Deutsch   English   Français   Nederlands   Español

JHWH in hebreese letters

Español Nederlands Flag Français 6 Hosea´s Profetie
voor deze Tijd

"Wie is wijs, dat hij deze dingen begrijpt? Beleidvol, dat hij ze weet?"

(Hosea 14:9)

Ontrouw binnen het huwelijk is een zeer algemeen voorkomend sociaal probleem — zelfs onder Jehovah's Getuigen. Overspel is het onderwerp van vele nummers over stukgelopen liefdes, smakeloze romannetjes en films. Met uitzondering van de feitelijke dood van een geliefde, bestaat er emotioneel bezien waarschijnlijk niets verwoestender voor een onschuldige partner en familie dan ontrouwheid en bedrog binnen het huwelijk.

We zouden kunnen veronderstellen dat de hartenpijn die voortkomt uit de ontrouwheid van een partner beperkt is tot menselijke gevoelens. Door middel van de profeet Hosea maakt God echter zijn eigen innerlijke gevoelens in zulke herkenbare menselijke termen aan ons kenbaar, dat we inzien dat Jehovah ook de intense pijn van een gebroken hart kent die wordt veroorzaakt door de ontrouwheid van iemand die hij zeer liefheeft.

Maar, wie kan er mogelijkerwijs Jehovah's hart breken? En hoe heeft God zich voorgenomen de kwellende situatie op te lossen? Kan er verzoening plaatsvinden bij dit soort vervreemding? En wat heeft u te maken met deze uitzonderlijke zaak van ontrouwheid? Deze vragen zullen aan de hand van het boek Hosea beschouwd worden. 

Het is ironisch dat het Wachttorengenootschap het boek Hosea in een symposium besprak op het "Wandel Met God" Districtcongres 2004 van Jehovah's Getuigen. Terwijl ze waardevolle historische inzichten verschafte, verdraaide de uitleg van het Wachttorengenootschap van de profetische betekenis van Hosea helaas de essentiële boodschap die in de profetie ligt opgesloten, en verborg die uiteindelijk zelfs geheel.
Jehovah heeft dus alle reden om in het laatste vers van Hosea de volgende retorische vraag te stellen: "Wie is wijs, dat hij deze dingen begrijpt? Beleidvol, dat hij ze weet?" (Hosea 14:9)

In het openingsvers van Hosea gebiedt Jehovah zijn profeet door het volgende tot hem te zeggen: "Ga, neem u een vrouw van hoererij en kinderen van hoererij, want door hoererij keert het land zich er beslist van af Jehovah te volgen." 

De Grote Communicator, Jehovah, illustreert de toestand van zijn eigen relatie met zijn volk, zodat we zijn gevoelens gemakkelijker kunnen begrijpen. Door de natie Israël te vergelijken met een overspelige vrouw en zichzelf met een gekwetste minnaar begrijpen we wat er bedoeld wordt. Om de kwestie verder te verduidelijken gebiedt Jehovah Hosea nogmaals: "Ga nogmaals, bemin een vrouw die door een metgezel wordt bemind en overspel pleegt, zoals in het geval van Jehovah's liefde voor de zonen van Israël terwijl zij zich tot andere goden wenden en liefhebbers zijn van rozijnenkoeken."

Jehovah verklaart zijn liefde voor de "zonen van Israël," maar zij zijn degenen die, als een overspelige vrouw, zijn liefde bedriegen door andere goden te aanbidden en liefhebbers te zijn van rozijnenkoeken die in offers aan hun valse goden aangeboden worden. Daarom zegt Jehovah: "Verheug u niet, o Israël. Handel niet blij gelijk de volken. Want door hoererij hebt gij de zijde van uw God verlaten."

Jehovah's Getuigen weten heel goed dat God de natie Israël in alle profeten niet bepaald vleiend vergelijkt met een overspelige vrouw, daar ze consequent diverse vormen van afgoderij beoefende en hun ontrouwe verbonden met de omringende natiën. Het Wachttorengenootschap past zulke vergelijkingen echter steevast toe op de hedendaagse christenheid.
Is dat echter werkelijk de manier waarop de profetie begrepen moet worden? Waarom verklaart Jehovah herhaaldelijk zijn liefde voor de natie en noemt hij hen "mijn volk" en spoort hij hen aan tot hem terug te keren? Heeft Jehovah de christenheid ooit liefgehad?

Het doel van dit artikel is, zowel Schriftuurlijk als met gezond verstand, te bewijzen dat het in werkelijkheid Jehovah's Getuigen en de instelling van het Wachttorengenootschap zijn die Jehovah's hart hebben gebroken door onze eigen daden van geestelijke prostitutie en ontrouwheid.

Wanneer je een nederige liefhebber van Jehovah bent, zul je op zijn minst de mogelijkheid beschouwen dat Jehovah een paar geschillen zou kunnen hebben met het volk dat zijn naam voor de wereld draagt.
Maar, hoe kunnen we de vorm van religie die heden ten dage wordt beoefend door Jehovah's Getuigen mogelijkerwijs vergelijken met de primitieve vorm van afgoderij en baälaanbidding die door de oude Israëlieten beoefend werd?

Afgoderij doet zich in vele vormen voor. Nadat de apostel Johannes bijvoorbeeld de vreesinboezemende Apocalyps ontvangen had, viel hij tot tweemaal toe ten slachtoffer aan afgoderij toen hij zich neerwierp voor een engel. In Openbaring 22:8, 9 lezen we: "Nu dan, ik, Johannes, was het die deze dingen hoorde en zag. En toen ik gehoord en gezien had, viel ik neer om te aanbidden voor de voeten van de engel die mij deze dingen had getoond. Maar hij zegt tot mij: `Pas op! Doe dat niet! Ik ben slechts een medeslaaf van u en van uw broeders die profeten zijn en van hen die de woorden van deze boekrol onderhouden. Aanbid God.´"

Afgoderij kan echter subtielere vormen dan dat aannemen.
Beschouw eerst eens de definitie van Afgoderij zoals die wordt gegeven in het boek Inzicht in de Schriften:

"Een afgod is een beeld of een afbeelding of voorstelling van iets, of een symbool dat een voorwerp van hartstochtelijke verering is en hetzij werkelijk of slechts in de verbeelding bestaat. Over het algemeen gesproken is afgoderij het vereren, liefhebben, aanbidden of adoreren van een afgod. Afgoderij wordt gewoonlijk beoefend jegens een werkelijke of vermeende hogere macht, of men nu gelooft dat zo'n macht bezield is (zoals een mens, een dier of een organisatie) of onbezield (zoals een natuurkracht of een levenloos voorwerp in de natuur). Afgoderij gaat over het algemeen met enkele gebruiken, ceremoniën of riten gepaard."

Volgens het Wachttorengenootschap staat het maken van een organisatie tot een "voorwerp van hartstochtelijke verering" gelijk aan afgoderij. Omvat dat ook niet wat over het algemeen "Jehovah's zichtbare organisatie" wordt genoemd? Johannes werd tenslotte gewaarschuwd tegen het neervallen voor de verheerlijkte engel die Gods heilige geheim aan hem onthulde. Was de engel echter geen deel van Gods loyale hemelse organisatie? Het is duidelijk dat wanneer iemand behoort tot Gods organisatie van hemelse zonen, dit hem niet waardig maakt aanbidding te ontvangen.

Het Wachttorengenootschap neemt ten opzichte van Jehovah's Getuigen echter een soortgelijke plaats in als de engel, doordat het Wachttorengenootschap over het algemeen bezien wordt als Gods "enige communicatiekanaal" met zijn volk - net zoals de engel Gods kanaal was naar Johannes toe. Wat het Wachttorengenootschap uitgeeft heeft zeer veel waarde voor Jehovah's Getuigen. Ja, het Wachttorengenootschap is behulpzaam geweest bij het geestelijk verlichten van Jehovah's Getuigen met betrekking tot vele lang verborgen, essentiële bijbelse waarheden. Maar, hoe kan een eerlijke waarnemer juist daarom zeggen dat het Wachttorengenootschap niet geliefd is bij Jehovah's Getuigen en vereerd wordt en zelfs een"vermeende hogere macht" toegeschreven krijgt die het eenvoudig niet bezit? 

"Wanneer Efraïm sprak, was er beving; hijzelf stond in hoog aanzien in Israël. Maar hij werd voorts schuldig…"

(Hosea 13:1-2)

Natuurlijk betekent verafgoding niet noodzakelijkerwijs dat de persoon die verafgoodt Jehovah niet langer aanbidt. Het betekent enkel dat een mate van eer en toegenegenheid die de Schepper toekomt op verkeerde wijze tot iets of iemand anders gericht wordt. Daarom, wie kan ontkennen dat Jehovah's Getuigen verder gaan dan enkel respect en achting te hebben voor de Wachttorenorganisatie en iets aanbieden dat gelijk staat aan ongepaste eerbied en hulde, iets wat altijd ten nadele van Jehovah is?

Als dat niet het geval is, hoe komt het dan dat Jehovah's Getuigen in al die vele uitgaven van het Wachttorengenootschap nooit, zelfs niet eenmaal gewaarschuwd zijn tegen te sterk de nadruk leggen op belangrijkheid van het Wachttorengenootschap? Het Wachttorengenootschap is toch zeker niet groter dan de engel die de apostel Johannes waarschuwde hem niet te aanbidden? Waarom heeft het Wachttorengenootschap dan nooit dezelfde nederigheid voor God getoond? Daar de menselijke neiging tot verafgoding bekend is, is het dan niet de verantwoordelijkheid van het Wachttorengenootschap zeker te stellen dat het geen eer ontvangt die rechtmatig aan God toebehoort - net zoals de engel Johannes' aanbidding niet wilde hebben?

Bij verschillende gelegenheden voorkwamen de apostelen dat mensen goddelijke eer aan hen gaven. Waarom heeft het Wachttorengenootschap Jehovah's Getuigen niet ontmoedigd teveel eer te schenken aan "Het Genootschap"?

“DE AFGODSKALF VAN BETH-AVEN”

watchtower--idolNadat Jehovah het koninkrijk van Israël in het noordelijke 10-stammenrijk van Efraïm (Israël) en het zuidelijk koninkrijk van Juda verdeeld had, richtte Jerobeam van het noordelijke koninkrijk twee gouden kalveren op te Bethel en Gilgal zodat de Israëlieten zich niet weer verenigden in aanbidding in Jeruzalem.
De afgoden waren enkel een zaak van gemak, zodat de Israëlitische aanbidders niet helemaal terug hoefden te reizen naar de tempel in Jeruzalem om Jehovah te aanbidden. Daar Bethel het centrum van valse aanbidding werd, hernoemde Jehovah de stad passend tot Beth-Aven, wat "Huis van schadelijkheid" betekent.
Daarom lezen we in Hosea 10:5: "Om het afgodskalf van Beth-Aven zullen de inwoners van Samária bevreesd worden; want daarover zal zijn volk stellig treuren, evenals zijn priesters van buitenlandse goden, die er blij om plachten te zijn wegens zijn heerlijkheid, want die zal van hem weg in ballingschap zijn gegaan."

Ironisch genoeg is het hoofdkantoor van het Wachttorengenootschap evenzo "Bethel" genoemd (Wat "Huis van God" betekent). En ondanks dat Jehovah's Getuigen het ten zeerste zullen bestrijden, is Brooklyn Bethel het hedendaagse Beth-Aven in Gods ogen. In de afgelopen jaren is het Wachttorengenootschap, als het centrum van Jehovah's "zichtbare organisatie," getransformeerd in een ontwikkelde versie van een afgodskalf.

Vanuit de nederige huiskamer Bijbelstudies en gehuurde vergaderplaatsen boven winkels, is het Wachttoren Bijbel en Traktaatgenootschap uitgegroeid tot een zeer succesvolle internationale corporatie. Het is één van de grootste uitgeversmaatschappijen ter wereld. In de recente tijd van snelle groei werd het Wachttorengenootschap ook beschouwd als één van de grootste bouwbedrijven in de wereld. Het wordt zelfs genoemd als de 37ste meest winstgevende corporaties in New York - waarbij in 2001 bijna 1 miljard dollar werd binnengehaald! Dat is nogal wat wanneer we in aanmerking nemen dat New York de thuisbasis is voor veel van de rijkste corporaties in de wereld.

Kennelijk steunt het Wachttorengenootschap zelfs een autoverhuur programma zodat auto's die eerder gebruikt werden door kring- en districtsopzieners op voordelige wijze van de hand kunnen worden gedaan. Er bestaat geen twijfel over dat het Wachttorengenootschap enorme bezittingen heeft in vastgoed, geld, aandelen en obligaties - allemaal valstrikken bij een succesvolle wereldwijde corporatie.

"En Efraïm blijft zeggen: 'Inderdaad, ik ben rijk geworden; ik heb waardevolle dingen voor mij gevonden. Wat al mijn moeizame arbeid betreft, zij zullen, van mijn kant, geen dwaling vinden die zonde is."

(Hosea 12:8)

wr idol smallHet Besturend Lichaam en andere functionarissen van het Wachttorengenootschap leven vrij comfortabel en worden door Jehovah's Getuigen behandeld als vorsten en koningen en krijgen op al hun reizen ruime giften. De fysieke faciliteiten van het Wachttorengenootschap over de gehele wereld, vooral Brooklyn Bethel, de buitensporige Stanley congreshal en meer recentelijk Patterson, zijn gelijk heilige tempels en Mekka's die de getrouwen verleiden tot het maken van hun offerandelijke bedevaartstochten - over het algemeen Bethel tours genaamd.

"Zij hebben vorsten aangesteld, maar ik wist het niet. Met hun zilver en hun goud hebben zij zich afgoden gemaakt…"

(Hosea 8:4)

Beschouw, als voorbeeld van de wijze waarop de organisatie zo'n prominente plaats heeft ingenomen in de geestelijke levens van Jehovah's Getuigen, eens enkele van de volgende opmerkingen die gemaakt werden in De Wachttoren van 1 september 1967 in een artikel met de titel: "Ga Vooruit Met Jehovah's Organisatie." In de 12de paragraaf lezen we:

"Misschien beschouwen wij studie als zwaar werk, als iets dat ernstig onderzoek met zich brengt. In Jehovah's organisatie is het echter niet nodig een massa tijd en energie aan speurwerk te besteden, want er zijn broeders in de organisatie die er juist voor zijn aangewezen om dat te doen, ten einde u die niet zoveel tijd hebt, te helpen, en zij bereiden het goede materiaal voor De Wachttoren en andere publicaties van het Genootschap voor. Studeert u echter niet voldoende? Aanvaard dan de volgende suggestie: U studeert vaak het beste en met de meeste resultaten als u een nieuwe Wachttoren of Ontwaakt! of een nieuw boek leest en daarbij de vreugde smaakt die het gevolg is van het feit dat u zich de nieuwe waarheden eigen maakt en een frisse kijk krijgt."

Het bestuderen van Gods Woord maakt onderdeel uit van onze aanbidding. God spreekt individueel tot ons via zijn Woord, toch? Maar in plaats van de gelegen tijd voor onszelf uit te kopen, zoals de apostel christenen aanmoedigde, en onze eigen mentale energie en door God gegeven redenatievermogen te gebruiken bij het bestuderen van de diepere dingen uit Gods Woord, heeft het Wachttorengenootschap gemakkelijk alles voor ons gedaan - of dat wil ze ons in ieder geval laten geloven. We hoeven niet langer persoonlijk de Bijbel voor onszelf te bestuderen. "Het Genootschap" geeft zelf toe dit alles al voor ons gedaan te hebben.

Bedenk alsjeblieft dat het afgodskalf van Beth-Aven bedoeld was om de aanbidding van de Jehovah gemakkelijker te maken.: “Bij hun houten afgod blijft mijn eigen volk navraag doen en hun eigen staf blijft hen inlichten…” (Hosea 4:12a)

Het Wachttorengenootschap heeft de autoriteit van Jehovah's eigen waardevolle Bijbel in de harten en geesten van Jehovah's eigen getuigen op bedrieglijke wijze teniet gedaan, zodat we enkel maar de Wachttoren en Ontwaakt en andere publicaties van "Het Genootschap" hoeven te bestuderen om Jehovah's goedkeuring te ontvangen. Jehovah en zijn Bijbel zijn op effectieve wijze naar de achtergrond gedrongen, terwijl het Wachttorengenootschap verheven is tot de meest prominente plaats in onze aanbidding.

Laten de gezalfde priesters van Bethel die Jehovah werkelijk vrezen op het puntje van hun stoel gaan zitten wanneer ze de belangrijkheid van de ongemakkelijk retorische vraag van de Apostel overdenken: "Of zijn wij Jehovah tot jaloezie aan het prikkelen? Zijn wij soms sterker dan hij?"
Volgens het eerder geciteerde Inzicht-boek gaat "afgoderij over het algemeen met enkele gebruiken, ceremoniën of riten gepaard." Geldt dat ook voor onze aanbidding?

Wat wij de "theocratische regeling" noemen is ontegenzeggelijk enkel maar verworden tot gebruiken en riten. Neem nu eens de wekelijkse Wachttorenstudie als voorbeeld. Al meer dan een halve eeuw hebben Jehovah's Getuigen de zeer strak vormgegeven rite van het bespreken van een Wachttorenartikel gevolgd. Het Wachttorengenootschap is er zelfs trots op dat alle gemeenten in de wereld hetzelfde materiaal simultaan bestuderen - alles in naam van organisatorische uniformiteit.

Als onderdeel van de rite wordt er van iedereen verwacht de Wachttoren "te bestuderen" voordat men naar de vergadering komt en de meeste Jehovah's Getuigen onderstrepen de antwoorden van tevoren, vaak met een gele markeerstift. Tijdens de vergadering worden de paragrafen per één of twee gelezen en worden er vervolgens voorgedrukte vragen gesteld. Van het publiek wordt verwacht dat ze de vragen kort beantwoorden vanuit het materiaal in de paragraaf. Andere vergaderingen volgen eenzelfde patroon.

Het is waar dat de Schrift besproken wordt en dat er als onderdeel van de Wachttorenstudie en andere vergaderingen uit de Bijbel gelezen wordt, maar verreweg de meeste aandacht gaat naar de publicaties van het Wachttorengenootschap - niet de Bijbel. Het wordt tenslotte "de Wachttorenstudie" genoemd - niet "de Bijbelstudie."

"Zij hebben nagelaten aandacht te schenken aan Jehovah zelf."

(Hosea 4:10b)

De vroegere christelijke gemeenten zaten zeker niet opgezadeld met de geestverstikkende formalistische aanbidding die het Wachttorengenootschap aan Jehovah's Getuigen heeft opgelegd. Paulus' enige raad aan de Korinthische gemeente over hun vergadering was dat ze niet allemaal tegelijk moesten spreken en er waren personen die konden interpreteren wanneer er iemand in tongen sprak. Elke gemeente functioneerde grotendeels autonoom, ondanks dat Christus het hoofd van elke aparte gemeente was. Er bestaat geen Schriftuurlijke basis voor de voorgeschreven en starre "theocratische regeling" die op de vergaderingen van Jehovah's Getuigen wordt gebruikt.

Het is niet ongewoon dat broeders commentaren geven en gebeden opzenden waarin diepe waardering wordt uitgesproken voor de getrouwe slaaf en het Wachttorengenootschap voor de overvloed van zogenaamd "geestelijk voedsel." Het komt echter zelden voor dat iemand Jehovah bedankt voor het verschaffen van de Bijbel. En, zoals reeds eerder vermeld, heeft niemand de broeders aan durven te moedigen niet teveel eer uit te storten over de getrouwe slaaf of het Wachttorengenootschap. Evenzo zul je een broeder nooit in een openbaar gebed horen vragen of Jehovah het Wachttorengenootschap wil vergeven voor hun zonden. Dat zou worden beschouwd als stuitende blasfemie. Dat is de zonde van de kalfaanbidding van Beth-Aven!

"Mijn eigen heerlijkheid hebben zij verruild voor louter oneer. De zonde van mijn volk blijven zij verslinden, en naar hun dwaling blijven zij hun ziel opheffen."

(Hosea 4:7-8)

Maar, dienen Jehovah's Getuigen werkelijk het Wachttorengenootschap? Volgens het eerder aangehaalde Wachttorenartikel over het voorwaarts gaan met Jehovah's organisatie is het antwoord nee. De 9de paragraaf zegt: 

"Voorwaarts gaan is dus niet iets koel berekenends. Het is een zaak van dichter tot Jehovah komen; het betreft het vervolmaken van gehoorzaamheid, het vragen om en ontvangen van Jehovah's geest. Wij zijn aan hem opgedragen, niet aan een organisatie."

Dat artikel werd echter in 1967 geschreven. Is er sindsdien iets veranderd? Ja, er is iets veranderd, in ieder geval in de relatie die nieuw- gedoopte Jehovah's Getuigen hebben met het Wachttorengenootschap. In 1985 veranderde het Wachttorengenootschap de doopgeloften in het volgende: 

"Begrijp je dat je opdracht en doop je identificeren als een van Jehovah's Getuigen,verbonden met Gods door de geest geleide organisatie?"

Voor 1985 werd nieuw te dopen getuigen eenvoudig gevraagd of ze berouw hadden van hun zonden en Christus aanvaardden als hun Loskoper en zich onvoorwaardelijk hadden opgedragen om Jehovah's wil te doen. Sinds 1985 heeft het Wachttorengenootschap zichzelf echter bedrieglijk in de plechtige doopgeloften opgenomen die alle nieuwe Jehovah's Getuigen in het openbaar moeten afleggen!

jw baptismWat geeft het Wachttorengenootschap het recht zichzelf op een plaats te stellen die in de Schrift exclusief voorbehouden is aan Jehovah, Jezus Christus en de heilige geest? Is het voor de hemel een onbeduidende zaak dat er van personen die het verlangen hebben zich aan Jehovah en Jezus op te dragen vereist wordt dat ze in het openbaar verklaren bij de Wachttorenorganisatie te behoren? Elke lezer kan die vraag voor zichzelf beantwoorden.

"Daartegen zeggen zij: 'Laten de offeraars die mensen zijn, louter kalveren kussen.'"

(Hosea 13:2)

Laat er opgemerkt worden dat zelfs de apostel Paulus, die zonder twijfel de meest prominente getuige van Jehovah is geweest in het gehele christelijke tijdperk, zichzelf niet op aanmatigende wijze zulke hoge eer toekende als het Wachttorengenootschap heeft gedaan.

Kennelijk bestond dezelfde neiging tot organisatorische afgoderij ook in de Korinthische gemeente. Sommige discipelen zeiden dat ze bij Paulus hoorden; anderen beweerden dat ze bij Cefas en Apollos hoorden. Daarom maakte Paulus een statement in de Korinthische gemeente waarin hij iedere aanspraak op hun toewijding verwierp, door te zeggen: "De Christus bestaat verdeeld. Paulus werd toch niet voor u aan een paal gehangen? Of werd gij in de naam van Paulus gedoopt? Ik ben dankbaar dat ik niemand van u heb gedoopt behalve Crispus en Gajus, zodat niemand kan zeggen dat gij in mijn naam werd gedoopt." 

Daar de Apostel uiting gaf aan zijn opluchting dat geen van de Korintiërs "in de naam van Paulus gedoopt" was, waarom verplicht het Wachttorengenootschap Jehovah's Getuigen dan gedoopt te worden "verbonden met Gods door de geest geleide organisatie"? Werd de 1ste eeuwse gemeente ook niet "door de geest geleid"? Waarom gaven Jezus en Paulus niet het gebod aan die christenen te erkennen dat hun doop hen als zodanig zou identificeren? Moeten we soms aannemen dat de geest de organisatie er in 1985 toe leidde zichzelf op te nemen in de christelijke heilige geloften, ondanks dat de Schrift daar geen rechtvaardiging voor geeft? 

De apostel Paulus beschreef dat Satan in staat is zich te transformeren in een engel des lichts. Met andere woorden, Satan kan ons ervan overtuigen dat kwaad goed is. Daarom gaf Paulus uiting aan zijn diepe bezorgdheid dat sommige Korintiërs misleid zouden kunnen worden door Satans bedrog. Paulus wist heel goed dat Satan een krachtige invloed uitoefende in de gemeente door middel van de superfijne apostelen, die zichzelf, net als Satan, veranderden in dienaren der rechtvaardigheid. Zonder twijfel werd de neiging tot het volgen van mensen ook door de demonen aangemoedigd.

Terwijl Satan de Duivel ontwijfelbaar de onzichtbare geest was die de aanstichter was van de Beth-Aven kalverenaanbidding, waren het juist de koning van Israël en de priesters van God, de leiders van de natie, die werktuigen waren in het misleiden van Jehovah's volk in de valstrik van afgoderij. Daarom zei God tot hen: "Hoort dit, o priesters, en schenkt aandacht, o huis van Israël, en gij, o huis van de koning, leent het oor, want u lieden gaat het oordeel aan; want een valstrik zijt gij geworden voor Mizpa en als een net uitgespreid over de Tabor. En in slachtwerk zijn de afvalligen diep verzonken, en ik was een vermaning voor hen allen." (Hosea 5:1, 2)

We zouden ons niet moeten indenken dat de Duivel in deze tijd tégen de verafgoding van "Het Genootschap" zou zijn. Dat komt omdat de demonen alles propageren dat afleidt van Jehovah's glorie - inclusief de verdorven, subtiele aanbidding van Jehovah's "zichtbare organisatie"! Satan de Duivel is ongetwijfeld de meest vurige promotor van "Het Genootschap"; waarbij hij zulke organisatorische afgoderij slim vermomd als ware aanbidding! Ja, werkelijk een engel des lichts! En een potentiële valstrik voor alle Jehovah's Getuigen gedurende het oordeel - zoals beschreven in Hosea 5:1, 2.

Laat elke christelijke getuige van Jehovah de belangrijkheid van Hosea 4:15 met behulp van Jehovah's geest onderscheiden, waar we Gods strenge waarschuwing lezen aan de getrouwen om niet evenzo de naam van Jehovah te verbinden aan het gouden kalf van Beth-Aven: "Al bedrijft gij ook hoererij, o Israël, moge Juda niet schuldig worden, en komt niet naar Gilgal, gaat ook niet op naar Beth-Aven, noch zweert 'Zo waar Jehovah leeft!'"

Maar, hoe weten we zeker dat de profetie van Hosea in onze tijd van toepassing is op Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap?

Terwijl de profetie van Hosea in een oude setting staat, zijn de relevante kwesties tussen Jehovah en zijn volk niet veranderd. Jehovah's hedendaagse volk staat tegenover dezelfde geloofsuitdagingen dan de Israëlieten. Daarom is de boodschap van Hosea en andere profeten heden ten dage even essentieel als toen ze voor het eerst werd opgeschreven.

Het boek Hosea verbindt de primitieve aanbidding die werd uitgeoefend door Israël zelfs naadloos aan de tijd van Christus' aankomst. Daarom lezen we in Hosea 3:4, 5: "Het is omdat de zonen van Israël vele dagen zonder koning en zonder vorst en zonder slachtoffer en zonder zuil en zonder efod en terafim zullen wonen. Daarna zullen de zonen van Israël terugkeren en stellig Jehovah, hun God, en David, hun koning, zoeken; en zij zullen stellig sidderend tot Jehovah en tot zijn goedheid komen, in het laatst der dagen."

"Het laatst der dagen" houdt verband met een specifieke tijdsperiode waarin God zijn oordeel begint - als eerste beginnend bij zijn eigen huis (Zie 1 Petrus 4:17, 18). In tegenstelling tot de leerstelling van het Wachttorengenootschap, is "het laatst der dagen" nog niet begonnen. Daarom zijn "de zonen van Israël" in werkelijkheid geestelijke Israëlieten en is "David, hun koning" natuurlijk Jezus Christus. Dat de profetie voorzegt dat "de zonen van Israël terugkeren en stellig Jehovah zoeken",wijst erop dat het geestelijk Israël op dit moment van Jehovah vervreemd is - alleen beseffen ze dit eenvoudig nog niet.

Door middel van Hosea verklaart Jehovah dat de woorden van de profeten dienen ter correctie en berisping van zijn volk. In Hosea 6:5-7 zegt God: "Daarom zal ik hen moeten neerhouwen door de profeten; ik zal hen moeten doden door de woorden van mijn mond. En de oordelen over u zullen zijn als het licht dat te voorschijn komt. Want in liefderijke goedheid heb ik behagen geschept, en niet in slachtoffer; en in de kennis van God meer dan in volledige brandoffers. Maar zijzelf hebben, gelijk de aardse mens, het verbond overtreden. Daar hebben zij trouweloos jegens mij gehandeld."

De woorden van God door middel van de Hebreeuwse profeten zijn bedoeld om Gods volk te vormen en te kneden en om door middel van oordeel de neiging tegen hem in opstand te komen de kop in te drukken. Geen ander volk dan de Israëlieten en hun priesters kon Gods verbond overtreden, om het eenvoudige feit dat geen enkel ander volk zich in een verbond met Jehovah bevond. Vandaag de dag geldt hetzelfde. De woorden van de profeten zijn evenzo gericht aan de gemeente van gezalfde christenen, die, net als de vroegere Israëlieten, in een verbond met God staan.

Jezus zei bijvoorbeeld ook dat hij ten strijde zal trekken in een oorlog van woorden tegen gezalfde christenen die geen berouw hebben van hun afgoderij, door in Openbaring 2:16 te zeggen: "Heb daarom berouw. Zo niet, dan kom ik vlug tot u, en ik zal oorlog tegen hen voeren met het lange zwaard van mijn mond."

Moeten we veronderstellen dat Jezus de christenheid vraagt om berouw te tonen?
Of zou het zo kunnen zijn dat de slachtoffers en "volledige brandoffers" uit Hosea 6:5 betrekking hebben op de riteachtige aanbidding van Jehovah's Getuigen? Zou het zo kunnen zijn dat God niet zo content is met het roemen over de miljoenen uren die Jehovah's Getuigen in de prediking doorbrengen, omdat we belangrijker zaken negeren?

Om "het verbond te overtreden" moet een volk duidelijk eerst in een verbond met Jehovah staan. Alleen gezalfde christenen (geestelijk Israël) staan in een verbondsverhouding met God door middel van hun Middelaar - Jezus Christus. Dat betekent dat degenen die "trouweloos hebben gehandeld" tegen Jehovah, Jehovah's Getuigen zijn. Op welke manier hebben Jehovah's Getuigen echter trouweloos gehandeld jegens Jehovah door zijn verbond met hen te overtreden? Hosea belicht twee specifieke aspecten.

“ZOALS IN DE DAGEN VAN GIBEA”

Hosea 9:9 luidt: "Zij zijn diep verzonken in het brengen van verderf, zoals in de dagen van Gibea. Hij zal hun dwaling gedenken; hij zal aandacht schenken aan hun zonden."

Dore_084"De dagen van Gibea" heeft betrekking op een grove zonde die plaatsvond gedurende de tijd van de rechters. Het verslag in het 19de hoofdstuk van Rechters geeft weer hoe sommige "nietswaardige" seksueel perverse personen een man wilden verkrachten die als gast in Gibea verbleef. In plaats daarvan kwam het erop uit dat de groep zijn bijvrouw tot de dood toe verkrachtte. Verbolgen door de gruweldaad sneed de man het dode lichaam van de vrouw in 12 stukken en zond elk van de 12 stammen een deel. (Bedenk alsjeblieft dat dit lang voor de opkomst van elektronische media was; toenmalige personen zouden naar hedendaagse maatstaven ongewone en bizarre dingen gedaan kunnen hebben om nieuwswaardige gebeurtenissen bekend te maken.) Het resultaat was dat alle stammen van Israël geschockeerd waren door de misdaad en tegen de stam Benjamin optrokken en eisten dat de schuldige mannen van Gibea aan het overgeleverd werden, zodat ze in overeenstemming met de Wet ter dood gebracht konden worden.

Rechters 20:13 verslaat: "Bijgevolg zonden de stammen van Israël mannen naar alle leden van de stam Benjamin om te zeggen: "Wat is dit voor een slechte zaak die zich onder u heeft afgespeeld? Nu dan, levert die mannen, die nietswaardige mannen, die te Gibea zijn, uit, opdat wij hen ter dood brengen, en laten wij het kwaad uit Israël wegdoen." 

Het vers zegt echter verder: "En de zonen van Benjamin wilden niet naar de stem van hun broeders, de zonen van Israël, luisteren." Als gevolg van de dwaze weigering van Benjamin om recht te doen brak er een oorlog uit, met als resultaat dat de stad Gibea tot de grond toe werd afgebrand en de stam Benjamin bijna geheel weggevaagd werd. Er moet tevens worden opgemerkt dat Jehovah de oorlog tegen Benjamin verordende.

Onder hedendaagse Jehovah's Getuigen heeft iets soortgelijks als de gruwelijke seksuele misdaad van Gibea plaatsgevonden - alleen op een veel grotere schaal. Het is schokkend dat er in recente jaren duizenden zaken van kindermisbruik aan het licht zijn gekomen vanbinnen de organisatie. Net zoals dat het geval was bij het vroegere zedenmisdrijf in Gibea, is ook het schandelijke probleem met betrekking tot pedofiele binnen de Wachttorenorganisatie wijds gepubliceerd.

Om te beginnen moet er echter op gewezen worden dat het zedenmisdrijf van Gibea niet de reden was voor de burgeroorlog - noch was dit de reden dat Jehovah tientallen jaren later de aandacht vestigde op Gibea. Als Benjamin de schuldige mannen gewoon had overgeleverd om ter dood gebracht te worden, zoals de Wet voorschreef, had het zedenmisdrijf, hoe schokkend het ook moge zijn, wellicht niet eens in de Bijbel gestaan. De werkelijke zonde van Gibea was de koppige weigering van de kant van Benjamin om recht te doen.

Evenzo zijn het Wachttorengenootschap en Jehovah's Getuigen "diep verzonken in het brengen van verderf" over de organisatie door hun koppige weigering recht te doen in de ogen van God ten behoeve van de vele duizenden kinderen van Jehovah's Getuigen die misbruikt zijn door pedofielen en verkrachters in onze gemeenten.

Hoe "diep verzonken" is het Wachttorengenootschap geraakt in het brengen van verderf? Beschouw eens een paar feiten:
Volgens Bill Bowen en Silentlambs hebben bronnen van binnen het Bethel hoofdkantoor onthuld dat het Wachttorengenootschap een geheime database heeft van precies 23.720 bekende kindermisbruikers! En klaarblijkelijk zijn dat enkel de bekende misbruikers in Noord-Amerika en Europa. En niet alleen dat, maar meer dan 5000 slachtoffers van misbruik zijn in recente maanden opgestaan als gevolg van de inspanning van Silentlambs om publiciteit te geven aan het probleem. Veel van hun persoonlijke verhalen over misbruik en doofpotaffaires staan op de Silentlambs website gearchiveerd.

De ouderlingen en het Wachttorengenootschap willen ons laten geloven dat alles op het Internet een web van leugens is opgezet door tegenstanders. Gezond verstand zegt ons echter dat slachtoffers van misbruik in werkelijkheid terughoudend zijn in het praten over hun ervaringen en dit alleen doen ter ondersteuning en aanmoediging van anderen. Zonder twijfel zijn er nog veel meer slachtoffers die in stilte lijden - waar de uitdrukking "silent lambs" ("stille lammeren") ook op doelt.

Het beleid van het Wachttorengenootschap, wat wordt ondersteund door vele ervaringen, is dat gemeentes en vaak zelfs de familieleden er niet eens voor gewaarschuwd worden dat een bekende pedofiel in hun midden is. Als gevolg daarvan is het Wachttorengenootschap rechtstreeks verantwoordelijk voor het verschaffen van een veilige haven voor misbruikers om hun walgelijke zonde op Jehovah's onschuldige lammeren uit oefenen.
In aanmerking genomen dat de zonde van Gibea betrekking had op een relatief kleine groep nietswaardige perverse mannen en slechts één slachtoffer, kunnen we ons een kleine inschatting maken van Jehovah's ongenoegen over de verdwaasde inspanningen van het Wachttorengenootschap geen recht te doen aan de vele duizenden slachtoffers van kindermisbruik.

Terwijl het Wachttorengenootschap volhoudt dat ze alles op een juiste manier heeft aangepakt, spreekt het feit dat het Genootschap de uitsluiting verordende van getrouwe Jehovah's Getuigen, zoals Bill Bowen en Barbara en Joe Anderson, die de leiding hebben genomen in het opkomen voor bescherming van kinderen, boekdelen over de geneigdheid van het Wachttorengenootschap. Het is alsof Bethel de reputaties van verdedigers van slachtoffers heeft vermoord; en hun goede naam en het recht samen te komen met hun gemeentes en families heeft ontnomen. Het Wachttorengenootschap heeft een ieder die het gewaagd heeft de stilte te verbreken en het juiste te doen gestraft.

"Het uitspreken van vervloekingen en beoefenen van bedrog en moorden en stelen en overspel plegen, dàt is losgebroken, en daden van bloedvergieten hebben aan andere daden van bloedvergieten geraakt."

(Hosea 4:2)

Eén van de woordvoeders van het Wachttorengenootschap, J.R. Brown, zegt dat het Wachttorengenootschap veel informatie heeft gepubliceerd om ouders te helpen hun kinderen te beschermen tegen pedofielen. Het is waar dat de website van het Genootschap enkele Ontwaak artikelen bevat die handelen over het voorkomen van kindermisbruik. De meeste artikelen handelen echter niet over het probleem met pedofilie binnen Jehovah's Getuigen; noch worden ouders specifiek gewaarschuwd voor de gevaren van binnenuit de gemeentes.

Het Wachttorenartikel getiteld "Laten wij een afschuw hebben van wat goddeloos is" handelt specifiek over gevallen waarbij één van Jehovah's Getuigen een daad van kindermisbruik begaat, maar het artikel erkent niet duidelijk dat het slachtoffer heel goed een kind in de gemeente zou kunnen zijn. De afdeling Public Relations en de Wettelijke afdeling van het Wachttorengenootschap hebben duidelijk de bedoeling de misleidende indruk te laten bestaan dat de plegers van kindermisbruik óf geen Jehovah's Getuige zijn, óf wanneer ze dat wel zijn, dat hun slachtoffer het niet is.

De Ontwaakt! van 8 april 1999 bevatte bijvoorbeeld een artikel met de titel: "Wie Zal Onze Kinderen Beschermen?" Op bladzijde elf zegt het artikel het volgende: 

"Denk aan het hartenleed van ouders die, te laat, ontdekten dat hun kinderen waren misbruikt door vertrouwde geestelijken, onderwijzers of zelfs naaste familieleden. Het zou goed zijn als u als ouder u zou afvragen: 'Wordt kindermisbruik in mijn kerk getolereerd of in de doofpot gestopt? Wordt in mijn religie krachtig vastgehouden aan hoge morele beginselen?' De antwoorden op zulke vragen zullen u kunnen helpen verstandige keuzes te doen ter bescherming van uw kinderen."

De huichelarij van het Wachttorengenootschap is in dit opzicht werkelijk verbluffend. In beschouwing genomen dat de Ontwaakt! vooral voor Jehovah's Getuigen geschreven is, is het zeer onwaarschijnlijk dat de kinderen van Jehovah's Getuigen ooit seksueel misbruikt worden door "vertrouwde geestelijken." Zoals het Wachttorengenootschap heel goed weet, zijn vele duizenden van onze kinderen echter reeds misbruikt door mannen die zichzelf Jehovah's Getuigen noemen; en ja, sommigen van de daders waren vertrouwde ouderlingen en dienaren in de bediening of anderszins gerespecteerde broeders in de gemeente. 

"Bij Gilead heeft iets magisch, ook onwaarheid, plaatsgevonden."

(Hosea 12:11)

Als het Besturende Lichaam werkelijk geïnteresseerd is Jehovah's Getuigen ouders te helpen hun kinderen te beschermen tegen pedofiele roofdieren, waarom waarschuwt de Ontwaakt! ouders dan niet voorzichtig te zijn met het achterlaten van hun kind bij broeders in de gemeente? Zou dat niet het meest eerlijke en verantwoordelijke zijn om te doen - daar het Genootschap zich er heel wel bewust van is dat duizenden pedofielen binnen de gemeentes van Jehovah's Getuigen op de loer liggen? En waarom stelt de Ontwaakt! niet relevantere vragen als "Wordt kindermisbruik in mijn koninkrijkszaal in de doofpot gestopt?" in plaats van de vraag te stellen "Wordt kindermisbruik in mijn kerk getolereerd of in de doofpot gestopt?" Ja, het Wachttorengenootschap is werkelijk "diep verzonken in het brengen van verderf" over zichzelf.

Jehovah doorziet natuurlijk alle voorwendsels - Jehovah kan onze harten doorzien. Daarom lezen we in Hosea 10:2: "Hun hart is huichelachtig geworden; nu zullen zij schuldig bevonden worden."
Het is interessant dat de Groot Nieuws Bijbel Hosea 10:4 als volgt vertaalt: "Zij hebben de mond vol van mooie beloften, zij zweren valse eden en sluiten heilloze verdragen. En de rechtspraak is als een gifplant die opschiet in de voren van een akker."

“RECHTSSPRAKEN SCHIETEN OP ALS GIFPLANTEN”

Terwijl de onder ede staande advocaten en mannen van de public relations afdeling van het Wachttorengenootschap vertrouwende ouders beloven dat het Genootschap altijd al het mogelijke gedaan heeft onze kinderen te beschermen tegen pedofielen, houden verschillende slachtoffers van misbruik er een andere mening op na. En onheilspellend genoeg geldt dit ook voor Jehovah God.

In overeenstemming met de profetie van Hosea schieten diverse rechtszaken tegen de gemeentes van Jehovah's Getuigen en het Wachttoren Bijbel en Traktaatgenootschap op als onkruid in een geploegde akker als gevolg van de koppige weigering van Beth-Aven recht te doen.

weedsHoe toepasselijk daarom dat Jehovah zijn organisatie vergelijkt met een domme, onhandelbare koe, door in Hosea 4:16 te zeggen: "Want gelijk een onhandelbare koe is Israël onhandelbaar geworden." En wederom in Hosea 9:15: "Wegens de boosheid van hun handelingen zal ik hen uit mijn eigen huis verdrijven. Ik wil hen niet langer liefhebben. Al hun vorsten handelen eigenzinnig."

Als meest recente voorbeeld van een dergelijke boosaardige onhandelbaarheid bepleiten de advocaten van het Wachttorengenootschap op dit moment voor het Hooggerechtshof van New Hampshire dat onze herders geen gemeenschappelijke of gemeentelijke verantwoordelijkheid dragen om vermoedelijke misbruikers aan de autoriteiten aan te geven, zelfs wanneer de wet hen daartoe verplicht.

"Te Gibea haalde de oorlog tegen de zonen der onrechtvaardigheid hen niet in. Wanneer het mijn hevige verlangen is, zal ik hen ook streng onderrichten."

(Hosea 10:9)

Toegegeven, in het universele samenstel van dingen zijn de voortdurende rechtszaken waarin het Genootschap verwikkeld is een relatief triviaal iets. Welke verdediging zullen de advocaten van Bethel echter aanvoeren in het hooggerechtshof van de hemel wanneer ze ter verantwoording wordt geroepen voor de duizenden kinderen die verkracht zijn tijdens hun wake? Hosea antwoordt: "Aldus zal men u lieden stellig doen, o Bethel, wegens uw uitermate grote slechtheid. In de dageraad zal de koning van Israël beslist tot zwijgen gebracht moeten worden." (Hosea 10:15)

We kunnen er zeker van zijn dat Bethel's institutionele profeten en onze zogenaamde organisatorische moeder, samen met al diegenen die Jehovah nu als zijn volk erkent, tot zwijgen gebracht zullen worden gedurende het komende oordeel, zoals Hosea ook voorzegt: "En gij zult stellig struikelen bij dag, en zelfs een profeet moet met u struikelen, als bij nacht. En ik wil uw moeder tot zwijgen brengen. Mijn volk zal stellig tot zwijgen worden gebracht…" (Hosea 4:5, 6)

Organisatorische afgoderij en onrechtvaardigheid is echter niet de enige zonde van Beth-Aven. Het wordt nog erger.

"NAAR ASSYRIË ZIJN ZIJ GEGAAN"

Jehovah had zijn natie bij diverse gelegenheden gered uit handen van machtige vijandige natiën. Uiteindelijk had Israël echter niet langer vertrouwen in de bescherming van God en sloten ze in hun dwaasheid politieke verbonden met zijn vijanden - zich indenkend dat dat hen veiligheid zou schenken. Wat een jammerlijk gebrek aan geloof werd er gedemonstreerd door de koningen van Israël toen ze verbonden sloten met het opkomende Assyrische Rijk en ze gunst zochten bij Egypte.

Er is veel bewijs dat Jehovah het werk van Jehovah's Getuigen in het verleden gezegend heeft en ons bevrijd heeft van onze vele machtige vijanden - net zoals hij bij Israël deed. De aangrijpende verslagen van Jehovah's Getuigen in het Nazi Duitsland en Rusland zijn bijvoorbeeld zeer aanmoedigend. De Jaarboeken van Jehovah's Getuigen bevatten letterlijke honderden ervaringen die aantonen dat Jehovah ons in kleine en grote zaken gezegend heeft.

"En Efraïm blijkt als een onnozele duif zonder hart te zijn. Naar Egypte hebben zij geroepen; naar Assyrië zijn zij gegaan."

(Hosea 7:11)

UN NGO2Helaas zien we echter hetzelfde patroon van ontrouwheid en aanmatigende ongehoorzaamheid bij het hedendaagse leiderschap van het Wachttorengenootschap. Hoe dat zo?
Ondanks alles wat God voor ons heeft gedaan, tekende het Wachttorengenootschap in 1992 een politiek verbond met de Verenigde Naties en werd ze een NGO (Non Gouvernementele Organisatie). Door een NGO te worden, stemde het Wachttorengenootschap ermee in hun middelen (die geheel opgedragen zijn aan het aankondigen van Jehovah's koninkrijk) te gebruiken om een informatiecampagne op te zetten ten gunste van de Verenigde Naties. In Jehovah's ogen komt dat neer op geestelijke prostitutie.

Wederom doet de huichelarij van het Wachttorengenootschap de mond openvallen van verbazing. Zoals alle Jehovah's Getuigen weten heeft het Wachttorengenootschap de Verenigde Naties jarenlang geïdentificeerd als een duivelse vervalsing van Gods koninkrijk. En we geloven dat de Verenigde Naties, net als Assyrië en Babylon door Jehovah gebruikt werden om goddelijke oordelen tegen de natiën te voltrekken, evenzo uiteindelijk de 8ste koning uit Bijbelse profetieën zal worden en de woorden van God over de vernietiging van Babylon de Grote, die opgetekend staan in Openbaring, uit zal voeren.

Hoe waar van het modern spiritueel Israël: "Zijzelf gingen naar Baäl van Peor, en zij droegen zich voorts op aan het schandelijke ding, en zij werden toen even walgelijk als [het voorwerp van] hun liefde." (Ho. 9:10)

Het Wachttorengenootschap weet heel goed dat Christus' koninkrijk geen deel van deze wereld is en dat wanneer een christen een vriend van deze wereld wil zijn, hij zich onvermijdelijk tot een overspelige vijand van God maakt. Daarom vermijden Jehovah's Getuigen het gewetensvol betrokken te raken bij politiek en zijn ze zelfs bereid te sterven in plaats van onze christelijke integriteit te compromitteren en het verbond van Christus te overtreden dat van ons verlangt dat we geen deel zijn van het politieke samenstel van de Duivel.

"De vorsten van Juda zijn geworden net als degenen die een grens verleggen... Efraïm is onderdrukt, verbrijzeld in gerechtigheid, want hij had het op zich genomen zijn tegenstander achterna te lopen."

(Hosea 5:10-11)

Ondanks die kennis, tekende het Besturend Lichaam van Jehovah's Getuigen, als vertegenwoordigers van het wereldwijde geestelijk Israël, desondanks een overeenkomst met de hedendaagse tegenhanger van de koning van Assyrië. Een dergelijke overeenkomst, of pact, komt overeen met wat in de Bijbel een verbond wordt genoemd. Het Wachttorengenootschap was gebonden aan de voorwaarden van hun verbond met de VN en zou als NGO ontheven worden wanneer ze daar niet aan had voldaan. Volgens de Verenigde Naties heeft het Wachttorengenootschap zich tien jaar lang getrouw gehouden aan allevereisten van hun contractgebonden afspraak.

"Efraïm voedt zich met wind en jaagt de gehele dag de oostenwind na. Leugen en gewelddadige plundering vermenigvuldigt hij. En een verbond met Assyrië sluiten zij, en olie wordt er naar Egypte gebracht."

(Hosea 12:1)

En niet alleen dat, maar alle Jehovah's Getuigen hebben onbewust meegedaan aan Bethel's goddeloze programma; doordat we allen Wachttorens en Ontwaakts hebben verspreid in onze bediening, waarin vele artikelen specifiek geschreven zijn om VN propaganda te verspreiden, zijn we allemaal schuldig geworden in de ogen van God.

Volgens de officiële verklaring van het Wachttorengenootschap aan bepaalde bijkantoren was er niets ongepasts aan de NGO verbintenis. Zogenaamd had de NGO verbintenis van het Wachttorengenootschap enkel tot doel dat onderzoekers van Bethel toegang konden krijgen tot de Dag Hammarskjöld Library faciliteiten op het VN hoofdkantoor. De VN bibliotheek heeft echter gezegd dat het niet nodig was een NGO te worden om de bibliotheek te kunnen gebruiken en de  officiële verklaring van de Verenigde Naties bevestigt dat het Wachttorengenootschap gewillig heeft voldaan aan de eisen die de VN stelt aan NGO's.

De enige conclusie die getrokken kan worden is dat Bethel liegt.

Het Wachttorengenootschap is zo brutaal geweest te suggereren dat hun NGO verbintenis geen geheim was; dit ondanks het feit dat de grote meerderheid van Jehovah's Getuigen er nog steeds geen weet van heeft en het Wachttorengenootschap het nooit in één van hun publicaties bekend heeft gemaakt. Bethel's brief aan de bijkantoren zegt: 

"Vanwege de gepubliceerde beschuldigingen door tegenstanders dat we geheime verbintenissen hebben met de Verenigde Naties hebben diverse bijkantoren om inlichtingen gevraagd over deze kwestie en hebben we die beantwoord."

Laat Bethel eens antwoorden op de volgende vragen: Als de NGO verbintenis van het Wachttorengenootschap met de Verenigde Naties niet geheim was, waarom hebben de bijkantoren dan überhaupt moeten informeren naar de kwestie? Als het niet geheim was, hadden dan op zijn minst de 100 Bethel bijkantoorcomité's wereldwijd er niet vanaf moeten weten?

"Met leugen heeft Efraïm mij omringd, en met bedrog het huis van Israël."

(Hosea 11:12a)

Ondanks dat er geen twijfel over bestaat dat veel tegenstanders van Jehovah's Getuigen opgetogen zijn over het feit dat het Wachttorengenootschap op dit moment in verval is door diverse schandalen, begrijpen ze eenvoudig Jehovah's voornemen niet.
Aan de andere kant kan de leugenachtige vasthoudendheid van het Wachttorengenootschap dat ze niets verkeerds heeft gedaan Jehovah ook onmogelijk behagen.

Als mensen met geloof zou het ons verlangen moeten zijn te weten hoe God denkt over deze zaken. Als het Wachttorengenootschap zo verdorven is als in dit essay is gepresenteerd, betekent dat dan dat we toch niet de ware religie zijn? Wat kunnen we van Jehovah's hand verwachten in de toekomst? Ja, welke realistische hoop is er? Deze vragen zullen in het tweede deel van de beschouwing van de profetie van Hosea besproken worden.

© 2004 by eWatchman

Pfeil nach oben


Download deze pagina:

PDF-Symbol zum Downloaden des Textes Hosea-s-Profetie-voor-deze-tijd.pdf (320 KB)