen en op ons eigen verstand en kracht te vertrouwen. Ons organisatorische pad tot redding heeft diepe kuilen en hobbels. Uiteindelijk zal de door onszelf bepaalde koers rampzalig aflopen, waarbij alleen onze genadige God ons kan redden.

Het 22ste vers voorzegd het volgende wanneer we Jehovah's strenge beripsping en zijn instructies accepteren:

"En gijlieden moet het overtreksel van uw zilveren gehouwen beelden en de nauwsluitende bekleding van uw gouden gegoten beeld verontreinigen. Gij zult ze wegstrooien. Als een menstruerende vrouw zult gij ertegen zeggen: ‘Louter vuil!’ "

Volgens de apostel Paulus is iets wat onder mensen als verheven wordt bezien, voor Jehovah een walgelijk iets. Tijdens het oordeel zal Jehovah zijn afkeer duidelijk maken, zodat Jehovah's volk nooit meer een zogenoemde "aardse" organisatie zal verheffen tot de verheven plaats waar de Wachttoren zich nu bevindt. Pas nadat we de onreine zaken die ons tot struikelen hebben gebracht achter ons laten en pas nadat we Jehovah als onze Grootse Onderwijzer aannemen, ja, pas dan, en alleen dan, zal God ware bevrijding brengen door zijn langverwachte zegen van het geestelijke paradijs uit te storten.

Ja, dan zullen Jehovah's gekozenen 'zo helder schijnen als de zon in het koninkrijk van hun Vader.' Dat komt omdat Jehovah persoonlijk zijn heilige geest rechtstreeks op een ieder zal uitstorten. Het resultaat zal schitterend nieuw licht zijn en een nieuwe geest in een ieder, op een manier die geen van ons ooit heeft meegemaakt of zelfs maar voorgesteld.

Jehovah onthult in Jesaja 30:26 de grootsheid van de waarheid welke nog onthuld moet worden door het te vergelijken met letterlijk licht. Er staat:

"En het licht van de volle maan moet worden als het licht van de gloeiende zon; en ook het licht van de gloeiende zon zal zevenmaal sterker worden, als het licht van zeven dagen, op de dag dat Jehovah de breuk van zijn volk verbindt en zelfs de zware wonde die het gevolg is van de door hem toegebrachte slag geneest."

 

"Wanneer zelfs het volk in Sion in Jeruzalem zal wonen,
zult Gij geenszins wenen"

De opgetekende geschiedenis in de Bijbel ten aanzien van Jehovah's bemoeienissen met het oude Israël laten zien dat strenge bestraffing vaak de enige manier is waarop God de harten van zijn volk kan bereiken. Maar, wij worden er ook van verzekerd dat, ondanks dat Jehovah ons geen vrijstelling zal geven van verdiende straf, hij daarna ook "goed en bereid tot vergeven" is.

sunriseDe profeet Jesaja schrijft vervolgens de volgende aanmoedigende woorden:

 

"Wanneer zelfs het volk in Sion in Jeruzalem zal wonen, zult gij geenszins wenen. Hij zal u zonder mankeren gunst betonen op het geluid van uw geroep; zodra hij het hoort, zal hij u werkelijk antwoorden." (Jesaja 30:19)

We moeten niet veronderstellen dat iemand redding zal ontvangen voordat we ernstig in het nauw zitten en in een hulpeloze toestand zijn gebracht, zodat we gedwongen worden ons tot Jehovah te richten voor zijn genade. In werkelijkheid heeft God ons geloof voorbereid, zodat we de komende zware wonde door hem kunnen weerstaan waarna hij ons uiteindelijk kan toestaan zijn koninkrijk binnen te gaan.

Dat brengt ons terug bij de brief die Paulus oorspronkelijk aan de Hebreeën
schreef. Wellicht kunnen we nu beter begrijpen waarom de apostel Christenen aanmoedigde te blijven staan voor de ontzagwekkende hemelse Berg Sion. De ware stad van God bestaat in de hemelen, niet op aarde. Hebreeën 12:18 zegt: "Want gij zijt niet genaderd tot dat wat betast kan worden en wat met vuur in vlam is gezet, en een donkere wolk en dikke duisternis en een storm..."

Wanneer we hier op aarde geen stad hebben die voortduurt en welke kan worden gezien of "betast," zoals Paulus het beschreef, misleiden we onszelf wanneer we vertrouwen stellen in de veronderstelde blijvendheid van elke zogenoemde "aardse" organisatie. Zoals Psalm 127:1 zegt: "Als Jehovah zelf het huis niet bouwt, is het tevergeefs dat de bouwers ervan er hard aan hebben gewerkt. Als Jehovah zelf de stad niet bewaakt, is het tevergeefs dat de wachter heeft gewaakt."

Nee, de komende ineenstorting van het Wachttorengenootschap zal niet het
einde van ons geloof als Jehovah's Getuigen betekenen; het zal hét moment van de waarheid zijn voor ons geloof, wat noodzakelijkerwijs als door vuur getest moet worden. Het zal voor ons het begin kenmerken van Jehovah's geweldige Oordeels Dag en zal de broodnodige berisping en vernedering voor de leiders van de organisatie verschaffen en ook de broodnodige berisping en loutering van onze eigen verkeerde opvattingen en ons misplaatste vertrouwen in de blijvendheid van een samenstel dat enkel bestaat om een kleine rol te spelen in Jehovah's Voornemen, net zoals het Joodse samenstel die rol eens vervulde.

En, de belangrijkste reden om uit te kijken naar de komende ineenstorting van de Wachttoren is dat Jehovah zichzelf daardoor eindelijk volledig als God en Redder kan bewijzen.

Essay van eWatchman © 2004
Nederlandse vertaling: Ezra Swols

Pfeil nach oben


Download:

PDF-Symbol zum Downloaden des Textes "De-Ineenstorting-van-de-Wachttoren.pdf" (260 KB)