Deutsch   English   Français   Nederlands   Español

JHWH in hebreese letters

Nederlands Flag 7 Was 1914 het Einde
van de "Tijden der Heidenen"?

© 2004 Robert King

 

Cartoon: Russell sagt: Auf diesen Felsen (1914) will ich meine Gemeinde bauen

Op 2 oktober 1914 kwam de stichter en president van het Wachttoren Bijbel en Traktaatgenootschap de eetzaal van Bethel binnen en deed een opzienbarende aankondiging aan de medewerkers van het hoofdkantoor:

"De Tijden der Heidenen zijn geëindigd, de dagen van hun koningen zijn geteld."

Sinds de jaren '20 heeft de Wachttoren geleerd dat in 1914 het koninkrijk van de wereld aan Christus is gegeven, en dat, als gevolg daarvan, Satan en al zijn demonische engelen ook dat jaar zijn neergeslingerd, wat een periode van ongekende moeilijkheden voor de wereld aankondigde.

 

In de tijd dat Charles Russell de Bijbelstudenten informeerde dat de tijden der Heidenen geëindigd waren, waren zijn ideeën hoofdzakelijk gebaseerd op een interpretatie van chronologie. Helaas was Pastor Russell, zoals hij werd genoemd, ook gefascineerd en zwaar beïnvloed door piramidologie. Sinds 1914 hebben diverse oorlogen, voedseltekorten, aardbevingen, evenals de algemene morele ineenstorting van de beschaving, velen er echter van overtuigd dat we werkelijk in de kritieke laatste dagen van het huidige samenstel van dingen leven.

WWII shocked doughboyZonder twijfel was 1914 een strategisch keerpunt in de geschiedenis. De Eerste Wereldoorlog, of de Grote Oorlog zoals hij in eerste instantie werd genoemd, was een catastrofe voor Europa die tot in deze tijd zijn nagalm heeft. Maar was die datum, nu bijna een eeuw geleden, de aankondiging van de meest belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis van de wereld? Die vraag moet niet voortkomen uit een gebrek aan geloof in de heilige belofte van God. Integendeel, het zou ons diepste verlangen moeten zijn te weten te komen of 1914 het begin was van de regering van Gods koninkrijk, of dat die belangrijke gebeurtenis nog in de toekomst ligt, in zoverre dat menselijkerwijs mogelijk is.

In ieder geval kan de eigenlijke oordeelsdag van Jehovah niet eens één uur voorof achteruit geschoven worden door óf onze acceptatie óf onze afwijzing van de leerstelling omtrent 1914. Ongeacht onze huidige interpretatie van profetieën, Jehovah's grote dag zal komen, waarschijnlijk eerder dan verwacht, en niet exact op de manier waarop wij het verwachten. Onze onbegrip aangaande Jehovah's komende oordelen, kan ons duur komen te staan en zal vrijwel zeker resulteren in een omvangrijke zifting en loutering van de gehele organisatie.

Wat ons zorgen moet baren is dat er, in het verleden, altijd een aantal personen "gewond" zijn geraakt wanneer er relatief onbelangrijke "aanpassingen" werden gedaan aan bepaalde leerstellingen van de Wachttoren; personen die de verandering niet konden accepteren en als gevolg daarvan gestruikeld zijn uit de Waarheid. Het is werkelijk beangstigend na te denken over de mate van verwarring die in de organisatie zal ontstaan wanneer we snel de realiteit onder ogen moeten zien die onze langgekoesterde interpretatie aangaande Christus' tegenwoordigheid en 1914 teniet zal doen. Het zou daarom beter zijn dat we onze geest erop voorbereiden door de apostolische aansporing na te volgen:

"Vergewist U van alles, houdt vast
aan dat wat voortreffelijk is."

De apostolische verslagen sporen Christenen aan niet alleen acht te slaan op leerstellingen, maar ook op profetie. 2 Petrus 1:19 zegt bijvoorbeeld:

"Dientengevolge is het profetische woord voor ons des te vaster gemaakt, en gij doet goed er acht op te geven als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en er een dagster opgaat, in uw hart."

In Openbaring 2:26-28 belooft Jezus aan zijn getrouwe en overwinnende gezalfde broeders een aandeel in de uitoefening van zijn koninklijke autoriteit wanneer hij de natien zal vertreden, en vers 28 zegt dan specifiek:

"En ik zal hem de morgenster geven."

Daar Jezus en zijn 144.000 mede-koningen de natiën nog niet hebben geweidt met een ijzeren staf als waren ze lemen vaten, moet hieruit volgen dat Christus zijn broeders ook nog niet de "morgenster" van onsterfelijkheid en volledige verlichting heeft gegeven.

Daar dit nu het geval is, moet onze aandacht voor profetie meer inhouden dan enkel een oppervlakkige studie van de vermeende vervulling in het verleden; het moet ons doen uitzien naar de toekomst voor de vervulling van de tegenwoordigheid van Christus. Dat was ten slotte wat de transfiguratie benadrukte — Christus' tegenwoordigheid. Petrus verwees naar het visioen van de transfiguratie toen hij zei dat het profetische woord des te vaster werd gemaakt, en dat we daarop onze aandacht moeten blijven vestigen totdat Christus tegenwoordig is.

Ons verlangen moet altijd zijn de waarheid te bepalen, ongeacht de offers of moeilijkheden die we ondervinden als gevolg van het moeten afwijzen van bepaalde gedachten waarvan we nu overtuigd zijn dat ze bijbels bezien kloppen. Alles wat daar buiten valt, staat gelijk aan het uit het oog verliezen van het enige licht wat in deze donkere wereld schijnt en het risico nemen onvoorbereid en ontsteld te zijn bij Jezus' onverwachte aankomst als een dief in de nacht.

Vol geloof in de Bijbel en zijn betrouwbare Auteur moeten we de moed hebben onszelf de volgende vraag te stellen: Is Jezus werkelijk in 1914 begonnen te regeren over deze wereld? Om een volkomen bevredigend antwoord hierop te krijgen, moeten we nu enkele vragen behandelen om er zodoende achter te komen wat de tegenwoordigheid van Christus en de tijden der Heidenen nu precies inhouden.

 

Wat Zijn "de Tijden der Heidenen?"

De exacte uitdrukking "tijden der Heidenen," of "bestemde tijden der natiën," wordt slechts op één plaats in de Bijbel teruggevonden, en wel in Lukas 21:24, waar Jezus het volgende zei:

"En zij zullen vallen door de scherpte des zwaards en als gevangenen weggevoerd worden onder alle heidenen, en Jeruzalem zal door heidenen vertrapt worden, totdat de tijden der heidenen zullen vervuld zijn." (GNB)

Toegewijde Bijbelstudenten hebben al heel lang erkend dat Jezus' profetie een toepassing op de lange termijn heeft in plaats van enkel op de oude stad Jeruzalem, welke bij meer dan één gelegenheid door indringers werd verwoest. Volgens de profeten en apostelen zou "Jeruzalem" een afbeelding worden van het koninkrijk Gods daar de Davidische dynastie in de letterlijke stad Jeruzalem werd opgericht. Christus Jezus presenteerde zichzelf als Gods messiaanse koning aan de inwoners van Jeruzalem. Jeruzalem werd dus beschouwd als de hoofdstad van Jehovah's koninkrijk. De stad Jeruzalem wordt daarom in profetieën gebruikt om de diverse aspecten van Gods hemelse koninkrijk af te beelden.

Jehovah's Getuigen hebben begrepen dat het huidige politieke systeem dat de aarde, met inbegrip van Gods volk, heeft gedomineerd, op een zeker moment zal moeten wijken voor de regering van Gods koninkrijk. De laatste dagen zijn in feite een tijdsperiode die wordt gekenmerkt door het wisselen van de wacht, waarbij menselijke regeringen in een tumultueuze opschudding zullen verkeren wanneer ze uiteindelijk plaats zullen moeten maken voor Jehovah's glorieuze hemelse Messias.

Nu moeten we ons enkele vragen stellen: Als de wereldregering daadwerkelijk plaats heeft gemaakt voor Christus' koninkrijk in 1914, waarom hebben de natiën van deze wereld dan, bijna negentig jaar later, nog steeds complete dominantie over de aarde? Wat is er veranderd sinds 1914? Wat betreft de politieke natiën van deze wereld moge het duidelijk zijn dat er niets is veranderd.

Duidt enkel het groeien van het Wachttorengenootschap erop dat Christus nu de volledige controle over de wereldse aangelegenheden heeft? Waarom zou dat? In de 1ste eeuw, verspreidden de apostelen en dicipelen van Jezus evenzo het evangelie overal waar mogelijk, en toch was dat geen indicatie dat zoiets als de bestemde tijden der natiën toen zou zijn geëindigd. Zoals de Schrift zegt, heeft Christus inderdaad geregeerd in zijn koninkrijk sinds zijn advent in het jaar 33 GT, en als koning heeft Christus zijn gemeente sinds haar begin geleid.

Wat in dit licht nog verbazingwekkender is, is onze interpretatie van de profetie in het 7de hoofdstuk van Daniël. Die profetie voorzegt dat in de tijd dat God het koninkrijk aan de Zoon des mensen en de heiligen geeft, er daarna een korte verlenging van tijd aan het op een beest gelijkend politiek systeem gegeven wordt, met een lengte van een raadselachtige "drie en een halve tijden," waarin van de beestachige koning wordt gezegd dat hij de heiligen continue bestookt. Ja, meer dan enkel bestoken, Daniël 12:7 maakt melding van dezelfde "bestemde tijd, tijden en een half," en zegt:

"En zodra er een eind zal zijn gemaakt aan het verpletteren van de macht van het heilige volk, zullen al deze dingen een einde nemen."

"Al deze dingen" waarnaar de profeet verwijst, hebben te maken met het einde van het menselijke samenstel van dingen. Nu, als de heiligen, naar men verondersteld, zijn verpletterd tijdens de periode van 1916-1919, waarom hebben "al deze dingen" dan geen einde genomen?

En niet alleen dat, maar het 8ste hoofdstuk van Daniël voorzegt evenzo hoe de heiligen verruïneerd en onder voet worden gelopen voor een periode van 2300 "avonden en morgens," welke door de Wachttoren worden toegepast op een periode tijdens de Tweede Wereldoorlog. Nogmaals stellen we de vraag: Als het symbolische Jeruzalem in 1914 niet meer vertreden werd door de natiën, zoals we nu veronderstellen, waarom gaan de natiën dan voort de heiligen van het koninkrijk te vertreden voor een bestemde tijd nadat de tijd voor zulk een vertreding volgens ons is geëindigd?

Wat we hier hebben is een condradicterend en verwarrend lapwerk van profetie waarbij de bestemde tijden der natiën waarin ze Gods koninkrijk hebben vertreden eindigde in 1914. Dan hebben we een bijkomende periode van drie en een half jaar tijdens WWI waar de natiën Gods volk opnieuw bestoken en vertreden. De Wachttoren heeft ook nog een andere profetie toegepast op een periode tijdens WWII, welke voorzegt dat Gods heiligen zullen worden vertreden door politieke machten.

En niet alleen dat, maar we moeten ook het feit in aanmerking nemen dat veel profetieën vooruit wijzen naar een toekomstige tijd van verdrukking, wanneer Gods volk door de natiën zullen worden onteerd en vertreden.

Door zulke willekeurige interpretatie van profetie maken we de woorden van Christus aangaande de tijden der Heidenen feitelijk zinloos. Als de bestemde tijden der natiën in 1914 geëindigd zijn en het de natiën sindsdien toch toegestaan is voort te gaan zoals normaal, moeten we óf concluderen dat het koninkrijk van Christus een instituut zonder macht is, óf dat het koninkrijk van de wereld nog niet aan Christus is gegeven, wat een redelijkere conclusie is. En dat zou onvermijdelijk betekenen dat de hierboven genoemde profetieën van Daniël ook nog niet vervuld zijn en dat Gods volk opgewacht wordt door gebeurtenissen die zich nog moeten ontwikkelen. Met dat onderscheidingsvermogen kan iemand uiteindelijk bevatten hoe ongelooflijk belangrijk het is dat we heronderzoeken wat de zogenoemde tijden der Heidenen nu precies zullen inhouden.

 

Wat is "de Heilige Plaats"
die verwoest zal vorden?

Wanneer we de context van de profetie aangaande de vertreding van Jeruzalem totdat de bestemde tijden der natiën zijn geëindigd bestuderen, zullen we opmerken dat er geen verwijzing is naar de verwoesting van Jeruzalem door de Babyloniërs zo'n 5 eeuwen eerder. Het is er gewoon niet. Er is daarom geen schriftuurlijke rechtvaardiging voor het toepassen van de zeven tijden van Daniël op de de bestemde tijden der natiën waarover Christus sprak. Jezus waarschuwde zijn dicipelen daarom in plaats daarvan voor een toekomstige tijd wanneer de tempel en de heilige stad van Jeruzalem verwoest zou worden door de Romeinse legioenen. Er is echter geen Schriftuurlijke of historische aanduiding dat zo'n soort bestemde tijd der natiën is begonnen in 66 CE toen de Romeinse keizerlijke legioenen voor het eerst voet zette in de heilige plaats.

Bekwame Bijbelstudenten kunnen bewijzen dat de profetie aangaande Jeruzalem's vernietiging een vervulling op veel grotere schaal zou hebben, een voorafschaduwing van een hedendaags walgelijk ding dat zou "staan waar het niet hoort." We kunnen dus concluderen dat "de bestemde tijden" te maken hebben met de periode waarin God het toelaat dat zijn symbolische Jeruzalem en zijn heilige plaats vertreden en woestgelegd zal worden.

Eén probleem dat ons heden ten dage parten speelt bij het komen tot een nauwkeurige interpretatie van deze essentiële profetie is dat de Wachttoren Gods huishouden heeft geleerd dat de heilige plaats waarnaar Jezus verwees de Christenheid is. De profetie in kwestie zegt:

"Wanneer gij daarom het walgelijke ding dat verwoesting veroorzaakt, waarover door bemiddeling van de profeet Daniël gesproken is, in een heilige plaats ziet staan (de lezer gebruike onderscheidingsvermogen), laten dan zij die in Judéa zijn, naar de bergen vluchten." (Mattheüs 24:15, 16)

We geloven dat de Christenheid de hedendaagse heilige plaats is, omdat Jeruzalem ongehoorzaam was aan God, met als gevolg dat God uitvaardigde dat ze vernietigd moest worden. Als dat echter zo is, waarom zegt de profetie dan dat het walgelijke ding zal staan waar het niet hoort te staan? Als de heilige plaats werkelijk de onheilige plaats van de vele contradicterende afscheidingen en sekten van de Christenheid voorstelt, zou het logisch zijn dat het walgelijke ding daar juist op zijn plaats zou zijn, in plaats dat het daar staat waar het niet zou moeten staan.

De veronderstelling van veel van Jehovah's Getuigen, en in feite de overheersende houding van het Wachttorengenootschap, is dat we als organisatie in een goedgekeurde positie voor God staan. Omdat Christus voorzei dat de heilige plaats verlaten zou worden als gevolg van Gods uitoefening van rechtvaardigheid, verkeren we in de naïviteit dat de heilige plaats iets anders moet betekenen dat de geestelijke tempel die bestaat uit Gods heiligen. En toch spreekt Jezus een paar verzen later in dezelfde context ook over Jeruzalem die voor een bestemde tijd vertreden zou worden, waarbij we dat Jeruzalem wél interpreteren als Gods hemelse koninkrijk. We hebben dus twee definities voor wat Jeruzalem en zijn heilige plaats nu precies inhouden die elkaar tegenspreken.

Wat we moeten beseffen is dat Christus zelf Jeruzalem erkende als de heilige stad. Hij noemde Jeruzalem "de stad van de grote Koning." Verder reinigde Jezus Jehovah's tempel bij twee verschillende gebeurtenissen waarbij hij het "het huis van mijn Vader" noemde. Dus, ondanks dat het Joodse geloof verdorven was in die tijd, beschouwde Jezus de tempel zelf niet als iets onheiligs. Waarom zou Jezus anders de moeite hebben genomen de geldwisselaars uit zijn Vaders huis te gooien? Als een getrouwe Jood, toonde Jezus eerbied voor Gods tempel. Het betreurde hem zeer de wee op Jeruzalem en de mooie tempelaan te kondigen. Het was zelfs zo dat toen Jezus de heilige stad voor zijn laatste triomferende intocht door zijn poorten naderde, Jezus huilde toen hij de stad vanuit de verte zag liggen. Het is daarom onwaarschijnlijk dat Jezus met zijn verwijzingen naar de heilige plaats en Jeruzalem de bedoeling had de Christenheid te symboliseren.

De lezer moet bij de gebeurtenis waarbij Jezus huilde om Jeruzalem ook in aanmerking nemen dat Jezus verder voorzei dat

"er dagen over u zullen komen waarin uw vijanden een versterking rondom u zullen bouwen met puntige palen en u zullen omsingelen en u van alle kanten zullen benauwen, ... omdat gij de tijd waarin gij werdt geïnspecteerd, niet hebt onderscheiden." (Luk. 19:43,44)

Laten we nu eens de Hebreewse profeet Jesaja raadplegen. Jesaja begint in het 29ste hoofdstuk met een aankondiging van een wee over Gods dienaar Ariël. Vers 1 zegt:

"Wee Ariël, Ariël, de stad waar David zich legerde!"

De stad waar David zich legerde is geen ander dan de stad Jeruzalem zelf, welke David innam van de Jebusieten. Jeruzalem werd zelfs "de stad van David" genoemd. Vers 3 zegt verder:

"En ik moet mij aan alle kanten tegen u legeren, en ik moet het beleg voor u slaan met een palissade, en belegeringswerken tegen u oprichten."

 

PalisadesDe definitie van palissade in het woordenboek is "een rij van puntige palen." Interessant genoeg is dat precies wat Christus voorzei over wat de vijanden Jeruzalem zouden aandoen, namelijk:

 

"Uw vijanden zullen een versterking rondom u zullen bouwen met puntige palen en zullen u omsingelen en zullen u van alle kanten benauwen." (Lukas 19:43)

De vraag die rijst is: Voorzei Jesaja de vernietiging van Jeruzalem door de Romeinen? Nee, dat deed hij niet. Verwees Jesaja's profetie naar de vernietiging van Jeruzalem door Nebukadnezar? Nee, ook dat deed hij niet. De reden hiervoor vinden we enkele verzen verder in vers 7 en 8 waarin de profetie verwijst naar de aanvallers als zijnde meerdere natien. De verzen vermelden:

"En het moet geschieden net als in een droom, in een nachtvisioen, met betrekking tot de menigte van alle natiën die oorlog voeren tegen Ariël, ja, allen die oorlog voeren tegen haar ... zo zal het geschieden met de menigte van alle natiën die oorlog voeren tegen de berg Sion." (Jesaja 29:7,8)

Op een andere plaats bevestigt de profeet dat een vereniging van alle natiën het geestelijke Jeruzalem zullen plunderen. Zacharia 14:2 zegt bijvoorbeeld:

"En ik zal stellig alle natiën tegen Jeruzalem ten oorlog vergaderen; en de stad zal werkelijk ingenomen worden..."

Deze profetie werd pas gegeven nadat de Babyloniërs Jeruzalem hadden verwoest.

De gruwelijkheden die worden begaan tegen Gods volk tijdens die aanval op "Jeruzalem" zijn datgene wat Jehovah's vreselijke woede zal doen ontbranden en zal resulteren in de uiteindelijke vernietiging van alle natiën op het symbolische slagveld van Armageddon.

Jesaja 29:5, 6 onthult ook dat Jehovah's antwoord op de aanval van Ariël een ogenblikkelijke en plotselinge vernietiging voor de aanvallers zal betekenen. Babylon was zeker niet plotseling verwoest door een stormachtig en verslindend vuur, noch deden de Romeinen dat in 70 G.T.

Daar Jezus vrijwel woordelijk de profetie van Jesaja citeerde toen hij het wee over Jeruzalem uitsprak en daar God het Romeinse rijk of zijn keizerlijke legioenen niet vernietigde in antwoord op hun vernietiging van Jeruzalem, is het duidelijk dat beide profetieën van toepassing zijn op geestelijk Israël. Dat betekent dat de heilige plaats die verwoest wordt tijdens de komende wereldomvattende verdrukking, Jehovah's organisatie is en niet de Christenheid, zoals we nu aannemen.

 

Cartoon: Taschenlampe mit dunklem Lichtkegel

 

We zijn nu op het punt aangekomen dat we kunnen begrijpen wat de bestemde tijden der natiën nu werkelijk zijn. Daar "geen profetie der Schrift door enige eigen uitlegging ontstaat," moeten we Gods eigen woord raadplegen dat zichzelf interpreteert. Als we op een andere plaats dezelfde fraseologie die Christus gebruikte met betrekking tot Gods heilige plaats en Jeruzalem (dat voor een specifieke periode vertreden zou worden door de natiën) terug kunnen vinden, zou het passend zijn te concluderen dat dat de tijden der Heidenen waren waarover Jesus sprak in het 21ste hoofdstuk van Lukas.

In het boek Openbaring, Jezus' laatste directe communicatie met zijn volgelingen, onthult Christus dat de bestemde tijden der natiën waarin Gods heilige plaats vertreden zal worden, 42 maanden zou bedragen. Openbaring 11:2 zegt:

"Maar wat het voorhof buiten het tempelheiligdom betreft, werp dat volledig buiten en meet het niet, want het is aan de natiën gegeven, en zij zullen de heilige stad vertreden, tweeënveertig maanden lang."

Ironisch genoeg geloven we dat de tweeënveertig maanden durende periode van vertreden plaatsvond direct nadat de bestemde tijden der natiën, waarin "Jeruzalem" vertreden zou worden, naar men verondersteld geëindigd waren.

Daar de enige ware Schriftuurlijk interpretatie van de bestemde tijden der Heidenen wijst op deze drie en een half jaar durende periode, en niet naar de veel langere 2520 jarige periode, lijkt het niet waar te zijn dat de bestemde tijden eindigden in 1914. Aangezien dat het geval is, is het ook niet waar dat Gods heiligen tweeënveertig maanden lang vertreden zijn in de periode van 1916- 1919. Klaarblijkelijk is de waarheid dat de bestemde tijden, en tijd en een halve tijd nog niet eens begonnen zijn.

Waar we voor staan is Gods ophanden zijnde oordeel over zijn eigen huis. Het zal de ontberingen en tuchtigingen die Jehovah zijn zonen en dochters toediende tijdens de Eerste Wereldoorlog ver overtreffen. Met de nieuw gevonden mogelijkheden voor de mens om de kracht van het atoom te gebruiken door middel van nucleaire wapens, hun vergaring van biologische wapens in hun voorraadschuren en hun door de geschiedenis geverifiëerde geringschattingde houding met betrekking tot de waarde van een mensenleven, zou er weinig twijfel moeten rijzen bij de uitspraak dat de wereld letterlijk leeft op het randje van zelf-vernietiging en klaar is om zich in een tumultueuze uitbraak van oorlog en chaos te storten welke nog nooit is voorgekomen of zelfs maar voorgesteld.

In de laatste, beslissende en wanhopige poging van de wereld de controle opnieuw in handen te krijgen of te behouden (controle die ze in werkelijkheid nooit heeft gehad), zal ook het Wachttorengenootschap op een manier getroffen worden die we ons niet kunnen voorstellen, omdat we ervan overtuigd zijn geraakt dat we op één of andere manier immuun zijn voor de barensweeën die ons spoedig zullen treffen, terwijl de realiteit is dat exact het tegenovergestelde het geval zal zijn.

Werkelijk een bestemde tijden der natiën!

© 2004 Robert King / e-watchman.com
Nederlandse vertaling: Ezra Swols

Pfeil nach oben


Download

PDF-Symbol zum Downloaden des Textes "Was-1914-het-Einde-van-de-tijden-der-Heidenen?" (310 KB)