Deutsch   English   Français   Nederlands   Español

JHWH in hebreese letters
besucherzaehler-homepage.de

4 Het Mysterie van de Antichrist –
de Mens der Wetteloosheid

"Want dan zal de wetteloze geopenbaard worden, die door de Heer Jezus weggedaan zal worden door de geest van zijn mond en tenietgedaan zal worden door de manifestatie van zijn tegenwoordigheid."

(2 Thessalonnicenzen 2:8)

De meeste mensen houden wel van een goed wie-heeft-het-gedaan raadsel. Er bestaat echter een levensecht raadsel dat het leven van een ieder die leeft zal gaan beïnvloeden - vooral dat van Jehovah's Getuigen. Dit raadsel bestaat uit het identificeren van de zogenoemde "antichrist" en "de mens der wetteloosheid". De nu volgende informatie wordt gegeven in de hoop dat een ieder die waarheid liefheeft zal worden geholpen hun geloof in de waarheid te versterken.

Het overkoepelende thema van elke Hebreeuwse profeet, met uitzondering van Jona, is de verderving, ontvolking en het daarop volgende herstel van Israël. Voor alle hedendaagse Jehovah's Getuigen moet het interessant zijn dat een nauwkeurigere bestudering van de profetieën die te maken hebben met het oude Israël, zal onthullen dat veel aspecten van Gods rechterlijke beslissingen feitelijk van toepassing zijn op de Christelijke organisatie. Vanaf de tijd dat het Israël Gods werd opgericht in 33 GT, heeft Jehovah zijn geestelijke natie niet geoordeeld. We hebben echter voldoende reden te geloven dat Gods oordeel over zijn volk en het gehele samenstel van dingen binnenkort zal beginnen.

Volgens de grootste profeet, Jezus, zullen Jehovah's oordelen gestalte krijgen tijdens een periode die het "besluit van het samenstel van dingen" wordt genoemd, wanneer "engelen zullen uitgaan en de goddelozen uit het midden der rechtvaardigen [zullen] afscheiden." Daar zo'n scheiding nog niet heeft plaatsgevonden, is het duidelijk dat het besluit van het samenstel van dingen nog niet is begonnen. Dit is belangrijk in verband met het oplossen van het mysterie van de antichrist, omdat de antichrist en mens der wetteloosheid zullen verschijnen tijdens het oordeel; tijdens het laatste uur en tegenwoordigheid van Christus. Laten we daarom eerst eens een frisse blik werpen op het teken van Christus' tegenwoordigheid.

Toen Jezus door zijn apostelen werd ondervraagd over wanneer zijn tegenwoordigheid zou beginnen en wat het teken zou zijn waarnaar ze moesten uitkijken, gaf hij een korte beschrijving van gebeurtenissen die bekend zijn aan alle Jehovah's Getuigen. Jezus zei: "Natie zal tegen natie opstaan en koninkrijk tegen koninkrijk; en er zullen grote aardbevingen zijn, en in de ene plaats na de andere pestilenties en voedseltekorten; en er zullen vreselijke schouwspelen en van de hemel grote tekenen zijn." (Lukas 21:10, 11)

Lukas 21:9 zegt dat "deze dingen eerst moeten geschieden, maar dat het einde nog niet onmiddellijk komt." In het verslag van Mattheüs van Jezus' woorden, voegt hij er echter aan toe: "Onmiddellijk na de verdrukking van die dagen zal de zon worden verduisterd, en de maan zal haar licht niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen worden geschokt." De uitdrukking "onmiddellijk na de verdrukking van die dagen" doet de lezer geloven dat de gebeurtenissen die Jezus beschreef als een "begin van de weeën der benauwdheid," de oorlogen, aardbevingen, voedseltekorten en pestilentieën, onmiddellijk gevolgd zullen worden door de ineenstorting van het samenstel van dingen, wat gekenmerkt wordt door de verduistering van de zon en andere beangstigende hemelse verschijnselen die wijzen op rampzalige gebeurtenissen. Vervolgens komt enige tijd later het definitieve einde.

Openbaring bevestigt dat deze opeenvolging van gebeurtenissen zich in snel tempo zullen voltrekken wanneer de zeven zegels zullen worden verbroken. Nu is er echter bijna 90 jaar voorbij gegaan sinds, naar men veronderstelt, de Eerste Wereldoorlog het begin van de weeën der benauwdheid over dit samenstel markeerde, en zijn de dingen waarvan Jezus zei dat ze onmiddellijk na de eerste verdrukking zouden volgen, nog steeds niet gebeurt. Dus, hoe moeten we de uitdrukking "onmiddellijk na" begrijpen?

Een ander probleem dat rijst door het aanwijzen van 1914 als het jaar waarin de weeën der benauwdheid zijn begonnen, is dat Jezus hierna het volgende zei: "Wanneer gij al deze dingen ziet, weet dan dat hij nabij is, voor de deur." "Al deze dingen" omvat ook de hemelse verschijnselen en de diverse andere dingen die, zoals al eerder vermeld, nog niet gebeurd zijn. Jezus zegt in het volgende vers ook nog "dat dit geslacht geenszins zal voorbijgaan voordat al deze dingen geschieden." Het is duidelijk dat Jezus een geslacht gebruikte om een tijdskader aan te geven. Willen Jezus' woorden "wanneer gij al deze dingen ziet" enige relevantie hebben, dan moet het zo zijn dat individuele personen alle voorzegde gebeurtenissen kunnen aanschouwen wanneer ze zich ontvouwen.

De huidige generatie heeft echter geen directe herinnering aan de Eerste Wereldoorlog. De gebeurtenissen in 1914-1919 hebben op degenen die toen leefden zeker een grote invloed gehad, maar voor nu levende personen heeft het weinig relevantie. Feit is dat het grootste gedeelte van de generatie die geleden heeft tijdens de Eerste Wereldoorlog niet meer in leven is en dat de huidige generatie nog steeds niet "al deze dingen" heeft meegemaakt die Jezus heeft voorzegd. Niet om de gebeurtenissen van toen te onderschatten, maar het is simpelweg niet redelijk dat het besluit van het samenstel van dingen bijna een eeuw geleden is begonnen.

Nog een aspect van het teken van Jezus' tegenwoordigheid staat beschreven in Mattheüs 24:10-13, waar staat: "Dan zullen ook velen tot struikelen worden gebracht en elkaar verraden en elkaar haten. En vele valse profeten zullen opstaan en velen misleiden; en wegens het toenemen der wetteloosheid zal de liefde van de meesten verkoelen. Maar wie tot het einde heeft volhard, die zal gered worden."

Is dit gedeelte van Jezus' profetie reeds in vervulling gegaan? De Wachttoren heeft de voorzegde "toename van wetteloosheid" toegepast op het toenemende geweld en criminele activiteit in de wereld in de laatste decennia. De context geeft echter te kennen dat de toename van wetteloosheid binnen de Christelijke organisatie plaatsvindt. Wetteloosheid wordt in de Schriften verder ook verbonden aan religieuze hypocrisie en afvalligheid. In het 7de hoofdstuk van Mattheüs worden bijvoorbeeld degenen die Jezus enkel pretenderen te volgen, geoordeeld als zijnde "werkers der wetteloosheid." We hebben geen reden te geloven dat degenen die beweren dat ze hebben geprofeteerd en krachtige werken hebben verricht in de naam van de Heer, veroordeeld worden omdat ze enkel onbeduidende misdadigers zijn.

Nog een aspect van de profetie dat we moeten beschouwen is wanneer Jezus zegt: "En vele valse profeten zullen opstaan en velen misleiden." Elders in de schriften, namelijk in 2 Petrus, Judas en Openbaring, worden valse profeten beschreven als bepaalde mannen die stilletjes binnen de gemeenten opereren. Ja, Jezus waarschuwde zijn dicipelen verder heel specifiek dat valse profeten en valse christussen tijdens de verdrukking een groot geestelijk gevaar zouden vormen, zelfs voor de gekozenen. Maar, willen zulke misleidende personen enige invloed hebben op Jehovah's gekozenen, dan is het noodzakelijk dat zij zich binnen de organisatie bevinden door zich voor te doen als leraren en leiders.

De vele zaken van kindermisbruik en doofpotaffaires die in recente jaren zijn voorgekomen, zijn symptomen van de voorzegde toename van wetteloosheid binnen de organisatie. Voor een ander voorbeeld van wetteloosheid en bedrog van de kant van het Wachttorengenootschap kunnen we wijzen op het geheime NGO-verbond dat de Wachttoren had met de Verenigde Naties. Ondanks dat er klaarblijkelijk velen zijn gestruikeld over deze hypocriete en wetteloze daden, kunnen we toch niet zeggen dat de ijver van de meesten verkoeld is. Daar Christus' tegenwoordigheid klaarblijkelijk nog in de toekomst ligt, lijkt het erop dat de organisatie een complete morele en geestelijke ineenstorting zal ondergaan tijdens het besluit van het samenstel van dingen welke door profetieën is voorzegd. Degenen die uiteindelijk gered worden, moeten op zeker moment met succes het hoofd bieden aan de uitdagingen die ze krijgen toegeworpen door de valse profeten. Ze moeten over struikelblokken heenstappen en de daden van bedrog van hun broeders overleven. Ze moeten de hypocrisie en verwarring die in een toekomende tijd over de organisatie moeten komen, verduren.

"Het Komt Niet Tenzij Eerst de Afval Komt"

Evenals hedendaagse Jehovah's Getuigen, keken ook de 1ste eeuwse Christenen met voortdurende verwachting uit naar Christus' wederkomst. Ongeveer 20 jaar later in het Christelijke tijdperk, zond Paulus echter een waarschuwend woord naar de broeders. In 2 Thessalonicenzen 2:1, 2 schreef hij: "Broeders, met betrekking tot de tegenwoordigheid van onze Heer Jezus Christus en ons vergaderd worden tot hem, verzoeken wij u echter uw denken niet vlug in de war te laten brengen, noch opgewonden te raken, hetzij door middel van een geïnspireerde uiting of door middel van een mondelinge boodschap of door middel van een brief die van ons afkomstig zou zijn, hierop neerkomend, dat de dag van Jehovah reeds is aangebroken."

De apostel zei verder: "Laat niemand u op enigerlei wijze misleiden, want die dag komt niet tenzij eerst de afval komt en de mens der wetteloosheid wordt geopenbaard, de zoon der vernietiging."

Volgens de openbaring van de apostel zou de tegenwoordigheid van Christus en zijn uiteindelijke manifestatie aan de wereld worden voorafgegaan door een afval onder Christenen. Volgens de Wachttoren is de mens der wetteloosheid een afbeelding van de klasse van geestelijken die zich, als gevolg van het langzaam afdrijven van het Christendom in afvalligheid, honderden jaren geleden begon te ontwikkelen. Terwijl er geen twijfel over bestaat dat de opeenhoping van sekten en denominaties die bekend staat als de Christenheid een afvallige en frauduleuse vorm van het Christendom is, willen wij antwoord op de volgende vraag krijgen: Is de mens de wetteloosheid werkelijk de klasse der geestelijken?

Indien dat werkelijk zo is, geeft de profetie van Paulus niet veel behulpzame informatie over wanneer de tegenwoordigheid zou kunnen beginnen, omdat de afval al vele eeuwen geleden begon. Aan de andere kant geeft de profetie zeker de indruk dat de afval zich als een directe inleiding voor Jezus' tegenwoordigheid zal voordoen en dat het een groeiende verontrusting is onder Gods volk tot het moment dat Christus ingrijpt. Beschouw eens het volgende.

De profetie zegt dat de mens der wetteloosheid "in de tempel van De God gaat zitten en zich in het openbaar vertoont als een god." We erkennen dat Gods tempel altijd het gehele lichaam van gezalfde gelovigen is. Paulus schreef bijvoorbeeld in 1 Korinthiërs 3:16 het volgende: "Weet gij niet dat gijlieden Gods tempel zijt en dat de geest van God in u woont?"

En wederom in 2 Korinthiërs 6:16: "Want wij zijn een tempel van een levende God."

En ook in Efeziërs 2:20-22: "En gij zijt opgebouwd op het fundament ... terwijl Christus Jezus zelf de fundament-hoeksteen is. In eendracht met hem groeit het gehele gebouw, harmonisch samengevoegd, uit tot een heilige tempel voor Jehovah. In eendracht met hem wordt ook gij mede opgebouwd tot een plaats waarin God door geest woont."

De mens der wetteloosheid gaat dus zitten binnen Jehovah's organisatie, binnen de intieme groep van gezalfde zonen van God en hij verheft zich arrogant boven iedereen, inclusief Christus zelf. Dat we hebben geconcludeerd dat de geestelijken een samengestelde mens der wetteloosheid vormen, is begrijpelijk. Vooral door de manier waarop de Paus uit Rome zichzelf in zo'n verheven positie heeft geplaatst en eeuwen lang zo goed als aanbeden werd door Katholieken. De Katholieke Paus maakt aanspraak op autoriteit over de tempel van God, omdat wordt verondersteld dat die positie is geërft van de apostel Petrus. Deze leerstelling wordt de apostolische successie genoemd. Al in de jaren 1850 werd erkend dat de Paus overeen leek te komen met het profiel van de mens der wetteloosheid.

Maar kan er werkelijk worden gezegd dat de geestelijken nu in de tempel van God zitten? Hoe kan het dat er wordt gezegd dat wanneer Jezus de mens de wetteloosheid openbaart hij in de tempel van God zit, terwijl de geestelijken enkel presideren over het afvallige Christendom? Merk op dat de profetie niet zegt dat hij enkel beweert in de tempel van God te zitten, zoals de geestelijken enkel beweren God te vertegenwoordigen; er wordt gezegd dat hij werkelijk in Jehovah's tempel zit.

Een ander probleem met de huidige interpretatie van de Wachttoren is dat de mens der wetteloosheid, volgens de profetie, alleen geopenbaard wordt tijdens Jezus' tegenwoordigheid. Maar, zoals reeds hierboven en in diverse andere essays is besproken, zijn er vele facetten van Christus' tegenwoordigheid die simpelweg nog niet zichtbaar zijn. Daarbij komt dat schriftuurlijk kan worden bewezen dat 1914 niet het einde van de Tijden der Heidenen was, noch het begin van de zogenoemde tijd van het einde of besluit van het samenstel van dingen. (Zie de essay: Was 1914 het Einde van de Tijden der Heidenen?) Dat betekent dat de ontmaskering van de geestelijken die gedurende de jaren door de Wachttoren is ondersteund, niet het resultaat is van Christus' tegenwoordigheid.

We hebben niet begrepen dat de tegenwoordigheid van Christus het einde is van ons geloof. De parousia is geen langgerekte periode die diverse generaties overbrugt waarin we constant moeten volharden en op wacht moeten blijven staan zelfs tijdens Christus' tegenwoordigheid. De brief van Jakobus zegt bijvoorbeeld: "Oefent daarom geduld, broeders, tot de tegenwoordigheid van de Heer. Ziet! De boer wacht de kostbare vrucht van de aarde af en oefent ten aanzien ervan geduld totdat hij de vroege regen en de late regen krijgt. Oefent ook gij geduld; maakt uw hart standvastig, want de tegenwoordigheid van de Heer is nabij gekomen." (Jakobus 5:7,8)

Waarom moeten we tientallen jaren geduld blijven oefenen, zelfs na de tijd waarvan we veronderstellen dat toen de langverwachte tegenwoordigheid begon, wanneer we geduld moeten blijven oefenen "tot de tegenwoordigheid" van de Heer? We hebben niet echt acht geslagen op Paulus' raad om "ons denken niet vlug in de war te laten brengen, noch opgewonden te raken, hetzij door middel van een mondelinge boodschap of door middel van een brief die van ons afkomstig zou zijn." (2 Thess. 2:2)

In feite heeft de Wachttoren ons mondelinge boodschappen en apostolisch-achtige brieven gegeven die veroorzaakt hebben dat ons denken in de war is gebracht, zodat we niet op een juiste wijze over deze zaken hebben geredeneerd. We zijn vele jaren geprikkeld zodat we opgewonden zijn geworden over het feit dat Jehovah's dag aanstaande was. We zijn misleid doordat we datgene geloven waartegen Paulus juist waarschuwde toen hij zei: "Laat niemand u op enigerlei wijze misleiden."

Jehovah's Getuigen moeten op een gegeven moment, waarschijnlijk gedurende de feitelijk parousia, begrijpen dat Christus' tegenwoordigheid niet begon in 1914 zoals we dachten. Dat zal ongetwijfeld voor velen een heel verwarrende en traumatische ervaring zijn om te moeten ondergaan. Maar het feit dat Christus' tegenwoordigheid nog niet is begonnen, betekent ook dat de mens der wetteloosheid nog niet is geopenbaard en dit vormt een nog groter potentiëel geestelijk gevaar. En daar de mens der wetteloosheid in de tempel van God zit tegen de tijd dat Jezus hem openbaart tijdens zijn parousia, kan de geestelijkheid onmogelijk een samengestelde mens der wetteloosheid zijn die neerzit te midden van Christus' broeders. Dit komt omdat het nu onmogelijk is voor de geestelijken om zo'n soort autoriteit uit te oefenen over Jehovah's Getuigen, omdat ze simpelweg niet de geloofwaardigheid hebben om ons te beïnvloeden.

Dit zo beredenerend wordt het duidelijk dat de mens der wetteloosheid in de toekomst zal oprijzen binnen de groep van Jehovah's gezalfden; dit betekent dat hij dan vanuit de hoogste gelederen van het Wachttorengenootschap zal komen. De afval waarover Paulus sprak die eerst moest komen, is niet de afval van het Christendom die eeuwen geleden begon en uiteindelijk de vorm van de Christenheid heeft bepaald. De afval die onmiddellijk aan Christus' tegenwoordigheid vooraf gaat, vindt plaats onder Jehovah's Getuigen en wordt voorgezeten door de mens der wetteloosheid! Dat verklaart ook waarom er een "toename van wetteloosheid" in de Christelijke gemeente is, en verder nog zal zijn, wanneer we inzien dat we vatbaar zijn voor de verradelijke invloed van de mens der wetteloosheid.

"De Zoon der Vernietiging"

Eén essentiële aanwijzing die ons dichter bij de ontknoping van het mysterie aangaande de identiteit van de mens der wetteloosheid kan brengen, is dat Paulus hem "de zoon der vernietiging" noemt. Het is veelzeggend dat deze uitdrukking op de enige andere plaats waar hij in de Schrift voorkomt van toepassing wordt gebracht op Judas. In Johannes 17:12 zegt Jezus in gebed: "Toen ik bij hen was, waakte ik steeds over hen ter wille van uw naam, die gij mij hebt gegeven; en ik heb hen bewaard, en niet één van hen is vernietigd, behalve de zoon der vernietiging, opdat de schriftplaats vervuld zou worden."

Eén schriftplaats die in Judas zijn vervulling vond, is Psalm 41:9 waar staat: "Ook de man die in vrede met mij leefde, op wie ik vertrouwde, Die mijn brood at, heeft zijn hiel grootgemaakt tegen mij."

Ook het 109de hoofdstuk van Psalm spreekt profetisch over de zoon der vernietiging. Het luidt: "Laten zijn dagen weinige blijken te zijn; Iemand anders neme zijn ambt van opzicht."

Om iemands vertrouwen te kunnen schaden, is het noodzakelijk eerst zijn/haar vertrouwen te winnen. Dus, net zoals de oorspronkelijke zoon der vernietiging een vertrouwde metgezel van Christus was en samen met de 11 andere apostelen een opziener was, moet evenzo de mens der wetteloosheid afkomstig zijn uit degenen die zich in een vertrouwde positie van opzicht binnen de getrouwe slaaf en Besturend Lichaam van Jehovah's Getuigen bevinden. Net als Judas delen zij, samen met Christus' broeders, in het eten van het brood tijdens de Avondmaaltijd van de Heer. Als gerespecteerde opzieners zijn zij in de positie onjuist te handelen ten opzichte van hun broeders en uiteindelijk zelfs regelrechte verraders te worden. Het is interessant dat sommige apecten uit Psalm 109 niet passen bij de man Judas. Het 16de vers zegt bijvoorbeeld: "Maar de ellendige en arme bleef vervolgen, En de moedeloze van hart, om hem ter dood te brengen."

Tijdens de uitbarsting van de verontrustende tijd die voor ons ligt, wanneer Jehovah's organisatie neergeveld zal worden, zullen verwarring en ontmoediging zich ongetwijfeld wijd verspreiden. Psalm 10:9, 10 spreekt over de ellendige en ontmoedigde personen die ten prooi vallen aan degenen die in een hinderlaag liggen. Het luidt: "Hij blijft op de loer liggen in de verborgen plaats als een leeuw in zijn schuilhoek van kreupelhout. Hij blijft op de loer liggen om de een of andere ellendige met geweld weg te voeren. Hij voert de ellendige met geweld weg wanneer hij zijn net dichttrekt. Hij wordt verbrijzeld, hij buigt zich, En het leger van neerslachtigen moet in zijn sterke klauwen vallen."

De Christelijke schrijvers voorzeiden dat beestachtige mannen Christus' kudde zouden infiltreren gedurende de laatste dagen. Judas vergeleek hen met onder water verborgen klippen die potentiële struikelblokken voor onschuldige Christenen zouden vormen. Jezus zei in verband hiermee dat, tijdens zijn tegenwoordigheid, familieleden zelfs hun eigen bloedverwanten zouden overleveren om ter dood gebracht te worden en dat velen elkaar zouden haten en elkaar zouden bedriegen. Gedurende de tijd van verdrukking zullen ongetwijfeld velen zwichten onder de invloed van de Duivel en de mens der wetteloosheid door hun broeders te bedriegen.

Net zoals de apostelen zich niet bewust waren van het afdrijven van Judas, zelfs nadat Christus hem de bete gaf die hem als verrader aanduidde, zo moet ook degene die beschreven wordt als leeuw in zijn verborgen plaats de mens der wetteloosheid zijn die tot nu toe verborgen is binnen het Genootschap. Klaarblijkelijk zal hij daar ook blijven tot de tijd wanneer Christus hem uiteindelijk openbaart en vernietigt. Tijdens Christus' tegenwoordigheid zal het net zich dus om Jehovah's argeloze volk sluiten, wanneer de voorzegde toename van afval en wetteloosheid zal bewerkstelligen dat de liefde van de meesten binnen de organisatie zal verkoelen. Met andere woorden, wanneer de dingen niet zo gaan als we verwachten, zullen velen neerslachtig worden en dit maakt hen kwetsbaar om ten prooi te vallen aan de roofzuchtige zoon der vernietiging die zich in ons midden verborgen houdt.

Terugkerend naar Psalm 109, vers 20, wordt in het meervoud over de verraders van Christus gesproken, als degenen die Christus weerstaan en kwaad tegen hem spreken. Evenzo voorzegt het 29ste vers Jehovah's vervloeking over degenen die Christus weerstaan. Het Hebreewse woord voor "iemand die weerstaat" of "tegenstander" is satan. Satan's naam betekent letterlijk de Tegenstrever. Deze uitdrukking wordt ook in verband gebracht met de mens der wetteloosheid, toen Paulus het volgende over hem zei: "Hij verzet zich." Met andere woorden, hij is een tegenstander.

"Neem U Nog Het Gerei Van Een Onnutte Herder"

Een andere profetie die zijn vervulling had in Judas, de oorspronkelijke zoon der vernietiging, was Zacharia 11:12, 13. Daar werd voorzegd dat het loon van Jehovah's onnutte herder 30 zilverstukken zou zijn, welke in Jehovah's schatkist zouden worden geworpen. Mattheüs 27:3-5 geeft verslag van de eigenlijke vervulling van die profetie. Er staat: "Toen nu Judas, die hem had verraden, zag dat hij veroordeeld was, kreeg hij wroeging en bracht de dertig zilverstukken bij de overpriesters en oudere mannen terug en zei: "Ik heb gezondigd toen ik rechtvaardig bloed verried." Zij zeiden: "Wat gaat ons dat aan? Dat is uw zaak!" Toen gooide hij de zilverstukken in de tempel en trok zich terug, en hij ging heen en hing zich op."

Jehovah heeft de profetieën zo gemaakt dat enkele kleine aspecten lang voor de veel grotere vervulling plaatsvinden. De oude vervulling verschaft dus enkel een patroon voor wat later zal komen. Net zoals Christus aan het einde van zijn drie-en-een-half jaar durende bediening werd verraden, kunnen we verwachten dat de aardse bediening van het lichaam van Christus door een zelfde soort ervaring, die afkomstig zal zijn van hun verraders, zal eindigen. Er zijn inderdaad diverse Psalmen die hierover spreken.

Dus terwijl het waar is dat Zacharia aangaande de herder Christus voorzei dat hij geslagen zou worden zodat de schapen verstrooid zouden worden, verschaft het 11de hoofdstuk van Zacharia teveel details om ze simpelweg op de 1ste eeuwse kudde van toepassing te kunnen brengen.

Zacharia 11:4, 5 zegt bijvoorbeeld: "Dit heeft Jehovah, mijn God, gezegd: 'Weid de kudde bestemd ter doding, want de kopers van de schapen gaan ertoe over ze te doden, ofschoon zij niet schuldig worden gehouden. En zij die ze verkopen, zeggen: "Jehovah zij gezegend, terwijl ik rijkdom zal verwerven." En hun eigen herders tonen in het geheel geen mededogen met hen.'"

Net zoals Judas de Zoon des mensen voor 30 zilverstukken verraadde door middel van een kus, loven deze slechte herders die hun schapen bedriegen om zichzelf te verrijken evenzo hypocriet Jehovah. Dat betekent dat ze zichzelf voordoen als Jehovah's Getuigen met als doel autoriteit over Jehovah's vertrouwende schapen te bemachtigen. Blijkbaar is de mens der wetteloosheid samengesteld uit de slechte herders die de schapen overgeven aan de slacht. Jehovah moet de mens der wetteloosheid klaarblijkelijk een korte tijd toestaan volledige controle over zijn organisatie te hebben, wil hij "neerzitten in de tempel van de God."

Zacharia 11:15, 16 lijkt dit te voorzeggen wanneer daar het volgende staat: En Jehovah zei voorts tot mij: (aangaande de boze slaaf of herder) "Neem u nog het gerei van een onnutte herder. Want zie, ik laat een herder opstaan in het land. Aan de schapen die verdelgd worden, zal hij geen aandacht schenken. Het jonge zal hij niet zoeken, en het gebroken schaap zal hij niet helen. Het nog overeind staande zal hij niet van voedsel voorzien, en het vlees van het vette zal hij eten, en de hoeven van de schapen zal hij afrukken."

Wie kunnen de "kopers" zijn aan wie de onnutte herders Jehovah's schapen verkopen? Zacharia 11:6 geeft antwoord: "Daarom, zie, ik laat de mensen een ieder in de hand van zijn metgezel en in de hand van zijn koning geraken; en zij zullen stellig het land verbrijzelen, en ik zal geen bevrijding uit hun hand bewerkstelligen."

Dit vers geeft aan dat het oordeel over Gods organisatie samenhangt met een tijd van verdrukking voor de gehele mensheid. De lezer moet hierbij in gedachte houden dat het boek Zacharia geschreven is nadat Jeruzalem werd woestgelegd door de Babyloniërs. De koning waarover de profeet spreekt kan dus niet Nebukadnezar zijn. En daar dit gedeelte van de profetie geen duidelijke toepassing heeft op de eerste eeuw, moet het een oordeel zijn dat voor later tijdstip is bewaard.

Volgens Daniëls profetie zal de koning met bars gelaat, ook wel bekend als de koning van het noorden, de mensheid tiranniseren en al de heiligen in het verderf storten terwijl hij in de heilige plaats van God staat. Zacharia 11:6 is in harmonie met vele andere profeten die hebben onthuld dat niets minder dan een wereldwijde, broedermoordende holocaust zal dienen als het laatste oordeel voor deze wereld.

Ook hier lijkt het verraden van Jezus door Judas het patroon te vormen voor wat komen gaat. In Christus' tijd was het Romeinse Rijk de koning van het noorden. De Joodse priesters en Farizeeën waren, samen met Herodus, vast van plan Christus te vernietigen en daarom verbonden ze zich met de Romeinen door middel van Pilatus. Judas verraadde daarop de Zoon des Mensen aan de Romeinse soldaten die de koning van het noorden dienden.

De apostelen pasten de 2de Psalm onder inspiratie toe op die situatie. In Handelingen 4:25-28 lezen we: "Waarom zijn natiën in tumult geraakt en hebben volken op ijdele dingen gezonnen? De koningen der aarde hebben zich opgesteld en de regeerders hebben zich als één blok aaneengesloten tegen Jehovah en tegen zijn gezalfde.' Zo ook waren in deze stad zowel Herodes als Pontius Pilatus, te zamen met mensen der natiën en met volken van Israël, in werkelijkheid vergaderd tegen uw heilige knecht Jezus, die gij hebt gezalfd, om alles te doen wat uw hand en raad van tevoren had bepaald dat zou geschieden."

De 2de Psalm heeft echter een veel grotere vervulling die zijn hoogtepunt zal bereiken wanneer Jezus de natiën zal breken als met een ijzeren scepter. Daar het 11de hoofdstuk van Zacharia ook slechts een gedeeltelijke vervulling had in de eerste eeuw, moeten de onnutte herders die de schapen zullen bedriegen en overleveren in de hand van een koning op één of andere manier betrekking hebben op de mens der wetteloosheid die Jehovah's schapen verkopen aan de Verenigde Naties, wanneer deze over de wereld zal beginnen te heersen als de uiteindelijke manifestatie van de koning van het noorden. Wanneer de Wachttoren tijdens die verdrukking geconfronteerd wordt met zijn eigen ineenstorting en faillisement is het mogelijk dat ze op verradelijke wijze één of ander verbond met de Verenigde Naties sluit om het schip drijvende te houden. We zullen zien.

Paulus schreef in 2 Thessalonicensen 2:7: "Het mysterie van deze wetteloosheid is reeds aan het werk." Ja, vele Jehovah's Getuigen waren verbijsterd toen ze hoorden over het lidmaatschap van de Wachttoren als NGO bij de Verenigde Naties. Anderen zijn diep verontrust geraakt over de onbevredigende manier waarop het Genootschap is omgegaan met kindermisbruik en op andere terreinen compromissen heeft gesloten. Door deze zaken vragen wij ons af hoe de Wachttoren zo hypocriet kan zijn. Het enige bevredigende antwoord is dat we er getuige van zijn dat "het mysterie van deze wetteloosheid reeds aan het werk is".

"Gij Hebt Gehoord Dat Antichrist Komt"

In de brief 1 Johannes schrijft de apostel: "Jonge kinderen, het is het laatste uur, en zoals gij gehoord hebt dat antichrist komt, zo zijn er ook nu vele antichristen opgestaan; uit welk feit wij te weten komen dat het laatste uur is aangebroken. Zij zijn van ons uitgegaan, maar zij waren niet van ons slag; want indien zij van ons slag waren geweest, zouden zij bij ons zijn gebleven. Doch zij zijn weggegaan opdat duidelijk aan het licht zou treden dat niet allen van ons slag zijn. En gij hebt een zalving van de heilige; gij allen hebt kennis." (1 Johannes 2:18-20)

Deze passage is nuttig omdat het verifiëert dat de antichrist tevoorschijn zal komen binnen de groep van gezalfde Christenen. Johannes laat zien dat er vele antichristen zijn geweest die "van ons zijn uitgegaan," net zoals Judas uitging van onder de apostelen. In overeenstemming met deze schriftplaats zijn er vele Jehovah's Getuigen die verklaarden een hemelse hoop te hebben, afgevallen van de waarheid en uit de organisatie gestapt. In recente jaren was één zo'n persoon zelfs een lid van het Besturend Lichaam. Dus, ondanks dat er vele gezalfden zijn geweest die antichrist zijn geworden, zal er een enkelvoudige, uiteindelijke antichrist opstaan tijdens het laatste uur. Dat betekent dat hij nu nog niet van ons is uitgegaan.

Het is interessant dat Christus de Efeziërs gedurende de dag des Heren prijst. In Openbaring 2:2 zegt hij namelijk: "Gij kunt slechte mensen niet verdragen, en dat gij hen die zeggen dat zij apostelen zijn maar het niet zijn, op de proef stelt en hen leugenaars hebt bevonden." Het is niet redelijk te veronderstellen dat degenen die beweren apostelen te zijn buiten de Christelijke organisatie opereren. Er zou voor niemand een reden bestaan hen op de proef te stellen, daar er door ware Christenen dan sowieso geen geloof gehecht zal worden aan hun bedriegelijke beweringen. Dit ondersteunt de gedachte dat de komende antichrist en mens der wetteloosheid zich leiderschap en controle over Jehovah's organisatie zal aanmatigen; ongeveer zoals de satanische personen in de eerste eeuw die door Paulus "de superfijne apostelen" werden genoemd. Alleen degenen die Jehovah en Christus kennen en die van de waarheid houden, zullen kunnen bewijzen dat zij leugenaars zijn.

Veel Bijbelboeken en geïnspreerde brieven zijn, ondanks dat ze eeuwen geleden geschreven zijn, een soort van tijd-capsules. Ze spreken namelijk in de tegenwoordige tijd over een toekomende tijd. Wanneer Johannes dus zegt: "Jonge kinderen, het is het laatste uur" en dit gedeeltelijk van toepassing brengt op het einde van het apostolische tijdperk in de eerste eeuw, is het in werkelijkheid zo dat degenen die tijdens het laatste uur in leven zijn de gezalfde Christenen zijn die leven tijdens het besluit van het samenstel van dingen. Daar Openbaring 17:12 spreekt over alle koningen der aarde die de 8ste koning gedurende een symbolische "één uur" zullen dienen en waarin ze eensgezind zullen strijden tegen Jehovah en zijn gezalfden, moet dat ene uur hetzelfde zijn als het laatste uur waarover Johannes sprak dat gekenmerkt zou worden door het verschijnen van de antichrist. Daarom kunnen we de activiteiten van de 8ste koning niet scheiden van die van de antichrist.

Beschouw eens wat Daniël 11:36 zegt in verband met de koning van het noorden: "En de koning zal werkelijk doen naar zijn eigen wil, en hij zal zich verheffen en zich grootmaken boven elke god; en tegen de God der goden zal hij verwonderlijke dingen spreken. En hij zal stellig succesvol blijken te zijn totdat de openlijke veroordeling tot een eind zal zijn gekomen; want dat waartoe besloten is, moet geschieden."

Nu, vergelijk dit eens met de beschrijving van de mens der wetteloosheid in 2 Thessalonicenzen 2:4, waar staat: "Hij verzet zich en verheft zich boven een ieder die "god" of een voorwerp van verering wordt genoemd, zodat hij in de tempel van De God gaat zitten en zich in het openbaar vertoont als een god."

Nu moeten we ons redeneringsvermogen gebruiken om het mysterie van de komende antichrist te ontrafelen. Daar beide profetieën te maken hebben met de ontwikkelingen die zich zullen voordoen tijdens het oordel, of zoals Daniël het verwoordt: de veroordeling; hoeveel wezens die zich verheffen boven elke andere god of voorwerp van verering kunnen er mogelijkerwijs zijn? In alle redelijkheid kan er slechts één zijn die zichzelf succesvol boven alle anderen zal verheffen. Daarom kunnen we concluderen dat Jehovah's organisatie gedurende de tijd van het einde, wanneer de koning van het noorden alle landen zal overstromen, inclusief het Sieraadland, en zelfs zijn paleistenten op Jehovah's heilige berg zal planten, zal worden bestuurd door de koning van het noorden.

En net zoals Judas een verbond sloot met de koning van het noorden om Christus te verraden en te vernietigen, zo moet ook de mens der wetteloosheid uiteindelijk ontmaskerd worden als zijnde een vertegenwoordiger en woordvoerder van de 8ste koning.

De mens der wetteloosheid staat symbool voor satanische personen, valse apostelen en antichristen die nu als mollen en saboteurs binnen het Genootschap bestaan. Net als Judas staan zij klaar, voorbestemd door Gods woord, om Gods zonen gedurende het laatste uur te bedriegen en over te leveren in de hand van Satans keizerlijke tyran. Gedurende de tijd van de veroordeling zal de antichrist gekomen zijn om te trachten de organisatie te misleiden naar vernietiging.

Nu zijn we in de positie geraakt waarin we de betekenis van 2 Thessalonicenzen 2:9-12 kunnen vatten, omdat het de basis van Jehovah's oordeel op zijn volk beschrijft: "Maar de tegenwoordigheid van de wetteloze is overeenkomstig de werking van Satan met elk krachtig werk en leugenachtige tekenen en wonderen en met elk onrechtvaardig bedrog voor degenen die vergaan, als een vergelding omdat zij de liefde voor de waarheid niet hebben aanvaard, opdat zij gered zouden worden. Daarom laat God dus een werking van dwaling tot hen gaan, zodat zij geloof gaan hechten aan de leugen, opdat zij allen geoordeeld worden omdat zij de waarheid niet hebben geloofd maar behagen hebben geschept in onrechtvaardigheid."

De Schriftplaats laat uitkomen dat een persoon een liefde voor waarheid moet tentoonspreiden wil hij gered worden van een ongunstig oordeel. Redelijkerwijs moet een persoon eerst de waarheid kennen voordat hij het lief kan hebben. Jehovah's Getuigen kennen de waarheid. In ieder geval hebben we een leerstellig fundament dat ons de mogelijkheid geeft oprecht geloof in Jehovah en Christus te hebben. De werking van dwaling die God toelaat, moet dus te midden van zijn volk plaatshebben en niet binnen de Christenheid, zoals we dat nu veronderstellen. Daar het vers zegt "dat zij allen geoordeeld worden" en Gods oordeelsdag nog niet begonnen is, kunnen we niet zeggen welke vorm deze werking van dwaling precies zal hebben.

"Ziet! Ik Heb U Van Tevoren Gewaarschuwd"

We kunnen er in ieder geval zeker van zijn dat het iets is waarmee we nu nog niet geconfronteerd zijn. Jezus vaardigde een zelfde waarschuwing uit toen hij ons zei: "Wanneer dan iemand tot u zegt: 'Ziet! Hier is de Christus', of: 'Daar!' gelooft het niet. Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan, die grote tekenen en wonderen zullen doen ten einde, indien mogelijk, zelfs de uitverkorenen te misleiden. Ziet! Ik heb u van tevoren gewaarschuwd." (Mattheüs 24:23-25)

Jezus verwees met het woordje "dan" naar de tijd gedurende de parousia. Jezus had net voorzegd dat Gods heilige plaats verwoest zou worden en dat de verdrukking verkort zou worden, en "dan" zullen de valse Christussen en valse profeten verschijnen. Merk ook op dat de valse Christussen grote tekenen en wonderen zullen verrichten, zodat zelfs de uitverkorenen, indien ze geen acht slaan op Jezus waarschuwing, beïnvloed kunnen worden door de misleiding. Dat

is precies wat Paulus ook voorzei; namelijk, dat de mens der wetteloosheid "elk krachtig werk en leugenachtige tekenen en wonderen" zal verrichten.

Hoewel Satan de Duivel altijd heeft getracht de mensheid te misleiden en van Jehovah weg te trekken, wat hem in meer of mindere mate is gelukt, heeft hij zijn krachtigste misleidende daden bewaard voor het einde van de wereld. Dat komt omdat hij reeds de schijnideologie en een religieus en politiek stelsel in stelling heeft gebracht teneinde de hele wereld tijdens de kritieke fase van Christus' aankomst als dief in de nacht, grondig te misleiden. En ja, hij heeft de middelen tot zijn beschikking om zelfs Jehovah's uitverkorenen te misleiden als dat mogelijk zou zijn. De mens der wetteloosheid zal verschijnen om zijn onheil over Jehovah's Getuigen te brengen doordat hij de aandacht van Christus en zijn feitelijke parousia zal afleiden.

Jezus' specifieke waarschuwing aan zijn dicipelen om zich niet te laten misleiden door enige sensationele bewering die te maken hebben met Christus die in de "wildernis" of in "de binnenkamers" zou zijn, hoe overtuigend die ook mochten zijn, geven aan dat er zulke krachtige en misleidende beweringen zúllen zijn. Het is interessant op te merken dat, hoewel er de laatste decennia enkele personen zijn geweest die beweerden de messias te zijn, de gemeenschap van diverse sekten en denominaties allen ijverige promotors zijn van de zogenoemde Nieuwe Wereld Orde.

Naast de religieuze hoofdstroming van Katholieken en protestanten die reeds vele tientallen jaren oecumene en wereldregering hebben gepropageerd, hebben ook vele andere afwijkende sekten, denominaties en NGO's messiaanse verwachtingen verbonden aan wereldregering.

Het Bahai geloof promoot bijvoorbeeld sterk de Verenigde Naties als zijnde een messiaanse regering.

The Unification Church of Reverend Sun Moon, de zogenoemde Moonies, zijn krachtige vertegenwoordigers van het einde van het systeem dat uit verschillende natien bestaat en een wereldwijd rijk onder bestuur van de VN.

De pantheïstische, zogenoemde New Age beweging, is ook behulpzaam geweest bij het scheppen van een verwachting in de geest van mensen, dat de komst van een wereldwijde regering het kosmische antwoord is op de problemen van de mensheid. Er bestaat zelfs een zorgvuldig gekunstelde verwachting dat de messias zich onder ons bevindt, wellicht om in de toekomst geopenbaard te worden in de "binnenkamers" van de Verenigde Naties. Zo wordt de persoon Benjamin Crème door velen als voorloper van de messias of misschien de messias zelf beschouwd.

Binnen de hoofdstroming van Amerikaanse politiek bevindt zich het bizarre, politieke verbond tussen de conservatieve Evangelische beweging en het Zionisme.

Conservatieve fundamentalisten in het christendom, samen met ultra-orthodoxe Joodse Zionisten worden uitgespeeld tegen Islamitische extremisten. Dit is kennelijk de voornaamste drijvende kracht achter het overijlde, ondoordachte streven om de Botsing der Beschavingen, zoals die door de Anglo-Amerikaanse beleidsmakers aan de wereld wordt voorgesteld, vorm te geven.

Oorlog tussen de Islam en de Christenheid in het Midden-Oosten heeft het potentiëel om aanvankelijk Armageddon zelf te lijken, waardoor Fundamentalisten, die ongetwijfeld op een bepaald moment zullen aankondigen dat Christus is gekomen, geloofwaardigheid zal worden geschonken. Fundamentalistische leiders denken klaarblijkelijk dat het hun Christelijke plicht is Christus' wederkomst te bespoedigen door Armageddon uit te lokken.

Evangelische leerstellingen hebben miljoenen mensen gehersenspoeld en hun geest juist datgene te laten geloven waarvan Christus tegen zijn dicipelen zei het niet te geloven. Volgens Christus zal zijn tegenwoordigheid zijn als de bliksem die zich over de gehele hemel verspreid, zodat het voor Christus' ware dicipelen niet nodig is zich op een specifieke locatie te bevinden om zijn koninklijke aanwezigheid te herkennen. Maar, volgens de fundamentalistische leerstelling zal Jezus fysiek wederkomen en zelfs neerstrijken op dezelfde kleine Olijfberg als vanwaar hij opsteeg. Hoe lachwekkend dat ook moge klinken, waneer er plotseling een grootschalige oorlog uitbreekt in dat gebied, misschien zelfs met behulp van massavernietigingswapens, zal het voor deze misleide personen lijken alsof Christus op het punt staat te arriveren in de "wildernis" van het Midden Oosten, overeenkomstig de vooraf geconditioneerde verwachting van velen.

In de leegte die zal ontstaan, wanneer onze eigen verkeerde interpretatie omtrent Christus' tegenwoordigheid, die lang geleden in 1914 zou zijn begonnen, zal bezwijken onder invloed van de realiteit, lijkt het zeker niet onwaarschijnlijk dat de mens der wetteloosheid, in een atmosfeer van door oorlog veroorzaakte verwarring en hysterie, zich zal aansluiten bij degenen die de aankomst van de messias verkondigen.

We mogen verwachten dat het wonderbaarlijke herstel van het beest, samen met de plotselinge en beangstigende ineenstorting van het huidige Anglo-Amerikaanse stelsel, vergezeld zal gaan door de "grote tekenen" van de valse profeet. Openbaring 13:13, 14 zegt: "En het verricht grote tekenen, zodat het zelfs vuur uit de hemel doet neerdalen naar de aarde ten aanschouwen van de mensen. En het misleidt degenen die op de aarde wonen wegens de tekenen die hem gegeven waren te verrichten voor de ogen van het wilde beest, terwijl het tot hen die op de aarde wonen, zegt dat zij een beeld moeten maken voor het wilde beest dat de zwaardslag had en toch weer opgeleefd was."

Met het oprichten van een instelling vlak na een beangstigende calamiteit wordt het historische patroon gevolgd dat is neergezet na de twee wereldoorlogen, toen politieke organisaties werden opgericht die zogenaamd toekomstige oorlogen moesten voorkomen. Na de Eerste Wereldoorlog werd natuurlijk de Volkerenbond opgericht. En na de Tweede Wereldoorlog was het de beurt aan de Verenigde Naties. Ongetwijfeld zal de volgende wereldoorlog, samen met de onontkoombare financiële ineenstorting en anarchie, als voorwendsel worden gebruikt om een wereldwijd Sovjet-achtig systeem te introduceren als zijnde de redder van de wereld.

Daar het wilde beest de zwaardslag nog niet ontvangen heeft en daarna wonderbaarlijk is opgeleefd, kunnen we niet beweren dat de profetie waarin het gemaakte beeld van het wilde beest tot leven komt reeds zijn vervulling heeft gehad. Ondanks dat de bureaucratische infrastructuur klaar is om een wereldregering in te voeren, is dit nog niet de realiteit. De onafhankelijke natien oefenen nog steeds een aanzienlijke mate van soevereiniteit uit. Daarom kunnen we verwachten dat het toekomstige teken van Christus' tegenwoordigheid, dat 'natie tegen natie zal opstaan,' in werkelijkheid de Derde Wereldoorlog zal zijn. Het kan zelfs zo zijn dat we nu getuige zijn van de inleidende fase daartoe, namelijk de "berichten van oorlogen" die Christus heeft voorzegd.

Als gevolg van de nu dreigende, vooraf beschikte catastrofe, zullen de huidige regeringshemelen volledig worden verduisterd, gevolgd door een ogenschijnlijk wonderbaarlijk herstel van het systeem, alleen dan in een geheel andere vorm. Wanneer het scharlakengekleurde wilde beest echter zal opstijgen vanuit de afgrond van de dood met de hoer op zijn rug, is het duidelijk dat diverse vals religieuze instellingen, die samen Babylon de Grote vormen, nog steeds zullen bestaan en een aanzienlijke mate van invloed en controle zullen uitoefenen.

Doordat zoveel religies van deze wereld gebruikt zijn om de geest van het volk te conditioneren en propaganda te maken voor wereldregering, is het ondenkbaar dat zo'n complot niet door demonen geïnspireerd zou zijn met als doel de mensheid tijdens het kritieke laatste uur der beproeving te verlokken.

"Nu Zal Hun Ontsteltenis Komen"

In tegenstelling tot de huidige interpretatie van de Wachttoren, is het duidelijk dat de valse religie niet aan het begin van de verdrukking zal worden vernietigd om de simpele reden dat valse Christussen en valse profeten tijdens de verdrukking werkzaam zijn. Indien valse religie aan het begin weggedaan zou worden, wat zou dan de bron zijn van de grote tekenen en wonderen die de massa zullen verlokken tot het aannemen van valse Christussen? Eens dat de valse religie haar doel voor het wereldrijk echter heeft gediend, nadat wereldregering realiteit is geworden, kunnen we verwachten dat het beestachtige politieke systeem georganiseerde religie zal vernietigen.

Omdat de Wachttoren echter dogmatisch en aanhoudend heeft beweerd dat de Christenheid en alle andere religies aan het begin van de verdrukking plotseling zullen worden vernietigd en dat de Wachttoren als enige zal overleven als gevolg van Jehovah's bescherming, zullen Jehovah's Getuigen ook kwetsbaar zijn voor verwarring en verbijstering wanneer dingen niet lopen zoals we verwacht hadden.

De profeet Micha spreekt hier specifiek over wanneer hij in het 7de hoofdstuk van het boek dat zijn naam draagt het volgende zegt: "De dag van uw wachters, waarop er aandacht aan u wordt geschonken, moet komen. Nu zal hun ontsteltenis komen. Stelt uw geloof niet in een metgezel. Stelt uw vertrouwen niet in een vertrouwd vriend. Bewaak tegenover haar die aan uw boezem ligt, de openingen van uw mond." (Micha 7:4,5)

In overeenstemming met Micha's waarschuwing te waken voor onze eigen broeders, voorzei Christus dat velen elkaar zouden haten en verraden gedurende een periode van toenemende wetteloosheid. Als dat u onwaarschijnlijk lijkt, denkt u zich dan eens de verwarring in die onder Jehovah's Getuigen zal plaatshebben wanneer, in plaats van de babylonische meesteres in toverijen, de Wachttoren zélf zal vallen tijdens de verdrukking. Wat een vernedering voor ons! Wat een schande voor onze getrouwe slaaf! En het allerergste, wat een schande zullen we over Jehovah God brengen! En toch is dat precies wat ons te wachten staat.

Daarom laat Micha 7:7-10 de benauwheid van Jehovah's loyalen gedurende die tijd weerklinken. Er staat: "Maar wat mij aangaat, naar Jehovah zal ik blijven uitzien. Ik wil van een wachtende houding jegens de God van mijn redding blijk geven. Mijn God zal mij horen." Vervolgens zegt Micha, alsof hij spreekt tegen de hoer van Babylon: "Verheug u niet over mij, o gij, mijn vijandin. Al ben ik gevallen, ik zal stellig opstaan; al woon ik in de duisternis, Jehovah zal mij een licht zijn. Jehovah's woede zal ik dragen - want ik heb tegen hem gezondigd - totdat hij mijn rechtsgeding voert en mij werkelijk recht verschaft. Hij zal mij uitleiden tot het licht; ik zal zijn rechtvaardigheid aanschouwen. En mijn vijandin zal het zien, en schaamte zal haar bedekken die tot mij zei: "Waar is hij, Jehovah, uw God?" Mijn eigen ogen zullen op haar neerzien. Nu zal zij een plaats van vertrapping worden, als het slijk der straten."

Het toneel is in allerlei opzichten dus werkelijk in gereedheid gebracht. Vanuit een wereldwijd strategisch oogpunt bezien, heeft de toekomst van de wereld er nimmer onheilspellender en bedreigender uitgezien. Een scenario voor het laatste Oordeel is zeker in de maak. Het wereldwijde financiële systeem is in de laatste fase van faillisement. Het is bewezen dat terrorisme, met verbluffende effectiviteit, de capaciteiten bezit overal op de planeet voort te gaan met onregelmatige oorlogvoering. De Anglo-Amerikaanse dualistische wereldmacht lijkt vastbesloten te zijn voortdurend oorlog uit te lokken met natien die de

Op het religieuze vlak lijken diverse nep-Christussen hun plaats in te nemen om hun volgelingen te misleiden in Satans laatste valstrik. Onder Jehovah's Getuigen bestaat een tastbaar gevoel van apathie en een groeiende ontmoediging onder veel broeders en zusters. De leiding lijkt zich niet bewust te zijn van het groeiende misnoegen binnen de organisatie en lijkt zich vooral bezorgd te maken om het handhaven van de status quo. En loerend van net onder de oppervlakte, geduldig afwachtend, is daar de roofzuchtige antichrist - de mens der wetteloosheid.

Zonder twijfel is de tijd gekomen dat de volgende schriftplaats in vervulling zal gaan: "De dag van uw wachters, waarop er aandacht aan u wordt geschonken, moet komen. Nu zal hun ontsteltenis komen."

Essay van eWatchman © 2004
Nederlandse vertaling: Ezra Swols

Pfeil nach oben


Download

PDF-Symbol zum Downloaden des Textes "Het Mysterie van de Antichrist" (107 KB)