Deutsch   English   Français   Nederlands   Español   Polski

facebook-Button

JHWH in hebräischen Buchstaben
http://www.besucherzaehler-homepage.de/

3– Mijn eigen afgod heeft ze gedaan

 

golden kalfAfgoderij is altijd een strik geweest voor Gods volk. Daarom lezen we in de Bijbelse historie over Aäron die een gouden kalf maakte dat Jehovah voor de afgodendienaars moest vertegen­woordigen. Ondanks Jehovah's duidelijke bevel begonnen de Joden kort na het binnengaan van het Beloofde Land Baäl-beelden en heilige palen te aanbidden. De wijste man uit die tijd, Salomo, bouwde tegen het einde van zijn leven dwaas genoeg tempels voor zijn buitenlandse vrouwen waar zij hun godheden konden aanbidden.

Nadat Israël was opgesplitst in twee natiën, werd afgoderij geinstitutio­naliseerd in het Noordelijke Koninkrijk toen Jeroboam op twee plaatsen kalfaanbidding opzette voor het gemak van zijn onderdanen, zodat ze zich niet verplicht voelden naar Jeruzalem te reizen voor aanbidding. Naarmate de tijd vorderde werd zelfs Jehovah's tempel in Jeruzalem verontreinigd met allerlei afgodische beelden.

De vroege Christenen was ook bevolen zich te onthouden van afgoderij; afgoderij kan echter heel subtiele vormen aannemen. Paulus schreef bijvoorbeeld aan de Kolossenzen en spoorde hen aan hun ledematen te doden zodat ze zich zouden onthouden van immorele seksuele begeerte wat door Paulus afgoderij werd genoemd. Het Christendom heeft ons in laten zien dat afgoderij niet beperkt is tot knielen voor één of ander beeld, maar dat het in plaats daarvan ook te maken heeft met menselijke verlangens vóór Gods wil te plaatsen. Voor Christenen is alles wat tussen hen en hun absolute toewijding aan God komt, afgoderij.

Een enkele keer werden de apostelen of andere prominente dienaren objecten van verering. Door de wonderbaarlijke kracht die de apostelen soms uitoefenden, werden ze soms vereerd als goden. Mensen volgen kan een vorm van afgoderij zijn. Paulus moest de gemeente Korinthe terechtwijzen, omdat ze teveel nadruk legde op mensen. Sommigen beweerden bij Paulus te horen; anderen bij Apollos; en weer anderen beweerden bij Petrus te horen.

Zelfs heden ten dage is aanbidding van heiligen aanwezig binnen de Christenheid. Christenen zijn in gebreke gebleven het laatste vers van het boek 1 Johannes ter harte te nemen. Het luidt: 

"Kindertjes, hoedt uvoor de afgoden." 

Ironisch genoeg trachtte zelfs de schrijver van die geïnspireerde waarschuwing, Johannes zelf, te buigen voor een engel en deze te aanbidden nadat hij de Openbaring had ontvangen. De engel waarschuwde hem op niet mis te verstane wijze dit niet te doen.

Door slechts oppervlakkig diverse Bijbelse verslagen door te nemen, moet het duidelijk worden dat afgoderij werkelijk een valstrik is waarin Christenen gemakkelijk kunnen vallen. Het lijkt zelfs zo dat we als gevolg van onze zondige toestand van nature geneigd zijn tot afgoderij.

Charles Taze RussellIs het beoefenen van afgoderij uitgeroeid in de recente geschiedenis van Jehovah's Getuigen? Nee, zo'n conclusie kunnen we niet trekken. Terwijl de Bijbelstudenten de verering van de bekende heiligen en beelden van de Christenheid afwezen (met uitzondering van het gebruik van het kruis in de vroege dagen van de Bijbelstudenten), werd de charismatische grondlegger van de Wachttoren voor velen een cultfiguur. Velen van de vroege Bijbelstudenten dachten dat Charles Russell de "getrouwe en beleidvolle slaaf" was, ondanks dat hij dat zelf nooit heeft beweerd. Als gevolg hiervan weigerde ongeveer de helft van degenen die verbonden waren met de Wachttoren het leiderschap van J.F. Rutherford te accepteren nadat Russell plotseling was overleden. Tot op de dag van vandaag zijn er personen die beweren bij Charles Russell te horen.

Joseph Franklin RutherfordSinds de dood van Charles Russell heeft geen enkele persoon zo'n stempel gedrukt op Jehovah's Getuigen – zelfs de strijdlustige "Rechter" Rutherford niet. Sinds de dood van de wetenschappelijke Fred Franz in 1992, heeft het Wachttorengenootschap zich onderscheiden door de afwezigheid van een dominante persoonlijkheid. Het lijkt alsof de persoonsverheerlijking uiteindelijk overwonnen is.

Maar, kunnen we, in het licht van de neiging die we allemaal hebben ten opzichte van afgoderij, werkelijk beweren dat we zo'n geneigdheid overwonnen hebben? Ondanks dat er geen charismatische leidende figuur meer is, zoals dat vroeger het geval was, lijkt het erop alsof de neiging om mensen te bewonderen veranderd is in een meer arglistige en subtielere vorm van afgoderij. In plaats van een herkenbare persoonlijkheid, lijkt het er nu op dat het Wachttorengenootschap zélf zo langzamerhand een prominentere plaats in het hart en de geest van Jehovah's Getuigen is in gaan nemen dan Jehovah zelf. Dat komt neer op afgoderij.

Het valt niet te ontkennen dat de Wachttoren alle aspecten van ons geloof bepaalt. Evenzo valt het niet te ontkennen dat conformisme aan een groeiend organisatorisch beleid en procedures in de loop van de tijd de maatstaf van onze aanbidding is geworden. En terwijl de Bijbelse leerstellingen de basis van ons geloof vormen, heeft de Wachttoren als enige het recht te bepalen hoe Gods Woord door alle Jehovah's Getuigen moet worden begrepen. Zaken die aan het individuele geweten worden overgelaten, lijkt een begrip te zijn dat weinig wordt begrepen.

Terwijl de getrouwe en beleidvolle slaaf verantwoordelijk is voor het terechtertijd voeden van Gods huisgezin met geestelijke voedsel, lijkt het alsof het Wachttorengenootschap veel verder is gegaan dan de opdracht die Christus zijn slaven gaf. Toen Pastor Russell de Wachttoren in 1879 oprichtte, was het enkel een publikatie die studerende Christenen wat stof tot nadenken trachtte te geven. De gemeenten die in de Verenigde Staten en elders ontstonden, waren enkel losjes met elkaar verbonden doordat ze, net als de eerste eeuwse gemeenten, geestelijk met elkaar waren verbonden.

JW.org Logo in BrooklynNu is de organisatie een miljarden-genootschap geworden met aanzienlijke bezittingen en een klein legertje van advocaten die de belangen van het Genootschap wereldwijd moeten verdedigen. Gedurende de laatste jaren zijn het hoofdkantoor van de Wachttoren, Brooklyn Bethel, en andere bijkantoren op de wereld bijna Mekka's geworden waarnaar de getrouwen op bedevaart gaan.

Beschouw bijvoorbeeld eens het volgende over hoe zwaar geloof in de organisatie weegt: Wanneer één van Jehovah's Getuigen aan de ouderlingen zou toegeven dat hij/zij het geloof in God en de Bijbel verloren heeft, zal er waarschijnlijk alles aan gedaan worden om het geloof van zo'n persoon te herstellen. Wanneer dezelfde persoon echter zou toegeven dat hij/zij niet langer gelooft dat de Wachttoren Gods organisatie is, of dat hij/zij niet langer gelooft in enkele leerstellingen van de getrouwe slaaf, zal hij/zij waarschijnlijk worden beschuldigd van afvalligheid en wellicht uit de gemeente gesloten worden, ook al gelooft de persoon misschien nog wel in de Bijbel.

De heersende gedachte dat het Genootschap geen fout kan doen werd eens in een kort gesprekje door een zuster tot uiting gebracht. Zij liet haar afkeur blijken over een geloofsgenote die twijfel geuit had over de juistheid van een bepaalde leerstelling van de Wachttoren. Ze zei toen: "Wat, twijfelen aan de Wachttoren is als twijfelen aan Jehovah."

Wat deze zuster blijkbaar niet besefte, was dat ze met haar onschuldige opmerking de Wachttoren niet slechts met Jehovah gelijkstelde, maar dat ze de Wachttoren zelfs boven God verhief. Hoe dat zo? Omdat Jehovah het namelijk wel toestaat dat hij ondervraagd wordt door zijn aanbidders. Denk maar eens aan de situatie toen Jehovah in al zijn nederigheid het goed vond dat Abraham hem ondervroeg over de juistheid van zijn oordeel tegen Sodom en Gomorra. Ook Jezus liet zich voortdurend ondervragen door zowel zijn discipelen als de Farizeeën. Is de Wachttoren dan superieur aan Jehovah en Jezus Christus?

dasspelden met JW.org logoDe mening die onder Jehovah's Getuigen is ontstaan, is dat de Wachttoren ons alles wat Jehovah wil dat we weten zal uitleggen. We zijn de Wachttoren zodanig gaan vertrouwen dat we geloven dat we Jehovah met heel ons hart, verstand en ziel dienen wanneer we het programma dat door het Genootschap is uitgestippeld volgen. Daarom is de houding ontstaan dat alles wat het imago van de Wachttoren doet tanen ten alle tijde moet worden vermeden. Dat heersende gevoel heeft er bijvoorbeeld toe geleid dat de Wachttoren de omvang van kindermisbruik geheim heeft gehouden om zodoende het imago van de organisatie als zijnde een geestelijk paradijs te beschermen.

Het is bewezen dat de broeders op andere gebieden bereid zijn geweest hun toevlucht te nemen tot misleiding om de Wachttoren als een onfeilbaar lichtbaken te presenteren. Als gevolg daarvan worden privé-websites zoals e-watchman als onjuist beschouwd, niet omdat er onwaarheid wordt geschreven, maar omdat ze in de ogen van Jehovah's Getuigen afbreuk doen aan de heerlijkheid van de Wachttoren. In plaats van verheugd te zijn dat Jehovah iets aan één van zijn dienaren heeft onthuld, vinden sommigen het wellicht verontrustend dat nieuwe waarheden niet via het Wachttorengenootschap komen.

cup cakes met JW.org flagsHet is echter vreemd, zo niet verontrustend, dat terwijl de Wachttoren krachtig de afgoderij van de Christenheid aan de kaak heeft gesteld en ons attent heeft gemaakt op de geestelijke gevaren die kleven aan het vereren van nationale symbolen en dergelijke, we niet éénmaal gewaarschuwd zijn voor het teveel belangrijkheid toekennen aan de Wachttoren zelf. Het lijkt erop dat het model voor het laatste oordeel reeds gevormd is, teneinde al Jehovah's Getuigen uit te dagen meer rechtstreeks hun loyaliteit aan Jehovah God te tonen.

Wanneer Jehovah zelf zegt dat elk verheven ding neergebogen moet worden voordat zijn heerlijkheid wordt onthuld, wat moeten we dan concluderen ten aanzien van de toekomst van de imposante Wachttoren-organisatie? Of, anders gezegd: Wat zal er gebeuren met het geloof van Jehovah's Getuigen wanneer de Wachttoren blootgesteld wordt aan publiekelijke schande en misschien vernietigd wordt? Hoe zal de individuele Getuigen reageren wanneer duidelijk wordt dat de Wachttoren ons in bepaalde opzichten heeft misleid? Zal ons geloof in Jehovah daardoor verwoest worden? Dit zijn zware testen die in het verschiet liggen en waar de Wachttoren ons niet op heeft voorbereid. De beproevingen die ons onontkoombaar zullen treffen kunnen niet worden overwonnen door enkel vast te houden aan beleid van de organisatie, maar alleen door een persoonlijke demonstratie van iemands onbreekbare geloof in de reddende kracht van Jehovah en Christus Jezus.

Helaas heerst er tot op de dag van vandaag nog steeds afgoderij onder Jehovah's volk. Jehovah heeft in de Schrift echter voorzegd op welke wijze hij eens en voor altijd het aloude probleem van afgoderij zal genezen.

Het 48ste hoofdstuk van Jesaja legt uit dat Jehovah een aanzienlijk gedeelte van Schriftuurlijke waarheden verborgen houdt voor zijn geestelijk natie tot een toekomstige tijd. Jesaja 48:6, 7 spreekt als vanuit een toekomende tijd tot ons, wanneer God datgene wat hij tot dan toe heeft opgespaard, onthult. Het luidt: 

"Gij hebt gehoord. Aanschouw het alles. Wat ulieden betreft, zult gij het niet vertellen? Ik heb u nieuwe dingen doen horen vanaf de tegenwoordige tijd, ja, opgespaarde dingen, die gij niet hebt geweten. In de tegenwoordige tijd moeten ze geschapen worden, en niet van die tijd af, ja, dingen die gij vóór vandaag niet hebt gehoord, opdat gij niet zegt: 'Zie! Ik heb ze al geweten.'"

Welk doel zou het kunnen dienen wanneer Jehovah zaken voor zijn dienaren verbergt? Het 5de vers legt uit dat het is "opdat gij niet zoudt zeggen: 'Mijn eigen afgod heeft ze gedaan, en mijn eigen gesneden beeld en mijn eigen gegoten beeld hebben ze bevolen.'" (Jesaja 48:5)

golden kalf met JW.org logoDaar kan worden beredeneerd dat de bovenstaande oordelen uit Jesaja nog niet hebben plaatsgevonden, omdat ze zullen komen tijdens de tijd van Jehovah's woede wanneer Zijn dienaren in de brandende vuuroven van ellende worden geworpen, moet de afgod waar Jehovah naar verwijst het Wachttorengenootschap zijn. God heeft het juist geacht essentiële openbaringen achter te houden, omdat de Wachttoren veronderstelt dat ze al Gods waarheden onthult aan Jehovah's huisgezin. Gedurende de periode van benauwdheid en ellende, wordt Jehovah zowel God en Koning in de volledigste zin door zijn vernederde dienstknechten terug te kopen en de opgespaarde dingen rechtstreeks aan hen te onthullen.

Dat Jehovah licht achterhoudt voor zijn volk om zodoende onze Wachttoren-afgod tot schande te maken, wordt duidelijk uit het 11de vers, waar staat: 

"Om mijnentwil, om mijnentwil zal ik handelen, want hoe zou men zich kunnen laten ontwijden? En aan geen ander zal ik mijn eigen heerlijkheid geven." (Jesaja 48:11)

Het 30ste hoofdstuk van Jesaja bespreekt de oordelen van Jehovah in dit opzicht wat gedetailleerder. Dit zal worden besproken in Deel Twee getiteld: "De Komende Ineenstorting van de Wachttoren"

Essay van eWatchman © 2002
Nederlandse vertaling: Ezra Swols

Pfeil nach oben


Download

PDF-Symbol zum Downloaden des Textes "Mijn eigen afgod heeft ze gedaan" (223 KB)