Deutsch   English   Français   Nederlands   Español   Polski

facebook-Button

JHWH in hebräischen Buchstaben
besucherzaehler-homepage.de

1– Wie is blind als de knecht van Jehovah?

Wie is blind als de beloonde,
of blind als de knecht van Jehovah?

(Jesaja 42:19)

A senior businessman with a blindfold on.Denkt u zich eens in welk geweldig voorrecht de apostelen hadden in het dagelijks vergezellen van Jezus; in het samen reizen met hem; in het samen met hem aanwezig zijn op gezellige bijeenkomsten en in het luisteren naar hem terwijl hij de Farizeeën en andere critici tot zwijgen bracht. Ze konden Jezus elke vraag stellen die in hen opkwam - wat een voorrecht! 

Toen Jezus de meest aanmoedigende rede ooit gaf - de Bergrede - waren zij daar aanwezig.

Ze waren aanwezig toen Jezus wakker werd in de kleine vissersboot die door de storm heen en weer geslingerd werd, en toen hij met een enkel woord de onstuimige wind en golven tot bedaren bracht! 

Toen Jezus' woord de demonen liet sidderen van angst, de oren van de doven opende, zicht gaf aan de blinden en zelfs doden liet opstaan uit hun slaap, waren de apostelen aan zijn zijde. Ze waren ooggetuigen van zoveel wonderbaarlijke dingen die Jezus zei en deed, dat Johannes later schreef dat zelfs alle boeken in de wereld het gedetailleerde verslag van het leven en de bediening van Jezus Christus niet zouden kunnen bevatten. 

Het moet de hedendaagse lezer van de Evangelieën ongetwijfeld opvallen dat de apostelen op sommige momenten niet geestelijk verlicht leken, ondanks het feit dat ze Jezus als persoonlijke leraar hadden. Ja, ze hadden het voorrecht rechtstreeks met Jezus te spreken, maar toen ze spraken alsof ze alle kennis en begrip bezaten omtrent Gods voornemen en hoe dit uitgevoerd zou moeten worden, ontvingen ze ook streng onderricht als terechtwijzing voor hun gedeeltelijke kennis. Jezus sprak bijvoorbeeldbij diverse gelegenheden duidelijk tot zijn dicipelen over zijn naderende dood en opstanding en toch konden ze niet begrijpen waarover hij het had. 

In het 16de hoofdstuk van Mattheüs vroeg Jezus aan zijn dicipelen wie ze dachten dat hij was. Petrus antwoordde en zei dat Jezus de Zoon van de levende God was. Hierop maakte Jezus kenbaar dat zijn Vader dit aan hen had onthuld.

Maar kort daarna wordt het volgende gezegd: "Van die tijd af begon Jezus Christus zijn discipelen duidelijk te maken dat hij naar Jeruzalem moest gaan en veel zou moeten lijden van de zijde van de oudere mannen en overpriesters en schriftgeleerden, en dat hij gedood en op de derde dag opgewekt zou worden. Hierop nam Petrus hem terzijde en begon hem te bestraffen en zei: "Wees goed voor uzelf, Heer; gij zult deze bestemming geenszins hebben." (Mattheüs 16:21, 22)

Jesus calms seaHoe genânt voor Petrus te veronderstellen Jezus in deze raad te kunnen geven, alsof Jezus niet wist waar hij over sprak toen hij het had over zijn naderende dood. Wij, als Christenen die zo'n 2000 jaar na Christus leven, erkennen dat de dood en opstanding van Jezus de hoeksteen van ons geloof is. De volgende vraag is echter voor ons van belang: Hoe konden de apostelen in die tijd zo blind zijn voor de waarheid? Het antwoord op die vraag is zeer relevant met betrekking tot het geloof van hedendaagse Jehovah's Getuigen. 

De apostelen konden niet begrijpen waarover Jezus het had toen hij zo duidelijk sprak over zijn dood en opstanding, omdat het niet Jehovah's Wil was dat ze dat op dat moment begrepen. Beschouw eens wat er in dit verband staat geschreven in Lukas 9:43-45: "Terwijl nu allen zich verwonderden over al de dingen die hij deed, zei hij tot zijn discipelen: "Knoopt deze woorden in uw oren, want de Zoon des mensen zal stellig in de handen der mensen worden overgeleverd." Zij begrepen dit woord echter nog steeds niet. Ja, het was voor hen verborgen, opdat zij het niet konden vatten, en zij waren bevreesd hem over dit woord te vragen."

Er zijn twee belangrijke vragen die beantwoord moeten worden. 1) Waarom konden de apostelen iets wat voor ons zo eenvoudig en logisch lijkt niet begrijpen? 2) Waarom verborg God deze essentiële waarheid klaarblijkelijk voor hen, terwijl Jezus had gezegd dat zijn Vader aan hen had onthuld dat hij de Christus was? Welk doel diende hun gedwongen onwetendheid? 

De hoofdreden waarom de apostelen niet konden begrijpen waarover Jezus sprak, was ongetwijfeld omdat ze bevooroordeelde gedachten hadden die gebaseerd waren op hun beperkte kennis van profetieën die te maken hadden met de Messias. Ze begrepen dat Jezus op Davids troon in Jeruzalem zou gaan regeren, en daarom was het voor hen onmogelijk te begrijpen dat de erfgenaam van de troon van David vanuit een hemels Jeruzalem zou gaan regeren en niet vanuit de letterlijke stad. Het enige wat de apostelen wisten, is dat Jezus de erfgenaam en rechtmatige koning was en dat hij in levende lijve bij hen was. Dat was voor hen het enige wat er toen toe deed. Daar de Hebreeuwse profeten hadden voorzegd dat de koning tot in alle eeuwigheid zou regeren, begrepen ze niets van Jezus' toespraak over zijn dood en heengaan. Het waren dus hun eigen vooringenomen gedachten over bepaalde messiaanse profetieën in de Schriften die hen blind maakten voor de echte betekenis van de profetieën die op Jezus betrekking hadden. 

Pas nadat Jezus was opgestaan opende hij hun ogen volledig. Lukas 24:27 zegt in verband hiermee: "En beginnend bij Mozes en al de Profeten legde hij hun uit wat in al de Schriften op hem betrekking had."

Uiteindelijk nam Jezus de sluier weg en opende hun geest zodat zij de waarheid konden vatten. De vraag blijft echter: Waarom lichtte Jezus hen hier niet voor zijn dood over in? Jezus legde tenslotte veel van zijn illustraties aan zijn dicipelen uit, dus waarom werden sommige essentiële waarheden voor hen verborgen gehouden tot na Jezus' dood? 

Eén reden had te maken met het gebrek aan geloof van de apostelen. Daarom berispte Jezus hen wederom in de verzen die voorafgaan aan de hierboven geciteerde schriftplaats, door te zeggen: "O onverstandigen, die traag van hart zijt om alle dingen te geloven die de profeten hebben gesproken! Moest de Christus deze dingen niet lijden en in zijn heerlijkheid binnengaan?" ( Luke 24:25,26 )

Mattheüs 28:17 onthult dat sommige apostelen zelfs twijfelden terwijl zij in het bijzijn van hun opgestane Heer zelf waren!

Het feit is dat Christus zijn meest nabije dicipelen beschreef als zijnde "onverstandig en traag van hart om alle dingen te geloven die de profeten hebben gesproken."

Doubting thomasHet feit is dat Christus zijn meest nabije dicipelen beschreef als zijnde "onverstandig en traag van hart om alle dingen te geloven die de profeten hebben gesproken." Petrus was iemand die meer dan elke andere dicipel werd terechtgewezen door Jezus en later schreef hij in 1 Petrus 1:7 het volgende over Christenen: "door velerlei beproevingen wordt bedroefd, opdat de beproefde hoedanigheid van uw geloof een reden tot lof en heerlijkheid en eer bevonden moge worden bij de openbaring van Jezus Christus." (1 Petrus 1:6,7 )

En het geloof van Petrus werd zeer zeker getest, evenals het geloof van zijn mede-apostelen. Het was feitelijk Satan die zo'n test eiste voor degenen die door Jehovah verkozen zijn om met Christus over de aarde te regeren. Daarom legde Jezus in de nacht van zijn verraad en arrestatie aan Petrus uit dat Satan had geëist dat de apostelen werden 'gezift als tarwe.' Jezus verzekerde Petrus echter dat hij Jehovah voor hen gesmeekt had, dat hun geloof niet zou bezwijken. 

De reden dat Jehovah de realiteit omtrent de dood van Christus verborg voor de normaliter geestelijk verlichte apostelen, had dus te maken met de grote overkoepelende strijdvraag tussen God en Satan. Sedert de grondlegging van het Christendom is de hoedanigheid van ons geloof en onze voortdurende loyaliteit aan God het mikpunt van de beschuldigingen van de Beschuldiger geworden. Elke dienstknecht van God moet een geestschokkende en geloofsondermijnende ervaring ondergaan die alleen kan worden overwonnen door ons duurzame geloof in Jehovah, zodat hiermee ondersteuning wordt gegeven aan Gods kant van het verhaal. Het geloof van de apostelen werd getest toen Jezus geweldadig uit hun midden werd weggenomen, waarbij ze snel hun verkeerde begrip omtrent de Messias, dat hen was geïndoctrineerd vanuit het Judaïsme, moesten laten varen. Zouden ze de bewijzen voor Christus' opstanding verwerpen, omdat het tegengesteld was aan wat ze hadden geleerd? In het begin was het voor hen moeilijk te accepteren, maar uiteindelijk geloofden ze.

Als Jehovah het gepast achtte op deze manier een geloofstest voor de eerste volgelingen van Christus toe te staan, waarom zouden we dan veronderstellen dat wij op één of andere manier van zulke testen gevrijwaard zijn, of dat we zelfs na een vervulling niet zullen twijfelen? Dit kan alleen op grond van het feit dat Jehovah's Getuigen over algemeen aannemen dat we nu al min of meer geestelijk verlicht zijn; toch zou zo'n aanmatigende houding ons grote reden tot bezorgheid moeten geven. Petrus verwees in het 11de hoofdstuk van zijn tweede brief aan de Korinthiërs naar "deze zelfbewustheid die aan roemen eigen is." Wij roemen ook onverstandig over het spreken van een verheven 'zuivere taal der waarheid,' en over leven in een 'geestelijk paradijs.' Door ons zelfbewuste dogmatisme hebben we geen ruimte gelaten voor de mogelijkheid tot enig aanmerkelijke fout in onze interpretatie van zaken. Ondanks dat de Wachttoren herhaaldelijk heeft erkend dat de "getrouwe slaaf" niet geïnspireerd of onfeilbaar is, logenstraffen we deze bewering door de belangrijkheid die we toekennen aan de dingen die door de Wachttoren worden geschreven. Wij moeten de nederigmakende les van de apostelen nog leren. Net zoals het voor de apostelen onbegrijpelijk was dat het volgens de profetieën de bedoeling was dat Jezus zou sterven, is het voor ons niet te bevatten dat veel van wat we hebben geleerd over profetieën niet in vervulling zal gaan op de manier waarop wij dat zijn gaan geloven. Wat een grote geloofsbeproevingen liggen er voor ons in het verschiet!

"Hij heeft Zelfs Uw Hoofden, de Visionairs, Omhuld"

Net zoals bepaalde essentiële waarheden verborgen waren voor de apostelen, heeft het ook Jehovah’s doel gediend een soortgelijke foutenmarge toe te staan om ten aanzien van het Israël van God, helemaal tot de tijd van het oordeel, zijn werk te voltooien. Jesaja 29:10 luidt: "Want over ulieden heeft Jehovah een geest van diepe slaap uitgestort, en hij sluit uw ogen, de profeten, en hij heeft zelfs uw hoofden, de visionairs, omhuld." 

De context van het bovenstaande vers spreekt over Jehovah die toestaat dat de dingen moeilijk worden voor zijn dienstknecht Ariël, door middel van getreur en jammerklacht voordat hij gered wordt. Zoals beredeneerd in De Tijden der Heidenen is Ariël het geestelijk Israël. Het feit dat de Wachttoren zich niet bewust is van Jehovah's komende oordeel, is er het bewijs van dat onze eigen leiders passen in de beschrijving van personen waarvan het hoofd omhuld is, en niet de geestelijken van de Christenheid zoals sommige denken.

De reden waarom God zo'n oordeel toestaat, wordt vermeld in het 13de vers, waar staat: "En Jehovah zegt: "Omdat dit volk genaderd is met zijn mond en zij mij slechts met hun lippen verheerlijkt hebben en hun hart zelf ver van mij verwijderd hebben en hun vrees ten opzichte van mij een gebod van mensen wordt dat wordt onderwezen." ( Jesaja 29:13 )

Alleen God kan de geheimen van het menselijke hart lezen. En alleen God kan terecht zeggen wat hij wel of niet aangenaam of volgens zijn maatstaven vindt. Het maakt niet uit hoe we onszelf oordelen: het is Gods oordeel dat telt. Paulus zei iets soortgelijks in 1 Korinthiërs 4:4: "Want ik ben mij er niet van bewust dat er iets tegen mij is. Toch is daardoor nog niet bewezen dat ik rechtvaardig ben, maar hij die mij onderzoekt, is Jehovah."

God kan niet alleen de geheime schuilplaatsen van ons hart onderscheiden, maar nog verbazingwekkender is het dat Jehovah ze duizenden jaren voordat zulke harten nog moeten gaan kloppen, kan lezen! Feitelijk weet God dat wij mensen een voorspelbaar patroon volgen, net als koeien die het veel betreden pad terug naar de stallen volgen. Als voorbeeld van Jehovah's scherpzinnige vooruitziende blik haalde Jezus het bovenstaande vers aan en paste het toe op de Joden toen hij zei: "Huichelaars, treffend heeft Jesaja over u geprofeteerd, toen hij zei: 'Dit volk eert mij met hun lippen, maar hun hart is ver van mij verwijderd.'" ( Markus 1:6 )

De Joden verdierven Gods wet door het om te vormen naar menselijke traditie. Het punt is echter dat de Joden Gods volk waren. Ze hadden zijn geboden ontvangen, maar God voorzag reeds lang van te voren dat hun harten hyprocriet zouden worden en Christus kon zien dat dat reeds ingeworteld was tegen de tijd dat hij op het aardse toneel verscheen, en paste de schriftplaats juist op hen toe.

Toch is de profetie, zoals eerder opgemerkt, in de eerste plaats van toepassing op het geestelijk Israël, daar Jezus enkel het principe van toepassing bracht op de Farizeeën uit zijn tijd. Het oordeel is juist van toepassing op hedendaagse Jehovah's Getuigen. Waarom dat? Wel, wie anders eren Jehovah met hun lippen? De geestelijken en parochianen van de Christenheid hebben Jehovah's Naam zeker niet geëerd. Ze weigeren zelfs te erkennen dat Jehovah God is. In plaats daarvan beschouwen ze Gods zoon als de Almachtige God. Ze hebben Jehovah onteerd met hun onlogische Drieëenheid en andere Babylonische valsreligieuze leerstellingen.

Aan de andere kant laten we ons als Jehovah's Getuigen horen door in de openbare dienst de waarheid omtrent Jehovah en zijn voornemen te verkondigen. We eren Jehovah met onze commentaren in onze koninkrijkszalen, door middel van het houden van lezingen en in gebed. We hebben de waarheid omtrent Jehovah gesproken. Desalniettemin onderscheidt Jehovah vanuit zijn positie, dat onze vrees voor God gedegenereerd is tot het volgen van menselijke geboden. Wie kan ontkennen dat er grote nadruk wordt gelegd op het zich nauwgezet houden aan organisatorische procedures en gedragslijnen die afkomstig zijn van de Wachttoren?

Het Wachttorengenootschap is ontegenzeggelijk het hart en de ziel van het geloof van Jehovah's Getuigen. Evenzo valt het niet te ontkennen dat Jehovah's Getuigen meer de vertegenwoordigers van het Wachttorengenootschap zijn dan feitelijke bedienaren van Jehovah. Als bedienaren wordt ons verteld wat we moeten zeggen en hoe we het moeten zeggen. De getrouwe slaaf bepaalt tot in detail elk aspect van ons geloof, zodat het niet ongewoon is Jehovah's Getuigen de autoriteit van het 'Genootschap' te horen aanhalen, tegenover de autoriteit van Jehovah God zelf. Ironisch genoeg heeft het 'Genootschap' Jehovah's Getuigen zelfs gevraagd niet 'het Genootschap zegt...' te zeggen. Vanuit het standpunt van Jehovah's Getuigen bezien staat het dienen van de belangen van het Wachttorengenootschap gelijk aan het dienen van Jehovah.

Het is waar dat Paulus Christenen onderwees gehoorzaam te zijn aan degenen die onder ons de leiding nemen, maar hij was er zich ook van bewust dat ze, tenminste in het geval van sommige Korinthische Christenen, volgers van mensen waren. Sommige beweerden bij Paulus te horen, sommigen bij Petrus, anderen bij Apollos en enkelen beweerden volgers van Christus te zijn. In het licht van de dominante, alles-bepalende rol die het Wachttorengenootschap speelt in de levens van Jehovah's Getuigen, is het onduidelijk of Jehovah's Getuigen toegewijd zijn aan Jehovah God en niet enkel volgers van mensen zijn.

blind man on cliffWaarschijnlijk zullen weinig Jehovah's Getuigen het eens zijn met zo'n harde beoordeling van onszelf. Maar, net als in Paulus' geval, zijn we het ons ook niet 'bewust dat er iets tegen ons is,' toch is Jehovah degene die ons allen onderzoekt. De vraag is dus: Als dit Jehovah's eigenlijke oordeel over ons is, wat is dan het eindresultaat? Dat is precies waar de rest van het 29ste hoofdstuk van Jesaja over spreekt. Het 14de vers zegt dat God "op een wonderlijke wijze [zal handelen] en met iets wonderlijks; en de wijsheid van hun wijze mannen moet vergaan, en zelfs het verstand van hun beleidvolle mannen zal schuilgaan."

Als het bovenstaande oordeel van toepassing is op de Christenheid, moeten we onszelf afvragen op welke manier God op wonderbaarlijke wijze met hen zou kunnen handelen? Wordt het niet als iets goeds beschouwd wanneer God op een "wonderbaarlijke manier" handelt met iemand? Daar de hele context van Jesaja een beschrijving is van hoe God de juiste hartestoestand van zijn volk zal herstellen, moeten we concluderen dat de wijze en beleidvolle mannen wiens wijsheid zal vergaan niemand anders zijn dan de getrouwe en beleidvolle slaaf van Christus. Dat dit zo is, wordt bewezen door vers 15 en 16, waar staat: "Wee hun die zeer diep gaan in het verbergen van raad voor Jehovah zelf, en wier daden in een duistere plaats zijn geschied, terwijl zij zeggen: "Wie ziet ons, en wie weet van ons?" O die verkeerdheid van u! Dient de pottenbakker zelf soms net als het leem geacht te worden? Want dient het maaksel soms betreffende zijn maker te zeggen: "Hij heeft mij niet gemaakt"? En zegt in feite soms het geformeerde zelf betreffende zijn formeerder: "Hij heeft geen verstand getoond"?"

Paulus citeerde de illustratie van de pottenbakker en het klei en paste hem toe op Christenen in de 1ste eeuw, die dwaas hun vraagtekens zetten bij de manier waarop God handelt ten aanzien van zijn volk om zijn voornemen te volbrengen. Jehovah God is werkelijk de Meester Pottenbakker, de Maker en Formeerder van het Israël Gods tot heerlijkheid van hemzelf, en het is verdorvenheid van onze zijde vraagtekens te zetten bij hoe het brengen van beproeving en verwarring over zijn eigen geliefde, geestelijke organisatie, Gods voornemen kan dienen.

"Degenen die zeer diep gaan in het verbergen van raad voor Jehovah zelf" kunnen enkel degenen zijn die ook daadwerkelijk in de positie zijn Jehovah's raad te geven. Jehovah's van te voren opgetekende berisping lijkt dus bedoeld te zijn voor degenen die tot het uiterste hebben getracht de onechte leerstelling op te houden dat Christus' tegenwoordigheid is begonnen in 1914 en dat Jezus zijn huis reeds heeft geoordeeld, omdat dat ons, meer dan al het andere, ervan heeft weerhouden te snappen wat er in het verschiet ligt. Het onwettige verbond van de Wachttoren met de Organisatie van de Verenigde Naties, het desastreuse beleid met betrekking tot kindermisbruik die reeds hebben geleid tot compensatieregelingen buiten de rechtzaal met geld dat is gedoneerd voor het predikingswerk, het zwijgen opleggen van slachtoffers wat riekt naar omkoping, en wie weet wat voor andere onheilen - allemaal daden die in het duister hebben plaatsgevonden en die door Jehovah's oordeel uiteindelijk in volledige mate aan het licht zullen komen.

De harde les die we nu moeten leren, is dat God de enige bron van waarheid en licht is. In Jesaja 29:4, waar Jehovah Ariël op cryptische wijze omschrijft door te zeggen dat ze neergehaald moet worden, zodat zijn stem als een geestenmedium moet worden, voorzegt God dat de stem van zijn dienaar tot zwijgen gebracht zal worden. Daar Jehovah's Getuigen hebben geaccepteerd dat de stem van Gods geestelijke natie gehoord wordt door middel van het Wachttorengenootschap, kan 'het piepen van Ariëls stem vanuit het stof van de aarde' enkel betekenen dat de stem van de Wachttoren tot zwijgen zal worden gebracht tijdens het oordeel. Ja, de stem die Jehovah's koninkrijk aankondigt en die letterlijk is vertaald in honderden talen en over het rond der aarde is verspreid, zal plotseling worden als een zacht gefluister, tot zwijgen gebracht door Jehovah's oordeel tegen hen.

Welk doel kan het voor Jehovah dienen de enige organisatie op aarde die zijn belangen heeft behartigd, te verwoesten? Heeft de Wachttoren geen geloof gevestigd in miljoenen mensen? Het antwoord is ja, maar geloof moet worden getest door middel van beproevingen en het vuur van twijfel. En wat is voor Jehovah's Getuigen een grotere beproeving dan het vertrouwde Wachttorengenootschap publiekelijke vernedering en schande te laten ondergaan en het op het kritieke moment tot zwijgen te laten brengen, wanneer de rechtvaardigen naar de organisatie opkijken voor antwoorden? Nu kunnen we wellicht de nogal verontrustende vraag die Christus Jezus aan ons stelde beter begrijpen: "Maar wanneer de Zoon des mensen gekomen is, zal hij dan werkelijk het geloof op aarde vinden?" ( Lukas 18:8 )

jesus heals blind manHet goede nieuws is dat Jezus inderdaad het geloof zal vinden wanneer hij komt. Na een periode van tumult, opschudding en onzekerheid waarmee Christus' aankomst voor het oordeel gepaard zal gaan, is het eindresultaat dat Christus enkelen onder zijn volk zal vinden die ontvankelijk zijn voor hem. Jesaja 29:18, 19 zegt verder: "En op die dag zullen de doven stellig de woorden van het boek horen, en uit het donker en uit de duisternis zullen zelfs de ogen der blinden zien. En de zachtmoedigen zullen hun verheuging in Jehovah zelf stellig vermeerderen, en zelfs de armen van de mensheid zullen blij zijn in de Heilige Israëls zelf..."

Het 29ste hoofdstuk van Jesaja besluit met Jehovah die zijn organisatie overneemt en onze terechtwijzing stopt. Jacob krijgt de verzekering dat zijn kinderen, de andere schapen, zullen leven. Het allerlaatste vers zegt: "En zij die dwalen in hun geest, zullen werkelijk verstand krijgen, en zelfs zij die morren, zullen onderricht leren." Natuurlijk gaat Jehovah op een wonderlijke wijze handelen door zijn volk te corrigeren, niet door de Christenheid te corrigeren.

Na Jehovah's oordeel zal de Wachttoren nooit meer snoevend spreken over dat ze Gods volk niets anders dan het beste geestelijke voedsel voorzetten. En Christenen zullen niet langer in onderworpenheid worden gehouden door middel van harde tirannie of de dreiging van uitsluiting wanneer men vraagtekens zet bij onredelijk leerstellingen. Daarom zal de zachtmoedige zich verheugen, "want de tiran moet aan zijn eind komen en met de snoever moet het gedaan zijn."

Hoe kunnen we God antwoorden wanneer hij ons de volgende vraag voorlegt en we daarbij denken aan de slechte toestand waarin we onszelf hebben gebracht, de schande die we reeds op Jehovah's Naam hebben geworpen en de vele duizenden die door die acties reeds zijn gestruikeld: "Wie is blind, zo niet mijn knecht, en wie is doof als mijn bode die ik zend? Wie is blind als de beloonde, of blind als de knecht van Jehovah?"

Als Jehovah's boden, als zijn knechten en als degenen die door hem worden beloond, moet ons nederige antwoord als volgt zijn: 'Niemand, Vader. Niemand is zo doof als uw eigen boden. Niemand is zo blind als Jehovah's Getuigen!

Essay van eWatchman © 2004
Nederlandse vertaling: Ezra Swols

Pfeil nach oben


Download:

PDF-Symbol zum Downloaden des Textes Wie-is-blind-als-de-Knecht-van-Jehovah.pdf (170 KB)